Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Finland betreffende het internationale wegvervoer

Agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Finland on international road transport

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Finland;

Desirous of promoting, in the interest of their economic relations, the development of transport of passengers and goods between their two countries and in transit across their territories;

Having decided to conclude an Agreement with the object of consolidating existing facilities and creating additional facilities;

Have agreed as follows:

I

Transport of Passengers

Article

1

Passenger transport operations are not subject to the licensing regime of the other Contracting Party, except the services mentioned in Article 2 of this Agreement.

Article

2

II

Transport of Goods

Article

3

Each Contracting Party shall allow any carrier established in the territory of the other Contracting Party to carry out without any special licence transport of goods:

  • a.

    between any point in its territory and any point in the territory of the other Contracting Party;

  • b.

    in transit through its territory.

Article

4

Vervallen

Article

5

Vervallen

Article

6

Vervallen

Article

7

If the weights or dimensions of a vehicle or combination of vehicles performing the transport operation exceed the permissible maximum in the other state a special permit of the competent authority in that state is required.

III

General Provisions

Article

8

Article

9

The special permits, referred to in article 7, and the special authorization referred to in article 8, paragraph 2, must be carried on all journeys in the territory of the other State and produced on demand to the inspection officials.

Article

10

Vehicles of carriers established in the territory of one of the Contracting Parties when engaged in international transport under the provisions of this Agreement shall be exempted from taxes and charges levied on the circulation or possession of vehicles as well as from special taxes or charges on transport operations in the territory of the other Contracting Party.

Article

11

Article

12

Questions not contemplated in this Agreement or in any international convention to which both States are parties, are subject to the national laws and regulations of each Contracting Party.

Article

13

In the event of any infringement of the provisions of this Agreement by a carrier established in the territory of one of the Contracting Parties, the Contracting Party in whose territory the infringement occurred may notify the other Contracting Party, which will take such steps as are provided by its national law.

Article

14

Article

15

With respect to the Kingdom of the Netherlands this Agreement shall apply only to the territory of the Kingdom in Europe.

Article

16

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments have signed this Agreement.

DONE in two copies at Helsinki on November 2nd, 1970 in the English language, both copies being equally authentic.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) J. LUNS

For the Government of the Republic of Finland

(sd.) VÄINO LESKINEN

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Finland betreffende het internationale wegvervoer

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Finland,

Geleid door de wens, in het belang van hun economische betrekkingen, het personen- en goederenvervoer tussen beide landen en in doorvoer over hun grondgebied te bevorderen,

Besloten hebbende een overeenkomst te sluiten ten einde bestaande faciliteiten te bevestigen en verdere faciliteiten te scheppen,

Zijn als volgt overeengekomen:

I

Personenvervoer

Artikel

1

Het personenvervoer is niet onderworpen aan het vergunningenstelsel van de andere Overeenkomstsluitende Partij, met uitzondering van de diensten genoemd in artikel 2 van deze Overeenkomst.

Artikel

2

II

Goederenvervoer

Artikel

3

Elke Overeenkomstsluitende Partij staat vervoerders die gevestigd zijn op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij toe, zonder enige bijzondere vergunning goederenvervoer te verrichten:

  • a.

    tussen elk punt op haar grondgebied en elk punt op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij;

  • b.

    in doorvoer over haar grondgebied.

Artikel

4

Vervallen

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Indien het gewicht of de afmetingen van een voertuig of een samenstel van voertuigen dat het vervoer verricht het toegestane maximum in de andere Staat overschrijdt, is een bijzondere toestemming van de bevoegde autoriteit van die Staat vereist.

III

Algemene bepalingen

Artikel

8

Artikel

9

De bijzondere vergunning, zoals bedoeld in artikel 7, en de uitdrukkelijke machtiging, zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, dient men bij zich te hebben op alle reizen op het grondgebied van de andere Staat; zij dienen op verzoek van de met de controle belaste ambtenaren te worden getoond.

Artikel

10

Voertuigen van vervoerders die gevestigd zijn op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn, indien gebruikt bij internationaal vervoer vallend onder de bepalingen van deze Overeenkomst, vrijgesteld van belastingen en heffingen op het rijden met of het bezit van die voertuigen, en tevens van alle bijzondere belastingen of heffingen op vervoer op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel

11

Artikel

12

Vraagstukken die noch in deze Overeenkomst worden behandeld, noch in enige andere internationale overeenkomst waarbij beide Staten partij zijn, zijn onderworpen aan de nationale wetten en voorschriften van elke Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel

13

In geval van overtreding van de bepalingen van deze Overeenkomst door een vervoerder die op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen is gevestigd, kan de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de overtreding plaatsvond, hiervan kennisgeven aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, die de maatregelen kan nemen waarin haar nationale wetgeving voorziet.

Artikel

14

Artikel

15

Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk.

Artikel

16

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Helsinki, op 2 november 1970, in twee exemplaren in de Engelse taal, zijnde beide gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) J. LUNS

Voor de Regering van de Republiek Finland

(w.g.) VÄINO LESKINEN