Overeenkomst inzake de uitwisseling van stagiaires tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Denemarken

Accord relatif à l'échange de stagiaires entre le Royaume des Pays-Bas et le Royaume de Danemark

Le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et le Gouvernement du Royaume de Danemark;

Désireux de favoriser la formation de stagiaires néerlandais et danois au point de vue professionnel et linguistique,

Ont arrêté, d'un commun accord, les dispositions suivantes:

Article

1er

Article

2

Les stagiaires seront autorisés à occuper un emploi dans les conditions fixées par les articles ci-après, sans que la situation de l'emploi en général ni celle de la profession dont il s'agit, puissent être prises en considération.

Article

3

Article

4

Article

5

Les autorisations de stage peuvent être accordées sous la réserve que les stagiaires n'exerceront aucune autre activité lucrative ou n'occuperont aucun emploi autre que celui pour lequel l'autorisation a été accordée.

Article

6

C'est une condition pour admettre les stagiaires que les employeurs désireux de les embaucher s'engagent à les occuper aux mêmes conditions de travail et de salaires que celles en vigueur pour les nationaux chargés des mêmes travaux dans les entreprises où ces stagiaires seront occupés.

Article

7

Les deux Etats s'engagent à ne pas délivrer d'autorisation d'emploi en faveur des stagiaires sans s'être assurés que ceux-ci disposeront de ressources suffisantes pendant leur période d'emploi.

Article

8

Article

9

Les deux Etats s'engagent à exonérer de toutes taxes et de tous droits, à l'exception des frais d'administration purement nominaux, les demandes concernant les stagiaires. Cette exonération s'applique également et sous la même réserve à la délivrance des permis de travail et de séjour accordés aux intéressés.

Article

10

Article

11

En vue d'atteindre le but fixé par le présent Accord et d'aider, dans la mesure du possible, les candidats stagiaires qui ne seraient pas en mesure de trouver, par leurs propres moyens, d'employeur disposé à utiliser leurs services en tant que stagiaires, les deux Etats s'engagent à faciliter l'échange des stagiaires, par tous les moyens appropriés, avec le concours des organisations intéressées.

Article

12

Aucune disposition du présent Accord ne peut être interprétée dans un sens susceptible d'affecter l'obligation de toute personne de se conformer aux lois et règlements en vigueur dans les territoires des deux Etats concernant l'entrée, le séjour et la sortie des ressortissants d'autres pays.

Article

13

Article

14

En ce qui concerne le Royaume des Pays-Bas, le présent Accord ne s'appliquera qu'au territoire du Royaume en Europe.

Article

15

Le présent Accord entrera en vigueur à la date de sa signature et restera en vigueur jusqu'au 1er janvier 1968.

Il sera prorogé ensuite, par tacite reconduction et chaque fois pour une nouvelle année, à moins qu’il ne soit dénoncé par écrit par l'un des deux Etats, avant le 1er juillet pour la fin de l'année.

Toutefois, en cas de dénonciation, les autorisations accordées en vertu du présent Accord resteront valables pour la durée pour laquelle elles auront été accordées.

EN FOI DE QUOI, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord et l'ont revêtu de leurs sceaux.

FAIT à Copenhague, en double exemplaire en langue française, le 20 juin 1967.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas:

(s.) K. E. VAN DER MANDELE

Pour le Gouvernement du Royaume de Danemark:

(s.) HANS SØLVHØJ

Overeenkomst inzake de uitwisseling van stagiaires tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Denemarken

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Denemarken;

Verlangende de opleiding van Nederlandse en Deense stagiaires, wat hun vakkennis en hun kennis van de taal betreft, te bevorderen;

Zijn overeengekomen als volgt;

Artikel

1

Artikel

2

De stagiaires wordt toegestaan onder de in de volgende artikelen vastgestelde voorwaarden een dienstbetrekking te vervullen, onafhankelijk van de stand van de Arbeidsmarkt in het algemeen en in het desbetreffende beroep.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Aan het verlenen van vergunning tot het lopen van stage kan de voorwaarde worden verbonden dat de stagiaires geen andere betaalde werkzaamheden zullen uitoefenen of geen andere betrekking zullen vervullen dan die waarvoor de vergunning is verleend.

Artikel

6

De stagiaires mogen slechts worden toegelaten indien de werkgevers die hen in dienst willen nemen zich verplichten hen onder dezelfde arbeids- en loonvoorwaarden tewerk te stellen als die welke gelden voor onderdanen die in de ondernemingen waar deze stagiaires worden tewerkgesteld met soortgelijke werkzaamheden zijn belast.

Artikel

7

Beide Staten nemen de verplichting op zich voor stagiaires geen werkvergunning te verstrekken dan nadat zij zich ervan hebben overtuigd dat dezen voor de duur van hun stage over voldoende middelen beschikken om in hun levensonderhoud te voorzien.

Artikel

8

Artikel

9

Beide Staten nemen de verplichting op zich de aanvragen betreffende stagiaires vrij te stellen van alle belastingen en rechten, met uitzondering van de te verwaarlozen administratiekosten. Deze vrijstelling is eveneens en onder hetzelfde voorbehoud van toepassing op de aan de belanghebbenden te verstrekken werk- en verblijfsvergunningen.

Artikel

10

Artikel

11

Ten einde het met deze Overeenkomst beoogde doel te verwezenlijken en de kandidaat-stagiaires die zelf niet in staat zijn een werkgever te vinden die bereid is van hun diensten als stagiaire gebruik te maken, zoveel mogelijk te helpen, nemen beide Staten de verplichting op zich, in samenwerking met de belanghebbende organisaties, de uitwisseling van stagiaries met alle passende middelen te vergemakkelijken.

Artikel

12

Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat een ieders verplichting zich te houden aan de op de grondgebieden van beide Staten van klacht zijnde wetten en reglementen de binnenkomst, het verblijf en het vertrek van onderdanen van andere landen betreffende zou kunnen worden aangetast.

Artikel

13

Artikel

14

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het grondgebied van het Rijk in Europa.

Artikel

15

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag van ondertekening en blijft van kracht tot 1 januari 1968.

Deze Overeenkomst wordt vervolgens stilzwijgend verlengd, telkens voor een jaar, tenzij zij vóór 1 juli schriftelijk door een van beide Staten wordt opgezegd voor het einde van het jaar.

In geval van opzegging blijven de krachtens deze Overeenkomst verstrekte vergunningen echter geldig voor de tijdsduur waarvoor zij zijn verleend.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, hiertoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend en van hun zegels voorzien.

GEDAAN te Kopenhagen, de 20ste juni 1967, in twee exemplaren, in de Franse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) K. E. VAN DER MANDELE

Voor de Regering van het Koninkrijk Denemarken:

(w.g.) HANS SØLVHØJ