Overeenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogendom Luxemburg enerzijds, en de Regering van de Franse Republiek anderzijds, inzake het overnemen van personen aan de gemeenschappelijke grens van het grondgebied van de Beneluxlanden en Frankrijk

Arrangement entre les Gouvernements du Royaume des Pays-Bas, du Royaume de Belgique et du Grand-Duché de Luxembourg, d'une part, et le Gouvernement de la République Française, d'autre part, concernant la prise en charge de personnes aux frontières communes entre le territoire des Etats du Benelux et la France

Préambule

Les Gouvernements du Royaume des Pays-Bas, du Royaume de Belgique et du Grand-Duché de Luxembourg, ci-après désignés par le terme „Etats du Benelux”, agissant de concert sur la base de la Convention conclue entre Eux, le 11 avril 1960, concernant le transfert du contrôle des personnes vers les frontières extérieures du territoire des Etats du Benelux, ci-après désignés par l'expression „territoire du Benelux”, d'une part, et, d'autre part, le Gouvernement de la République Française;

Désireux de faciliter la reprise des personnes à la frontière entre le territoire du Benelux et la France, étant entendu que le présent Arrangement ne vise que les territoires en Europe des Parties Contractantes,

Sont convenus de ce qui suit:

Article

1

Article

2

Article

3

Article

4

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

Article

9

Article

10

Article

11

Article

12

Pour l'application du présent Arrangement et dans tous les cas où la prise en charge ne s'effectue pas directement à l'échelon des autorités frontalières, les Ministères de la Justice des Etats du Benelux et le Ministère de l'Intérieur de la République Française pourront se mettre directement en rapport chaque fois que le recours à la voie diplomatique ne leur paraîtra pas nécessaire.

Article

13

Les points de passage de la frontière affectés à la remise des personnes seront désignés d'un commun accord entre les services des Ministères de la Justice compétents des Etats du Benelux et ceux du Ministère de l'Intérieur de la République Française.

Article

14

Article

15

Le présent Arrangement entrera en vigueur le trentième jour qui suivra la date de sa signature.

Le présent Arrangement aura une durée de validité de cinq ans. Il sera renouvelable par tacite reconduction pour des périodes successives de cinq années, à moins que, soit les Pays-Bas, soit la Belgique, la France ou le Luxembourg n'aient fait connaître, six mois avant l'expiration de la durée initiale de validité ou de l'une des périodes de cinq ans, l'intention d'en faire cesser les effets.

La dénonciation par un seul des Gouvernements entraîne l'abrogation de l'Arrangement.

FAIT à Paris, le 16 avril 1964 en quatre exemplaires, en langue française.

Protocole

Au moment de procéder à la signature de l'Arrangement entre les Gouvernements du Royaume des Pays-Bas, du Royaume de Belgique et du Grand-Duché de Luxembourg, d'une part, et le Gouvernement de la République Française, d'autre part, concernant la prise en charge de personnes aux frontières communes entre le territoire des Etats du Benelux et la France, en date de ce jour, le Gouvernement néerlandais a fait savoir que sans préjudice des dispositions de l'article 15 de l'Arrangement, il se réservait d'y mettre fin par une notification qui serait adressée aux trois autres Gouvernements au plus tard deux mois avant l'expiration de la première année qui suivra l'entrée en vigueur de l'Arrangement.

Les Gouvernements belge, français et luxembourgeois ont fait savoir qu'ils avaient pris acte de cette réserve et sont convenus qu'au cas où le Gouvernement néerlandais procéderait à la notification visée au paragraphe précédent, l'Arrangement resterait provisoirement d'application dans les rapports entre la Belgique et le Luxembourg, d'une part, et la France, d'autre part, en attendant la conclusion d'un nouvel accord entre le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et les trois autres Gouvernements.

Le présent Protocole fait partie intégrante de l'Arrangement.

FAIT à Paris, le 16 avril 1964 en quatre exemplaires, en langue française.

Overeenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg enerzijds, en de Regering van de Franse Republiek anderzijds, inzake het overnemen van personen aan de gemeenschappelijke grens van het grondgebied van de Beneluxlanden en Frankrijk

Preambule

De Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg, hierna te noemen de „Beneluxlanden”, gezamenlijk optredend op grond van de tussen hen gesloten Overeenkomst van 11 april 1960, inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het grondgebied der Beneluxlanden, hierna te noemen het „Beneluxgebied” enerzijds, en de Regering van de Franse Republiek anderzijds;

Verlangend de overneming van personen aan de grens van het Beneluxgebied en Frankrijk te vergemakkelijken, met dien verstande dat deze Overeenkomst slechts betrekking heeft op de grondgebieden binnen Europa van de Overeenkomstsluitende Partijen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Voor de toepassing van deze Overeenkomst en in die gevallen waarin de overneming niet rechtstreeks geschiedt door de grensautoriteiten stellen de Ministeries van Justitie der Beneluxlanden en het Ministerie van Binnenlandse Zaken der Franse Republiek zich rechtstreeks met elkaar in verbinding, wanneer het niet nodig wordt geoordeeld langs diplomatieke weg contact op te nemen.

Artikel

13

De grensposten waar overgave van personen kan geschieden, worden in onderling overleg tussen de bevoegde diensten van de Ministeries van Justitie der Beneluxlanden en die van het Ministerie van Binnenlandse Zaken der Franse Republiek aangewezen.

Artikel

14

Artikel

15

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dertigste dag volgende op de datum van ondertekening.

Deze Overeenkomst heeft een geldigheidsduur van vijf jaar. Zij wordt telkens voor een periode van vijf jaar stilzwijgend verlengd tenzij Nederland, België, Frankrijk of Luxemburg zes maanden voor het verstrijken van de eerste geldigheidsperiode of van één van de perioden van vijf jaar het voornemen kenbaar hebben gemaakt de Overeenkomst buiten werking te stellen.

Indien een der Regeringen de Overeenkomst opzegt, treedt deze geheel buiten werking.

GEDAAN te Parijs, op 16 april 1964 in viervoud, in de Franse taal.

Protocol

Bij de ondertekening van de Overeenkomst welke heden plaatshad tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg enerzijds, en de Regering van de Franse Republiek anderzijds, inzake de overname van personen aan de gemeenschappelijke grens van het grondgebied van de Beneluxlanden en Frankrijk, heeft de Nederlandse Regering doen weten dat zij, onverminderd het bepaalde in artikel 15 van de Overeenkomst, zich het recht voorbehoudt de Overeenkomst op te zeggen door middel van een aan de drie andere Regeringen te zenden kennisgeving, en wel uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van het eerste jaar volgende op de inwerkingtreding van de Overeenkomst.

De Regeringen van het Koninkrijk België, de Franse Republiek en het Groothertogdom Luxemburg hebben verklaard van dit voorbehoud kennis te hebben genomen en zijn overeengekomen dat indien de Nederlandse Regering zou overgaan tot het doen van de in het voorgaande lid bedoelde kennisgeving, de Overeenkomst voorlopig van toepassing blijft op de betrekkingen tussen België en Luxemburg enerzijds en Frankrijk anderzijds, zulks in afwachting van het sluiten van een nieuwe overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de drie andere Regeringen.

Dit Protocol vormt een integrerend deel van de Overeenkomst.

GEDAAN te Parijs, op 16 april 1964 in viervoud, in de Franse taal.