Artikel
I
1
De Regeringen zullen trachten elkaar bijstand te verlenen en samen te werken, met inachtneming van hun onderscheiden technische en financiële mogelijkheden en voor zover het hun ter beschikking staande personeel zulks toelaat.
2
De technische samenwerking zal bestaan uit de overdracht, in de ruimste zin, van kennis en ervaring, die vergezeld kan gaan van materiële steun.
3
Samenwerking en bijstand op grond van deze Overeenkomst zullen zijn gebaseerd op gezamenlijke deelneming in van belang zijnde aangelegenheden op het gebied van de technische bijstand, met het doel de economische ontwikkeling en het maatschappelijk welzijn van de beide volken te bespoedigen en te verzekeren.
4
Tot daadwerkelijke samenwerking als bedoeld in het vorige lid zal slechts kunnen worden overgegaan nadat hierom uitdrukkelijk is verzocht door de Regering die van geboden mogelijkheden van samenwerking met de andere Regering gebruik wenst te maken en niet eerder dan nadat over de voor deze samenwerking vereiste zakelijke voorwaarden overeenstemming is bereikt.
5
De programma's voor technische samenwerking zullen worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van bijzondere technische overeenkomsten door de bevoegde autoriteiten gesloten op grond van deze Overeenkomst. Deze overeenkomsten treden in werking op de datum waarop zij bij diplomatieke notawisseling zijn bevestigd.