Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Columbia inzake het ter beschikking stellen van Nederlandse Vrijwilligers voor arbeid in Columbia

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Columbia inzake het ter beschikking stellen van Nederlandse Vrijwilligers voor arbeid in Columbia

De Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, vertegenwoordigd door de bij de Regering van de Republiek Columbia geaccrediteerde Ambassadeur, en van de Republiek Columbia, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, handelend krachtens de bevoegdheden vervat in de Wet No. 24 van 1959, en hiertoe volledig bevoegd,

Verlangende de vriendschap te bevestigen welke hun volkeren elkaar toedragen en de goede betrekkingen tussen hun landen te verstevigen, alsmede samen te werken in de uitvoering van het Nationale Programma voor de Ontwikkeling van de Gemeenschap in Columbia, en hiervoor de diensten van Nederlandse Jongeren Vrijwilligers aan te wenden,

Zijn overeengekomen de Overeenkomst inhoudende de volgende bepalingen:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De Columbiaanse Regering staat de Vrijwilligers op alle mogelijke wijze bij. Met name beschermt zij hen wat betreft hun persoon en wat betreft hun eigendommen en is zij hun behulpzaam bij het vinden van geschikte huisvesting en medische verzorging.

Artikel

5

De Columbiaanse Regering verplicht zich:

  • a)

    De invoer en de wederuitvoer toe te staan onder vrijdom van douanerechten, voorafgaande importdeposito's, en van alle soorten belastingen, heffingen, bijdragen en bezwaringen, van de gehele arbeidsuitrusting en alle voorraden, daaronder begrepen automaterieel, dat in Columbia wordt ingevoerd voor de doeleinden van deze Overeenkomst gedurende deszelfs geldigheidsduur; deze vrijdom strekt zich eveneens uit tot de persoonlijke eigendommen van de Vrijwilligers en van het Nederlandse personeel, werkzaam onder deze Overeenkomst met inachtneming van de Columbiaanse wettelijke bepalingen toepasselijk op personeel van de internationale technische hulp, uitgezonderd automobielen voor persoonlijk gebruik.

  • b)

    De salarissen, emolumenten en gratificaties betaald aan de Vrijwilligers en aan het niet-Columbiaanse personeel dat rechtstreeks voor het vervullen van functies overeenkomstig deze Overeenkomst in dienst staat van de Nederlandse Regering, vrij te stellen van inkomsten- en bijkomende belastingen, evenals de geldsbedragen, over te maken door hun familieleden, en verder welke inkomsten dan ook door hen verkregen uit buiten Columbia gelegen bronnen.

  • c)

    De invoer in Columbia en wederuitvoer toe te staan van geldsmiddelen verband houdende met de werkzaamheden van de Vrijwilligers en het Nederlands personeel, en de omwisseling dezer gelden in Columbiaanse gangbare munt, volgens de hoogste koers, met inachtneming van de Columbiaanse wettelijke bepalingen.

Artikel

6

Ingesteld wordt een Gemengde Commissie, bestaande uit twee vertegenwoordigers van de Nederlandse Regering en twee vertegenwoordigers van de Columbiaanse Regering. Zij is belast met de uitvoering van deze Overeenkomst, beslist bij unanimiteit, stelt met inachtneming van de bepalingen van deze Overeenkomst haar huishoudelijk reglement vast en komt bijeen op verzoek van een der leden.

Artikel

7

Deze Overeenkomst geldt voor een tijdvak van twee jaar, en zal geacht worden voor gelijke tijdvakken te zijn verlengd, behoudens schriftelijke kennisgeving van het tegendeel van een der Regeringen aan de andere tenminste negentig dagen voor het verstrijken van het aanvankelijk bedoelde tijdvak of voor het verlopen van een van deszelfs verlengingen.

Artikel

8

Deze Overeenkomst zal in werking treden zodra de Regeringen van de partijen de in hun landen vastgestelde wettelijke vereisten vervullen en dienovereenkomstig elkaar schriftelijk kennisgeving doen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Bogotá, de 6e juli 1964, in zes exemplaren, waarvan drie in de Nederlandse en drie in de Spaanse taal, zijnde de teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) TH. P. BERGSMA

Voor de Regering van de Republiek Columbia,

(w.g.) AURELIO CAMACHO RUEDA

REPÚBLICA DE COLOMBIA

MINISTERIO DE RELACIONES EXTERIORES

O/J-697

El Ministerio de Relaciones Exteriores saluda atentamente a la Honorable Embajada de los Países Bajos y tiene el honor de comunicarle, en cumplimiento y para los efectos contemplados por el artículo octavo del „Acuerdo entre la República de Colombia y el Gobierno del Reino de los Países Bajos, relativo al suministro de voluntarios Neerlandeses para trabajar en Colombia”, que por parte del Gobierno de Colombia se han cumplido los requisitos legales establecidos para su validez por la Ley 24 de 1959.

El Ministerio de Relaciones Exteriores se vale de esta oportunidad para reiterar a la Honorable Embajada de los Países Bajos las seguridades de su más alta y distinguida consideración.

Bogotá, 5 de agosto de 1964

No. 1779

La Embajada Real de los Países Bajos saluda atentamente al Ministerio de Relaciones Exteriores y tiene el honor de comunicarle, en cumplimiento y para los efectos contemplados por el artículo octavo del „Acuerdo entre la República de Colombia y el Gobierno del Reino de los Países Bajos, relativo al suministro de Voluntarios Neerlandeses para trabajar en Colombia” que el Acuerdo ha sido puesto en vigencia por el Gobierno de los Países Bajos con una duración de un (1) año como máximo, en espera del procedimiento de ratificación definitiva en los Países Bajos.

La Embajada Real de los Países Bajos se vale de esta oportunidad para reiterar al Honorable Ministerio de Relaciones Exteriores las seguridades de su más alta y distinguida consideración.

Bogotá, 5 de agosto de 1964