Europese Overeenkomst betreffende personen die deelnemen aan procedures voor de Europese Commissie en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

European Agreement relating to persons participating in proceedings of the European Commission and Court of Human Rights

The member States of the Council of Europe, signatory hereto,

Having regard to the Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms, signed at Rome on 4th November 1950 (hereinafter referred to as “the Convention”);

Considering that it is expedient for the better fulfilment of the purposes of the Convention that persons taking part in proceedings before the European Commission of Human Rights (hereinafter referred to as “the Commission”) or the European Court of Human Rights (hereinafter referred to as “the Court”) shall be accorded certain immunities and facilities;

Desiring to conclude an Agreement for this purpose,

Have agreed as follows:

Article

1

Article

2

Article

3

Article

4

Article

5

Article

6

Nothing in this Agreement shall be construed as limiting or derogating from any of the obligations assumed by the Contracting Parties under the Convention.

Article

7

Article

8

Article

9

Article

10

Article

11

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council of:

  • (a)

    any signature without reservation in respect of ratification or acceptance;

  • (b)

    any signature with reservation in respect of ratification or acceptance;

  • (c)

    the deposit of any instrument of ratification or acceptance;

  • (d)

    any date of entry into force of this Agreement in accordance with Article 8 thereof;

  • (e)

    any declaration received in pursuance of the provisions of paragraph 2 of Article 4 and of paragraphs 2 and 3 of Article 9;

  • (f)

    any notification of withdrawal of a declaration in pursuance of the provisions of paragraph 2 of Article 4 and any notification received in pursuance of the provisions of Article 10 and the date on which any denunciation takes effect.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at London, this 6th day of May 1969, in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory States.

Europese Overeenkomst betreffende personen die deelnemen aan procedures voor de Europese Commissie en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

De Lid-Staten van de Raad van Europa die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Gelet op het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 (hierna te noemen „het Verdrag”);

Overwegende dat het voor een betere verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag wenselijk is dat aan personen die deelnemen aan procedures voor de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens (hierna te noemen „de Commissie”) of voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna te noemen „het Hof”) bepaalde immuniteiten worden toegekend en faciliteiten worden verleend;

Verlangende te dien einde een overeenkomst te sluiten,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst mag zo worden uitgelegd dat zij een ingevolge het Verdrag door de Overeenkomstsluitende Partijen aangegane verplichting zou beperken of daaraan afbreuk zou doen.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet de Lid-Staten van de Raad mededeling van:

  • (a)

    elke ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging of aanvaarding;

  • (b)

    elke ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging of aanvaarding;

  • (c)

    elke nederlegging van een akte van bekrachtiging of aanvaarding;

  • (d)

    elke datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst overeenkomstig het bepaalde in artikel 8;

  • (e)

    elke verklaring ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 4, tweede lid, en artikel 9, tweede en derde lid;

  • (f)

    elke kennisgeving van intrekking van een verklaring afgelegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, en elke kennisgeving ontvangen ingevolge de bepalingen van artikel 10 en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Londen, de zesde mei 1969, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk gezaghebbend, in één exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal doet aan elk der ondertekenende Staten een gewaarmerkt afschrift toekomen.