Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk België betreffende de verbetering van de vaarweg door de Westerschelde nabij Walsoorden

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk België betreffende de verbetering van de vaarweg door de Westerschelde nabij Walsoorden

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

De Regering van het Koninkrijk België,

Besloten hebbende de vaarweg door de Westerschelde nabij Walsoorden te verbeteren,

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL

I

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze Overeenkomst wordt verstaan:

  • a)

    onder „Nederlandse Minister”: de Nederlandse Minister belast met de zaken van de Waterstaat;

  • b)

    onder „Belgische Minister”: de Belgische Minister onder wiens bevoegdheid het Bestuur van Bruggen en Wegen (Bestuur der Waterwegen) valt;

  • c)

    onder „ambtenaren”: de ambtenaren welke respectievelijk door de genoemde Ministers worden aangewezen ter voldoening aan het vereiste van artikel 5 van de onderhavige Overeenkomst.

TITEL

II

Uit te voeren werken

Artikel

2

Ter verbetering van de vaarweg door de Westerschelde nabij Walsoorden worden de volgende werken uitgevoerd:

  • a)

    het weggraven van het Oude Hoofd te Walsoorden tot een diepte van N.A.P. - 15 m, over een lengte van 165 m gemeten op het niveau van N.A.P. - 1.20 m langs de as van het hoofd;

  • b)

    het afwerken van de nieuwe beëindiging van het hoofd, beneden het niveau van N.A.P. - 1.20 m onder een helling van 1 : 4 en boven het niveau van N.A.P. - 1 m onder een helling van 1 : 9 in de as van het hoofd gemeten;

  • c)

    het afwerken van de aangrenzende oevers ter weerszijden van het hoofd onder een helling van 1 : 4;

  • d)

    het beschermen van de oevers ter weerszijden van de as van het hoofd, naar het noordwesten over een lengte van circa 250 m en naar het zuiden over een lengte van circa 510 m, door middel van zinkstokken en stortsteen;

  • e)

    alle werken van tijdelijke en blijvende aard welke, in verband met, of als gevolg van, de uitvoering van de in dit artikel bedoelde werken, noodzakelijk of wenselijk blijken voor een doelmatige instandhouding dezer werken.

Artikel

3

De in artikel 2 bedoelde werken worden zo spoedig mogelijk aangevangen en voltooid. Zij worden uitgevoerd met inachtneming van de gegevens vermeld op de bij deze Overeenkomst behorende tekening.

TITEL

III

Voorbereiding en uitvoering der werken

Artikel

4

De Nederlandse Minister draagt zorg voor de voorbereiding en de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde werken, daaronder begrepen het opmaken van plannen en aanbestedingsbescheiden, het verkrijgen van de op grond van het Reglement van politie voor polders en waterschappen in Zeeland van 18 juli 1922 vereiste vergunning, het bergen van vrijkomende grond en de aanbesteding.

Artikel

5

De Nederlandse Minister belast een ambtenaar met de leiding van en het toezicht op de voorbereiding en de uitvoering van de werken. Deze ambtenaar pleegt regelmatig overleg met een door de Belgische Minister daartoe aangewezen ambtenaar, over alle vraagstukken van gemeenschappelijk belang welke zich bij de voorbereiding en de uitvoering van de werken mochten voordoen. Ter verzekering van een goede voortgang van de werken ontvangen bedoelde ambtenaren de nodige machtigingen.

Artikel

6

De bestekken en de overeenkomsten tot uitvoering van de werken behoeven de voorafgaande goedkeuring van de Belgische Minister. In deze stukken kan worden afgeweken van de in artikel 2 en op de bij deze Overeenkomst behorende tekening opgenomen gegevens. De Nederlandse Minister zendt de Belgische Minister afschriften toe van de gesloten aannemingsovereenkomsten.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Indien tijdens de uitvoering onvoorziene werken of maatregelen nodig zijn, welke een spoedeisend karakter hebben, kunnen deze worden uitgevoerd of getroffen zonder dat de in artikel 8 bedoelde goedkeuring is verkregen. In deze gevallen stelt de Nederlandse ambtenaar de Belgische ambtenaar hiervan zo spoedig mogelijk in kennis.

Artikel

10

De goedkeuring van de door de aannemers opgeleverde werken geschiedt niet dan na overleg tussen de ambtenaren.

TITEL

IV

Onderhoud en vernieuwing der werken

Artikel

11

Nederland draagt zorg voor het onderhoud en de vernieuwing van de in artikel 2 bedoelde werken.

TITEL

V

Kosten en betalingen

Artikel

12

Artikel

13

Ingeval, als rechtstreeks en aanwijsbaar gevolg van de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde werken, voorzieningen - buiten de in artikel 11 bedoelde normale onderhouds- en vernieuwingswerken - zijn vereist tot behoud van de zeewering tussen dijkpaal 73 van de Wilhelmuspolder en de veerhaven te Perkpolder, zal België, ten uitzonderlijke titel, de daaruit voortvloeiende kosten aan Nederland voldoen, indien de Nederlandse Regering zulks verzoekt. Deze verplichting geldt slechts tot tien jaar na de definitieve oplevering der in artikel 2 bedoelde werken.

Artikel

14

De kosten, verbonden aan het onderhoud en de vernieuwing van de in artikel 2 bedoelde werken, komen voor rekening van Nederland.

Artikel

15

België kan generlei aanspraak maken op de eigendom van de overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst uitgevoerde werken.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Indien de Belgische Minister bezwaar maakt tegen een door de Nederlandse Regering verrichte betaling of een gedeelte daarvan, stelt hij de Nederlandse Minister hiervan in kennis binnen zes weken na ontvangst van de betreffende opgave. In dat geval plegen de ambtenaren en zo nodig de Ministers overleg teneinde terzake zo spoedig mogelijk tot overeenstemming te komen.

Artikel

19

Nederland vergoedt aan België een enkelvoudige rente van 4% per jaar over de gelden welke op de in artikel 16, lid 2, genoemde rekening zijn gestort, voor zover deze nog niet werden besteed ingevolge de bepaling van artikel 17.

Artikel

20

Zo spoedig mogelijk na voltooiing van de in artikel 2 bedoelde werken, vindt tussen beide Regeringen een eindafrekening plaats van de aan de werken verbonden kosten, de door de Belgische Regering op de rekening, genoemd in artikel 16, lid 2, gestorte gelden en de verschuldigde rentevergoedingen.

TITEL

VI

Geschillen

Artikel

21

TITEL

VII

Slotbepalingen

Artikel

22

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, hiertoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 13e mei 1970, in tweevoud, in de Nederlandse en Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) J. LUNS

Voor de Regering van het Koninkrijk België:

(w.g.) W. VAN CAUWENBERG