Artikel
1
1)
De bevoegde autoriteiten van de Republiek Oostenrijk zullen aan de houder van een krachtens het bepaalde in artikel 28 van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 door de autoriteiten van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg of het Koninkrijk der Nederlanden afgegeven reisdocument, overeenkomstig het bepaalde in lid 11 van de Bijlage van dat Verdrag, een nieuw reisdocument uitreiken, indien de vluchteling rechtmatig
-
a)
langer dan de geldigheidsduur van het reisdocument, of
-
b)
tenminste twee jaren zonder onderbreking
op het grondgebied van de Republiek Oostenrijk verblijf heeft gehouden.