Europese Overeenkomst ter voorkoming van radio-omroep- of televisie-uitzendingen door stations buiten nationaal gebied

European Agreement for the prevention of broadcasts transmitted from stations outside national territories

The member States of the Council of Europe signatory hereto,

Considering that the aim of the Council of Europe is to achieve a greater unity between its Members;

Considering that the Radio Regulations annexed to the International Telecommunication Convention prohibit the establishment and use of broadcasting stations on board ships, aircraft or any other floating or airborne objects outside national territories;

Considering also the desirability of providing for the possibility of preventing the establishment and use of broadcasting stations on objects affixed to or supported by the bed of the sea outside national territories;

Considering the desirability of European collaboration in this matter,

Have agreed as follows:

Article

1

This Agreement is concerned with broadcasting stations which are installed or maintained on board ships, aircraft, or any other floating or airborne objects and which, outside national territories, transmit broadcasts intended for reception or capable of being received, wholly or in part, within the territory of any Contracting Party, or which cause harmful interference to any radio-communication service operating under the authority of a Contracting Party in accordance with the Radio Regulations.

Article

2

Article

3

Each Contracting Party shall, in accordance with its domestic law, apply the provisions of this Agreement in regard to:

  • (a)

    its nationals who have committed any act referred to in Article 2 on its territory, ships, or aircraft, or outside national territories on any ships, aircraft or any other floating or airborne object;

  • (b)

    non-nationals who, on its territory, ships or aircraft, or on board any floating or airborne object under its jurisdiction have committed any act referred to in Article 2.

Article

4

Nothing in this Agreement shall be deemed to prevent a Contracting Party:

  • (a)

    from also treating as punishable offences acts other than those referred to in Article 2 and also applying the provisions concerned to persons other than those referred to in Article 3;

  • (b)

    from also applying the provisions of this Agreement to broadcasting stations installed or maintained on objects affixed to or supported by the bed of the sea.

Article

5

The Contracting Parties may elect not to apply the provisions of this Agreement in respect of the services of performers which have been provided elsewhere than on the stations referred to in Article 1.

Article

6

The provisions of Article 2 shall not apply to any acts performed for the purpose of giving assistance to a ship or aircraft or any other floating or airborne object in distress or of protecting human life.

Article

7

No reservation may be made to the provisions of this Agreement.

Article

8

Article

9

Article

10

Article

11

Article

12

Article

13

The Secretary-General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council and the Government of any State which has acceded to this Agreement, of:

  • (a)

    any signature without reservation in respect of ratification or acceptance;

  • (b)

    any signature with reservation in respect of ratification or acceptance;

  • (c)

    any deposit of an instrument of ratification, acceptance or accession;

  • (d)

    any date of entry into force of this Agreement in accordance with Articles 9 and 10 thereof;

  • (e)

    any declaration received in pursuance of paragraphs 2 and 3 of Article 11;

  • (f)

    any notification received in pursuance of the provisions of Article 12 and the date on which denunciation takes effect.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at Strasbourg, this 22nd day of January 1965 in English and French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary-General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding States.

Europese Overeenkomst ter voorkoming van radio-omroep- of televisie-uitzendingen door stations buiten nationaal gebied

De Lid-Staten van de Raad van Europa die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Overwegende dat het doel van de Raad van Europa is een grotere eenheid tussen zijn Leden tot stand te brengen;

Overwegende dat het Radioreglement behorende bij het Internationale Verdrag betreffende de Verreberichtgeving, de oprichting en het gebruik verbiedt van radio-omroep- of televisiestations aan boord van schepen, luchtvaartuigen of andere drijvende of door de lucht gedragen voorwerpen die zich buiten nationaal gebied bevinden;

Mede overwegende dat het wenselijk is te voorzien in de mogelijkheid de oprichting en het gebruik te voorkomen van radio-omroep- of televisiestations die zich bevinden op voorwerpen, bevestigd op of gedragen door de zeebodem buiten nationaal gebied;

Overwegende dat Europese samenwerking te dezer zake wenselijk is,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Deze Overeenkomst heeft betrekking op radio-omroep- of televisiestations, ingericht of in stand gehouden aan boord van schepen, luchtvaartuigen of andere drijvende of door de lucht gedragen voorwerpen die buiten nationaal gebied uitzendingen verzorgen die, hetzij in hun geheel, hetzij gedeeltelijk, bedoeld zijn om te worden ontvangen of kunnen worden ontvangen op het gebied van een Overeenkomstsluitende Partij of die de ontvangst van een radio-elektrische zendinrichting die met toestemming van een Overeenkomstsluitende Partij wordt geëxploiteerd overeenkomstig het Radioreglement, hinderlijk storen.

Artikel

2

Artikel

3

Iedere Overeenkomstsluitende Partij past overeenkomstig haar nationale recht de bepalingen van deze Overeenkomst toe op:

  • (a)

    haar onderdanen die een feit bedoeld in artikel 2 hebben begaan binnen haar gebied of aan boord van schepen of luchtvaartuigen die haar nationaliteit bezitten, dan wel buiten nationaal gebied aan boord van schepen, luchtvaartuigen of andere drijvende of door de lucht gedragen voorwerpen;

  • (b)

    vreemdelingen die een feit bedoeld in artikel 2 hebben begaan binnen haar gebied of aan boord van schepen of luchtvaartuigen die haar nationaliteit bezitten, dan wel aan boord van een drijvend of door de lucht gedragen voorwerp dat onder haar rechtsmacht valt.

Artikel

4

Geen der bepalingen van deze Overeenkomst wordt geacht een Overeenkomstsluitende Partij te verhinderen:

  • (a)

    andere feiten strafbaar te stellen dan die bedoeld in artikel 2 of begaan door andere personen dan die bedoeld in artikel 3;

  • (b)

    de bepalingen van deze Overeenkomst toe te passen op radio-omroep- of televisiestations, ingericht of in stand gehouden op voorwerpen bevestigd op of gedragen door de zeebodem.

Artikel

5

Het is de Overeenkomstsluitende Partijen toegestaan deze Overeenkomst niet toe te passen met betrekking tot het optreden van artiesten buiten de in artikel 1 bedoelde stations.

Artikel

6

De bepalingen van artikel 2 zijn niet van toepassing op handelingen, verricht met het doel hulp te verlenen aan een schip of luchtvaartuig of een ander drijvend of door de lucht gedragen voorwerp dat zich in nood bevindt of met het doel mensenlevens te beschermen.

Artikel

7

Ten aanzien van de bepalingen van deze Overeenkomst mag geen voorbehoud worden gemaakt.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de Lid-, Staten van de Raad en de Regering van elke Staat die tot deze Overeenkomst is toegetreden, in kennis van:

  • (a)

    elke ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging of aanvaarding;

  • (b)

    elke ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging of aanvaarding;

  • (c)

    elke nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding;

  • (d)

    elke datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst overeenkomstig de artikelen 9 en 10;

  • (e)

    elke verklaring ontvangen ingevolge de leden 2 en 3 van artikel 11;

  • (ƒ)

    elke kennisgeving ontvangen ingevolge de bepalingen van artikel 12 en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend,

GEDAAN te Straatsburg, de 22ste januari 1965, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk gezaghebbend, in één exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet aan elk der ondertekenende en toetredende Staten gewaarmerkte afschriften toekomen.