Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond

Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond

De Regeringen van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag:

Overwegende,

Dat het onderzoek van het zuidelijk deel van de sterrenhemel veel minder gevorderd is dan dat van het noordelijk deel,

Dat, dientengevolge, de gegevens die de basis vormen van de kennis van ons melkwegstelsel in de verschillende gedeelten van de sterrenhemel geenszins gelijkwaardig zijn en dat het noodzakelijk is deze gegevens te verbeteren en, voor zover zij onvoldoende zijn, aan te vullen,

Dat het, met name, bijzonder te betreuren is dat sterrenstelsels die in het noordelijk deel van de sterrenhemel geen equivalent hebben, voor de grootste thans in gebruik zijnde instrumenten bijna ontoegankelijk zijn,

Dat hieruit blijkt dat het noodzakelijk is spoedig op het zuidelijk halfrond krachtige, met die op het noordelijk halfrond vergelijkbare instrumenten te installeren, doch dat dit voornemen slechts met succes kan worden volbracht door middel van internationale samenwerking;

Verlangende gezamenlijk een sterrenwacht op het zuidelijk halfrond op te lichten, voorzien van krachtige instrumenten, en op deze wijze de samenwerking op het gebied van het astronomisch onderzoek te stimuleren en te organiseren;

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen:

Artikel

I

Oprichting van de Organisatie

Artikel

II

Doelstellingen

Artikel

III

De Leden

Artikel

IV

Organen

De Organisatie bestaat uit de Raad en de Directeur.

Artikel

V

De Raad

Artikel

VI

Directeur en personeel

Artikel

VII

Financiële bijdragen

Artikel

VIII

Wijzigingen

Artikel

IX

Geschillen

Tenzij de betrokken Lid-Staten een andere wijze van beslechting aanvaarden, wordt ieder geschil tussen de Lid-Staten betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag of van het Financiële Protocol, dat niet kan worden beslecht door bemiddeling van de Raad, bij het Permanente Hof van Arbitrage te 's-Gravenhage aanhangig gemaakt, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen van 18 oktober 1907.

Artikel

X

Uittreding

ledere Lid-Staat van de Organisatie kan na een termijn van ten minste tien jaar, te rekenen van de datum waarop hij lid van de Organisatie werd, de Voorzitter van de Raad schriftelijk mededelen dat hij uit de Organisatie treedt. Een zodanige uittreding wordt van kracht aan het einde van het boekjaar volgende op dat waarin de Voorzitter de desbetreffende mededeling heeft ontvangen. Een Lid-Staat die uit de Organisatie treedt kan geen enkel recht doen gelden op de activa van de Organisatie, noch op het bedrag van de door hem reeds gestorte bijdragen.

Artikel

XI

Het niet-nakomen van verplichtingen

Indien een van de Leden van de Organisatie niet langer aan de uit dit Verdrag of het Financiële Protocol voortvloeiende verplichtingen voldoet, wordt dat Lid door de Raad verzocht zich te houden aan de bepalingen van dit Verdrag of van dit Protocol. Indien dat Lid niet aan het verzoek van de Raad voldoet binnen de daarvoor gestelde termijn, kunnen de overige Leden met eenparigheid van stemmen beslissen hun samenwerking binnen de Organisatie zonder dat Lid voort te zetten. In dat geval kan die Staat geen enkel recht doen gelden op de activa van de Organisatie, noch op het bedrag van de door hem reeds gestorte bijdragen.

Artikel

XII

Opheffing

De Organisatie kan te allen tijde bij een met twee-derde meerderheid van stemmen van de Lid-Staten genomen besluit worden opgeheven. Bij dit besluit wordt tevens een vereffenaar benoemd, tenzij bij de opheffing met eenparigheid van stemmen een overeenkomst tussen de Lid-Staten tot stand komt. De activa van de Organisatie worden tussen de Staten die op het tijdstip van de opheffing lid van de Organisatie zijn, verdeeld, in de verhouding van de daadwerkelijk door hen betaalde bijdragen sinds zij partij bij dit Verdrag zijn. Eventuele passiva worden door deze Staten aangevuld in de verhouding van de voor het op dat ogenblik lopende boekjaar vastgestelde bijdragen.

Artikel

XIII

Ondertekening - Toetreding

Artikel

XIV

Inwerkingtreding

Artikel

XV

Mededelingen

Artikel

XVI

Registratie

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Franse Republiek doet dit Verdrag en het daaraan gehechte Financiële Protocol, zodra zij in werking zijn getreden, registreren bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Parijs, de 5 October 1962 in een enkel exemplaar, in de Duitse, de Franse, de Nederlandse en de Zweedse taal; in geval van geschil is de Franse tekst doorslaggevend. Dit exemplaar wordt nedergelegd in het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Franse Republiek.

Genoemd Ministerie doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift aan de ondertekenende of toetredende Staten toekomen.

Financieel Protocol bij het Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond

De Regeringen van de Staten die partij zijn bij het Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond, hierna te noemen „het Verdrag”,

Verlangende voorzieningen te treffen voor het financiële beheer van de Organisatie,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen:

Artikel

1

Begroting

Artikel

2

Aanvullende begroting

Indien de omstandigheden zulks nodig maken kan de Raad de Directeur verzoeken een aanvullende of een herziene begroting in te dienen. Een besluit dat extra uitgaven met zich medebrengt wordt niet geacht door de Raad te zijn goedgekeurd, tenzij de Raad eveneens een door de Directeur ingediende raming van de daaruit voortvloeiende uitgaven heeft goedgekeurd.

Artikel

3

Financiële Commissie

De Raad stelt een Financiële Commissie in, bestaande uit vertegenwoordigers van alle Lid-Staten; de bevoegdheden van deze vertegenwoordigers worden bepaald in het in artikel 8 van dit Protocol bedoelde Financiële Reglement. De Directeur legt de ramingen op de begroting aan de Commissie voor, waarna ze worden doorgezonden aan de Raad met het rapport dat de Commissie daaromtrent heeft uitgebracht.

Artikel

4

Bijdragen

Artikel

5

Valuta waarin de bijdragen dienen te worden betaald

Artikel

6

Werkfonds

De Raad kan een werkfonds vormen.

Artikel

7

Boekhouding en controle

Artikel

8

Financieel Reglement

Het Financiële Reglement regelt alle bijzonderheden ten aanzien van de begroting, de boekhouding en de financiën van de Organisatie.

Het Financiële Reglement wordt met eenparigheid van stemmen door de Raad goedgekeurd.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Parijs, de 5 October 1962 in een enkel exemplaar, in de Duitse, de Franse, de Nederlandse en de Zweedse taal; in geval van geschil is de Franse tekst doorslaggevend. Dit exemplaar zal worden nedergelegd in het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Franse Republiek.

Genoemd Ministerie doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift aan de ondertekenende of toetredende Staten toekomen.

BIJLAGE

Bijdragen voor het tijdvak dat eindigt op 31 december van het jaar waarin het Verdrag in werking treedt

  • (a)

    De Staten die partij zijn bij het Verdrag op de datum waarop het in werking treedt, en de Staten die lid van de Organisatie worden tijdens het bovengenoemde tijdvak, dragen tezamen het totaal van de uitgaven zoals deze voorkomen in de voorlopige ramingen op de begroting, vastgesteld door de Raad overeenkomstig artikel 4, lid 1, van het Financiële Protocol.

  • (b)

    De bijdragen van de Staten die lid van de Organisatie worden tijdens het bovengenoemde tijdvak worden voorlopig vastgesteld op een zodanige wijze dat de bijdragen van alle Lid-Staten evenredig zijn aan de in paragraaf d van deze Bijlage vermelde percentages. De bijdragen van deze nieuwe leden dienen hetzij om later een gedeelte van de reeds betaalde voorlopige bijdragen terug te betalen, zoals bepaald in paragraaf c van deze Bijlage, hetzij om de aanvullende begrotingstoelagen voor de tenuitvoerlegging van het basisprogramma, die door de Raad tijdens dit tijdvak zijn goedgekeurd, te dekken.

  • (c)

    Het definitieve bedrag van de voor genoemd tijdvak verschuldigde bijdragen wordt met terugwerkende kracht vastgesteld op grond van de algehele begroting voor dat tijdvak, zoals deze zou zijn geweest indien alle Lid-Staten partij bij het Verdrag waren geweest op het tijdstip waarop het in werking trad. Ieder door een Lid-Staat betaald bedrag boven het met terugwerkende kracht vastgestelde bedrag, wordt op het tegoed van deze Staat geboekt.

  • (d)

    Indien alle Lid-Staten vermeld in de hieronderstaande schaal lid van de Organisatie zijn geworden voor het bovengenoemde tijdvak, zijn de percentages van hun bijdragen voor de algehele begroting over dat tijdvak als volgt:

    Bondsrepubliek Duitsland

    33,33 %

    België

    11,32%

    Frankrijk

    33,33 %

    Nederland

    10,49 %

    Zweden

    11,53 %

    Totaal

    100,00 %

  • (e)

    Indien het maximum van de jaarlijkse bijdragen zoals bepaald in lid 1c van artikel VII van het Verdrag wordt gewijzigd, wordt de hierboven vermelde schaal overeenkomstig gewijzigd.