-
6.1
het toezien op alle activiteiten van de Unie tussen Congressen in, rekening houdend met de besluiten van het Congres, door bestudering van de vraagstukken betreffende regeringsbeleid op postaal gebied en rekening houdend met de internationale beleidslijnen inzake regulering, zoals die welke betrekking hebben op de handel in diensten en mededinging;
-
6.2
in het kader van zijn bevoegdheden het in overweging nemen en goedkeuren van elke maatregel die nodig is voor het waarborgen en verhogen van de kwaliteit van de internationale postale dienst en deze moderniseren;
-
6.3
het bevorderen, coördineren en toezien op alle vormen van postale technische bijstand in het kader van internationale technische samenwerking;
-
6.4
het bestuderen en goedkeuren van de begroting en de jaarrekeningen van de Unie;
-
6.5
het toestaan, indien de omstandigheden zulks vereisen, van de overschrijding van het uitgavenplafond overeenkomstig artikel 128.3 tot en met 128.5;
-
6.6
het vaststellen van het Financieel Reglement van de UPU;
-
6.7
het vaststellen van de regels van het Reservefonds;
-
6.8
het vaststellen van de regels van het Bijzondere Fonds;
-
6.9
het vaststellen van de regels van het Fonds Bijzondere Activiteiten;
-
6.10
het vaststellen van de regels van het Vrijwillige Fonds;
-
6.11
het zorgdragen voor de controle van de activiteiten van het Internationaal Bureau;
-
6.12
het, op verzoek, toestaan van de keuze van een lagere contributieklasse, overeenkomstig de in artikel 130.6 bedoelde voorwaarden;
-
6.13
het, op verzoek van een land, toestaan van de verandering van geografische groep, met inachtneming van de zienswijze van de landen die lid zijn van de betrokken geografische groepen;
-
6.14
het vaststellen van de Rechtspositie van het personeel en de arbeidsvoorwaarden van de gekozen functionarissen;
-
6.15
het creëren of schrappen van arbeidsplaatsen bij het Internationaal Bureau, rekening houdend met de beperkingen die samenhangen met het vastgestelde uitgavenplafond;
-
6.16
het vaststellen van het Reglement van het Sociaal Fonds;
-
6.17
het goedkeuren van de door het Internationaal Bureau opgestelde tweejaarlijkse verslagen betreffende de activiteiten van de Unie en het financieel beheer en, in voorkomend geval, het leveren van commentaar hierop;
-
6.18
het nemen van beslissingen omtrent te leggen contacten met postdiensten voor het vervullen van zijn taken;
-
6.19
het, na overleg met de Postraad, nemen van beslissingen omtrent te leggen contacten met de organisaties die niet van rechtswege waarnemer zijn, het bestuderen en goedkeuren van de verslagen van het Internationaal Bureau over de betrekkingen van de UPU met de andere internationale instanties, het nemen van de door hem opportuun geachte maatregelen met betrekking tot het beheer van deze betrekkingen en het hieraan te geven gevolg; het, op een gelegen moment, na overleg met de Postraad en met de Secretaris-Generaal, aanwijzen van de daarvoor in aanmerking komende internationale organisaties, verenigingen, bedrijven en personen die moeten worden uitgenodigd om zich bij specifieke zittingen van het Congres en van de Commissies ervan te laten vertegenwoordigen wanneer dat in het belang van de Unie is of de werkzaamheden van het Congres ten goede kan komen, en het belasten van de Directeur-Generaal van het Internationaal Bureau met de verzending van de vereiste uitnodigingen;
-
6.20
het vaststellen, wanneer hij zulks nuttig acht, van de beginselen waarmee de Postraad rekening moet houden bij de bestudering van vraagstukken die belangrijke financiële gevolgen hebben (toeslagen, eindkosten, doorvoerkosten, basistarief van luchtvervoer van post en terpostbezorging van brievenpost in het buitenland), het nauwgezet volgen van de bestudering van deze vraagstukken en het beoordelen en goedkeuren van de op dezelfde onderwerpen betrekking hebbende voorstellen van de Postraad, teneinde te waarborgen dat deze overeenkomen met de eerdergenoemde beginselen;
-
6.21
het, op verzoek van het Congres, van de Postraad of van de postdiensten, bestuderen van de problemen van bestuurlijke, wetgevende en juridische aard die de Unie of de internationale postdienst aangaan; het is de taak van de Raad van Bestuur te besluiten of het op bovengenoemde gebieden al dan niet opportuun is de tussen de Congressen in door de postdiensten verzochte studies te ondernemen;
-
6.22
het uitbrengen van voorstellen die ter goedkeuring worden voorgelegd aan hetzij het Congres, hetzij de postdiensten overeenkomstig artikel 124;
-
6.23
het goedkeuren, in het kader van zijn bevoegdheden, van de aanbevelingen van de Postraad betreffende de aanneming, indien nodig, van regelgeving of een nieuwe werkwijze in afwachting van een besluit ter zake door het Congres;
-
6.24
het beoordelen van het door de Postraad opgestelde jaarverslag en, in voorkomend geval, de door deze Raad ingediende voorstellen;
-
6.25
het ter beoordeling aan de Postraad voorleggen van studieonderwerpen, overeenkomstig artikel 104.9.16;
-
6.26
het aanwijzen van het land waar het volgende Congres zitting heeft in het in artikel 101.4 bedoelde geval;
-
6.27
het, te gelegener tijd en na overleg met de Postraad, vaststellen van het aantal Commissies dat benodigd is om de werkzaamheden van het Congres te verrichten en het vaststellen van hun bevoegdheden;
-
6.28
het, na overleg met de Postraad en onder voorbehoud van de goedkeuring van het Congres, aanwijzen van de lidstaten die mogelijk:
-
–
de vice-voorzitterschappen van het Congres en de voorzitterschappen en vice-voorzitterschappen van de Commissies op zich kunnen nemen, zo veel mogelijk rekening houdend met een billijke geografische spreiding van de lidstaten;
-
–
deel kunnen uitmaken van de Besloten Commissies van het Congres;
-
6.29
het beoordelen en goedkeuren van het ontwerp-strategisch plan dat aan het Congres moet worden voorgelegd en dat met de hulp van het Internationaal Bureau is opgesteld door de Postraad; het beoordelen en goedkeuren van de jaarlijkse herzieningen van het door het Congres vastgestelde plan, op basis van de aanbevelingen van de Postraad, en het met de Postraad samenwerken aan de jaarlijkse opstelling en actualisering van het plan;
-
6.30
het vaststellen van het kader voor de organisatie van de Adviescommissie en het goedkeuren van de organisatie van de Adviescommissie, overeenkomstig de bepalingen van artikel 106;
-
6.31
het vaststellen van de criteria voor toetreding tot de Adviescommissie en het inwilligen of afwijzen van toetredingsverzoeken aan de hand van deze criteria, waarbij er voor wordt gezorgd dat deze door middel van een versnelde procedure, tussen de vergaderingen van de Raad van Bestuur, worden behandeld;
-
6.32
het aanwijzen van de leden die deel van de Adviescommissie zullen uitmaken;
-
6.33
het in ontvangst nemen van de verslagen alsmede de aanbevelingen van de Adviescommissie en hierover beraadslagen, en het bestuderen van de aanbevelingen van de Adviescommissie met het oog op de voorlegging ervan aan het Congres.