Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, houdende verdere vaststelling van een ontginningsgrens voor de aan beide zijden van de grens langs de Maas gelegen steenkolenmijnen

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, houdende verdere vaststelling van een ontginningsgrens voor de aan beide zijden van de grens langs de Maas gelegen steenkolenmijnen

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, enerzijds,

en

Zijne Majesteit de Koning der Belgen, anderzijds,

Geleid door de wens, de winning van steenkolen in aan beide zijden van de Nederlands-Belgische grens langs de Maas gelegen steenkolenmijnen te vergemakkelijken en daardoor het verlies van ontginbare kolen tot een minimum te beperken,

hebben besloten in aansluiting op het op 23 oktober 1950 te Brussel tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België gesloten Verdrag een verdere ontginningsgrens vast te stellen

en hebben te dien einde tot hun gevolmachtigden benoemd, te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

Zijne Excellentie Jonkheer E. Teixeira de Mattos, buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur te Brussel;

Zijne Majesteit de Koning der Belgen:

Zijne Excellentie de heer P.-H. Spaak, Minister van Buitenlandse Zaken,

Die, na elkander hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben overgelegd, zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Artikel

2

Het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 6 van het op 23 oktober 1950 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België te Brussel gesloten Verdrag geldt ten deze op overeenkomstige wijze, zij het met dien verstande dat voor de toepassing van dit Verdrag:

  • a)

    in artikel 2 lid 1 in plaats van „km raai 30 tot km raai 50” wordt gelezen: „km raai 25 tot km raai 30”;

  • b)

    waar in die artikelen 2 tot en met 6 enige bevoegdheid of verplichting berust bij de aan Belgische zijde gelegen mijn, deze berust bij de concessionaris, de Belgische Staat;

  • c)

    zolang slechts één van beide concessionarissen tot ontginning in zijn concessiegebied binnen een strook van 1 km ter weerszijden van de ontginningsgrens is overgegaan, in afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 4, deze concessionaris alle daar genoemde door zijn ontginning veroorzaakte kosten volledig zal dragen en in afwijking van het bepaalde in artikel 5, sub e, uitsluitend deze concessionaris aansprakelijk zal zijn voor de daar bedoelde door zijn ontginning teweeggebrachte rechtsgevolgen.

Artikel

3

TEN BLIJKE WAARVAN de wederzijdse gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend en van hun zegel hebben voorzien.

GEDAAN te Brussel, de 5de april 1963, in twee exemplaren, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde de Nederlandse en de Franse tekst gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

Pour le Royaume des Pays-Bas:

(w.g.) E. TEIXEIRA DE MATTOS

Voor het Koninkrijk België:

Pour le Royaume de Belgique:

(w.g.) P.-H. SPAAK

Bijlage