Verdrag betreffende de vaststelling van minimumlonen, in het bijzonder met betrekking tot de ontwikkelingslanden

Convention concerning minimum wage fixing, with special reference to developing countries

The General Conference of the International Labour Organisation,

Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Fifty-fourth Session on 3 June 1970, and

Noting the terms of the Minimum Wage-Fixing Machinery Convention, 1928, and the Equal Remuneration Convention, 1951, which have been widely ratified, as well as of the Minimum Wage Fixing Machinery (Agriculture) Convention, 1951, and

Considering that these Conventions have played a valuable part in protecting disadvantaged groups of wage earners, and

Considering that the time has come to adopt a further instrument complementing these Conventions and providing protection for wage earners against unduly low wages, which, while of general application, pays special regard to the needs of developing countries, and

Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to minimum wage fixing machinery and related problems, with special reference to developing countries, which is the fifth item on the agenda of the session, and

Having determined that these proposals shall take the form of an international Convention,

adopts this twenty-second day of June of the year one thousand nine hundred and seventy the following Convention, which may be cited as the Minimum Wage Fixing Convention, 1970:

Article

1

Article

2

Article

3

The elements to be taken into consideration in determining the level of minimum wages shall, so far as possible and appropriate in relation to national practice and conditions, include –

  • (a)

    the needs of workers and their families, taking into account the general level of wages in the country, the cost of living, social security benefits, and the relative living standards of other social groups;

  • (b)

    economic factors, including the requirements of economic development, levels of productivity and the desirability of attaining and maintaining a high level of employment.

Article

4

Article

5

Appropriate measures, such as adequate inspection reinforced by other necessary measures, shall be taken to ensure the effective application of all provisions relating to minimum wages.

Article

6

This Convention shall not be regarded as revising any existing Convention.

Article

7

The formal ratifications of this Convention shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.

Article

8

Article

9

Article

10

Article

11

The Director-General of the International Labour Office shall communicate to the Secretary-General of the United Nations for registration in accordance with Article 102 of the Charter of the United Nations full particulars of all ratifications and acts of denunciation registered by him in accordance with the provisions of the preceding Articles.

Article

12

At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.

Article

13

Article

14

The English and French versions of the text of this Convention are equally authoritative.

The foregoing is the authentic text of the Convention duly adopted by the General Conference of the International Labour Organisation during its Fifty-fourth Session which was held at Geneva and declared closed the twenty-fifth day of June 1970.

IN FAITH WHEREOF we have appended our signatures this twenty-fifth day of June 1970.

Verdrag betreffende de vaststelling van minimumlonen, in het bijzonder met betrekking tot de ontwikkelingslanden

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau, en aldaar bijeengekomen op 3 juni 1970 in haar vierenvijftigste zitting, en

Gelet op de voorwaarden vervat in het Verdrag betreffende de invoering of de handhaving van methodes tot vaststelling van minimumlonen, 1928, en het Verdrag betreffende gelijke beloning, 1951, die op ruime schaal zijn bekrachtigd, alsmede op het Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimum-lonen in de landbouw, 1951, en

Overwegende, dat deze Verdragen een waardevolle bijdrage hebben geleverd aan de bescherming van in een ongunstige positie verkerende groepen van loontrekkenden, en

Overwegende, dat de tijd is gekomen voor het aannemen van een nieuwe akte, ter aanvulling van deze Verdragen en ter bescherming van de loontrekkenden tegen te lage lonen en die, hoewel van algemene toepassing, in het bijzonder aandacht besteedt aan de behoeften van de ontwikkelingslanden, en

Besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen ten aanzien van de te volgen procedure voor het vaststellen van minimumlonen en de daarmee samenhangende problemen, in het bijzonder met betrekking tot de ontwikkelingslanden, hetwelk als vijfde punt op de agenda van de zitting is geplaatst, en

Bepaald hebbende, dat deze voorstellen de vorm van een Internationaal Arbeidsverdrag moeten krijgen,

neemt heden, 22 juni 1970, het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als „Verdrag betreffende het vaststellen van minimumlonen, 1970”:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De bij het vaststellen van het minimumloonniveau in aanmerking te nemen elementen dienen, voor zover zulks mogelijk en geëigend is in verband met nationale gebruiken en omstandigheden, te omvatten:

  • (a)

    de behoeften van werknemers en hun gezinnen, rekening houdend met het algemene loonniveau in het land, de kosten van levensonderhoud, sociale voorzieningen en de relatieve levensstandaard van andere groepen in de maatschappij;

  • (b)

    economische factoren, o.a. de behoeften van economische ontwikkeling, de arbeidsproduktiviteit en de wenselijkheid een ruime werkgelegenheid te scheppen en te handhaven.

Artikel

4

Artikel

5

Er dienen maatregelen te worden getroffen, zoals voldoende controle, aangevuld met verdere noodzakelijke maatregelen, ten einde daadwerkelijke toepassing van alle bepalingen met betrekking tot minimumlonen te verzekeren.

Artikel

6

Dit Verdrag dient niet te worden beschouwd als een herziening van een bestaand verdrag.

Artikel

7

De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen welke hij overeenkomstig de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.

Artikel

12

De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau brengt, telkens wanneer hij dat noodzakelijk acht, aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is een gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel

13

Artikel

14

De Engelse en Franse versies van de tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk gezaghebbend.

De voorafgaande tekst is de authentieke tekst van het Verdrag naar behoren aangenomen door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie in haar vierenvijftigste zitting welke werd gehouden te Genève en voor gesloten werd verklaard op 25 juni 1970.

TEN BLIJKE WAARVAN wij onze handtekeningen hebben geplaatst op de vijfentwintigste dag van de maand juni 1970.