Verdrag betreffende het medische onderzoek naar de geschiktheid van jeugdige personen voor tewerkstelling ondergronds in de mijnen

Convention concerning Medical Examination of Young Persons for Fitness for Employment Underground in Mines

The General Conference of the International Labour Organisation,

Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Forty-ninth Session on 2 June 1965, and

Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to medical examination of young persons for fitness for employment underground in mines, which is included in the fourth item on the agenda of the session, and

Noting that the Medical Examination of Young Persons (Industry) Convention, 1946, which is applicable to mines, provides that children and young persons under 18 years of age shall not be admitted to employment by an industrial undertaking unless they have been found fit for the work on which they are to be employed by a thorough medical examination, that the continued employment of a child or young person under 18 years of age shall be subject to the repetition of a medical examination at intervals of not more than one year, and that national laws or regulations shall make provision concerning additional re-examinations, and

Noting that the Convention further provides that in occupations which involve high health risks medical examination and re-examinations for fitness for employment shall be required until at least the age of 21 years, and that national laws or regulations shall either specify or empower an appropriate authority to specify the occupations or categories or occupations to which this requirement applies, and

Considering that, in view of the health risks inherent in employment underground in mines, international standards requiring medical examination and periodic re-examination for fitness for employment underground in mines until the age of 21 years, and specifying the nature of these examinations, are desirable, and

Having determined that these standards shall take the form of an international Convention,

adopts this twenty-third day of June of the year one thousand nine hundred and sixty-five the following Convention, which may be cited as the Medical Examination of Young Persons (Underground Work) Convention, 1965:

Article

1

Article

2

Article

3

Article

4

Article

5

The competent authority in each country shall consult the most representative organisations of employers ands workers concerned before determining general policies of implementation and before adopting regulations in pursuance of the terms of this Convention.

Article

6

The formal ratifications of this Convention shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.

Article

7

Article

8

Article

9

Article

10

The Director-General of the International Labour Office shall communicate to the Secretary-General of the United Nations for registration in accordance with Article 102 of the Charter of the United Nations full particulars of all ratifications and acts of denunciation registered by him in accordance with the provisions of the preceding Articles.

Article

11

At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.

Article

12

Article

13

The English and French versions of the text of this Convention are equally authoritative.

Verdrag betreffende het medisch onderzoek naar de geschiktheid van jeugdige personen voor tewerkstelling ondergronds in de mijnen

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 2 juni 1965 in haar negenenveertigste zitting;

Besloten hebbende bepaalde voorstellen aan te nemen betreffende het medisch onderzoek naar de geschiktheid van jeugdige personen voor tewerkstelling ondergronds in de mijnen, welk onderwerp een onderdeel is van het vierde punt van de agenda der zitting;

In aanmerking nemend dat het Verdrag betreffende het medisch onderzoek van jeugdige personen (industrie), 1946, dat op de mijnen van toepassing is, bepaalt dat tewerkstelling van kinderen en jeugdige personen beneden de leeftijd van 18 jaar in een industriële onderneming slechts kan worden toegestaan indien deze, blijkens een grondig medisch onderzoek, geschikt zijn bevonden voor het werk dat zij moeten verrichten, dat de voortzetting van de arbeidsverhouding met een kind of met een jeugdig persoon beneden de leeftijd van 18 jaar gebonden is aan de voorwaarde dat het medisch onderzoek wordt herhaald met tussenpozen van ten hoogste een jaar en dat de nationale wetgeving bepalingen dient te bevatten betreffende aanvullend medisch onderzoek;

In aanmerking nemend dat het Verdrag voorts bepaalt dat, voor zover het beroepen betreft aan de uitoefening waarvan ernstige gevaren voor de gezondheid zijn verbonden, medisch onderzoek naar de geschiktheid van betrokkenen voor het werk en het periodiek herhalen hiervan ten minste totdat de leeftijd van eenentwintig jaar is bereikt verplicht moeten zijn gesteld, en dat hetzij in de nationale wetgeving zelf de beroepen of categorieën van beroepen waarvoor deze verplichting geldt worden vastgesteld, hetzij in die wetgeving een in aanmerking komende autoriteit met die bevoegdheid wordt bekleed;

Overwegende dat het wenselijk is, met het oog op de gevaren voor de gezondheid die het ondergronds werken in de mijnen meebrengt, internationale normen vast te stellen waarin zowel een medisch onderzoek als een periodieke herhaling daarvan tot de leeftijd van eenentwintig jaar naar de geschiktheid van betrokkenen voor tewerkstelling ondergronds in de mijnen verplicht wordt gesteld, en waarin de aard van dit onderzoek wordt omschreven;

Besloten hebbende dat deze normen de vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag,

Neemt heden, de 23ste juni 1965, het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als het „Verdrag betreffende het medisch onderzoek van jeugdige personen (ondergrondse arbeid) 1965”:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De bevoegde autoriteit in elk land hoort de meest representatieve organisaties van de betrokken werkgevers en werknemers alvorens zij het algemene beleid voor de toepassing van dit Verdrag bepaalt en regelen stelt om hieraan uitvoering te geven.

Artikel

6

De formele bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties mededeling, ter registratie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden betreffende alle bekrachtigingen en opzeggingen, welke door hem overeenkomstig de voorgaande artikelen zijn geregistreerd.

Artikel

11

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig oordeelt, brengt deze Raad aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda der Conferentie te plaatsen.

Artikel

12

Artikel

13

De Franse en de Engelse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.