Protocol betreffende de nationale behandeling bij de aanbesteding van werken en de aankoop van goederen

Protocol betreffende de nationale behandeling bij de aanbesteding van werken en de aankoop van goederen

Preambule

De Regeringen van Nederland, België en Luxemburg,

Gelet op hoofdstuk IV, punt 3, van het Protocol van Oostende van 31 juli 1950, betreffende de nationale behandeling inzake openbare aanbestedingen;

Gelet op de beginselen, nedergelegd in artikel VI van het op 15 october 1949 ondertekende Voor-Unie Accoord, alsmede in punt 5 van het daarbij behorende Protocol van Ondertekening;

Bezield door de wens te komen tot een volledige toepassing van het beginsel der nationale behandeling in het raam der Economische Unie;

Erkennende dat dit doel slechts geleidelijk kan worden bereikt;

Zijn ter verwezenlijking van een eerste stap in deze richting het navolgende overeengekomen:

Artikel

1

Vervallen

Artikel

2

Vervallen

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De aannemers en leveranciers uit de partnerlanden worden vrijgesteld van de verplichting, vóór de aanbesteding een waarborgsom te storten.

Artikel

6

De termijnen, gedurende welke de inschrijver gehouden is tot gestanddoening van zijn aanbieding, zullen in de drie landen met elkaar in overeenstemming worden gebracht.

Artikel

7

De inschrijving dient te geschieden in de valuta van het land waar de aanbesteding plaats vindt.

Artikel

8

De instelling van de bijzondere gemengde Commissie bedoeld in hoofdstuk IV, punt 3 van het Protocol van Oostende van 31 juli 1950 wordt bevestigd.

Deze Commissie te noemen „Commissie voor de Aanbestedingen” zal hierna worden aangeduid met: de Commissie.

De Commissie ressorteert rechtstreeks onder de Vergadering van de Voorzitters der Raden.

Zij heeft tot algemene opdracht ervoor te waken, dat de bepalingen van dit Protocol worden toegepast en brengt jaarlijks verslag uit.

Hiertoe verzamelt zij alle gegevens ter verkrijging van een overzicht van de ontwikkeling van de toestand op het gebied van de aanbestedingen en ter vaststelling van de eventuele ongelijkheid als bedoeld in artikel 9 van dit Protocol.

De Commissie is belast met de behandeling van verzoeken om inlichtingen en het onderzoek van klachten.

Zij bevestigt de belanghebbenden de ontvangst der klachten en brengt de conclusies van haar onderzoeken met redenen omkleed ter kennis van de Minister, onder wie de overheidsinstellingen die de betreffende aanbestedingen hebben gehouden, ressorteren.

De adressen waaraan in elk der drie landen de verzoeken om inlichtingen en de klachten kunnen worden gezonden zullen worden openbaar gemaakt.

De Commissie is verplicht tot geheimhouding van alle gegevens van bijzondere of individuele aard welke haar uit hoofde van de uitoefening van haar taak bekend zijn geworden.

Artikel

9

Vervallen

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Vervallen

Artikel

12

Dit Protocol zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden neder gelegd bij de Regering van België.

Het zal in werking treden de dag na nederlegging van de derde akte van bekrachtiging.

Gedaan te Brussel, op 6 juli 1956, in drievoud, in de Nederlandse en Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.