Artikel
1
1
Geschillen welke tussen beide Overeenkomstsluitende Partijen mochten zijn gerezen of mochten rijzen inzake de uitlegging of toepassing van de op 17 oktober 1868 te Mannheim ondertekende Herziene Rijnvaartakte, zoals nadien gewijzigd, kunnen door beide Overkomstsluitende Partijen bij wege van een daartoe gesloten bijzondere overeenkomst, of door een van hen door middel van een rekwest, ter beslissing aan het Internationale Gerechtshof worden voorgelegd.