Overeenkomst betreffende de toepassing van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen

Overeenkomst betreffende de toepassing van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen

De Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen,

verlangende de justitiële samenwerking tussen deze Staten in de strijd tegen gewelddaden te versterken,

in afwachting van de bekrachtiging zonder voorbehoud van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme, ondertekend te Straatsburg op 27 januari 1977, hierna te noemen „het Europees Verdrag”, door alle Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen, hierna te noemen „de Lid-Staten”,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Deze Overeenkomst is van toepassing op de betrekkingen tussen twee Lid-Staten waarvan ten minste één geen partij is bij het Europees Verdrag of wel partij is bij dat Verdrag, maar een voorbehoud heeft gemaakt.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Elk geschil tussen de Lid-Staten inzake de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, dat niet door onderhandelingen is beslecht, wordt op verzoek van een bij het geschil betrokken partij onderworpen aan de in artikel 10 van het Europees Verdrag bedoelde scheidsrechterlijke procedure.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Deze Overeenkomst houdt op te werken op de dag waarop alle Lid-Staten zonder voorbehoud partij worden bij het Europees Verdrag.

GEDAAN te Dublin, de vierde december 1979 in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Ierse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, in één exemplaar, dat wordt nedergelegd in het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Ierland, dat aan alle Lid-Staten voor eensluidend gewaarmerkte afschriften toezendt.