Artikel
1
Deze Overeenkomst is van toepassing op de betrekkingen tussen twee Lid-Staten waarvan ten minste één geen partij is bij het Europees Verdrag of wel partij is bij dat Verdrag, maar een voorbehoud heeft gemaakt.
De Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen,
verlangende de justitiële samenwerking tussen deze Staten in de strijd tegen gewelddaden te versterken,
in afwachting van de bekrachtiging zonder voorbehoud van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme, ondertekend te Straatsburg op 27 januari 1977, hierna te noemen „het Europees Verdrag”, door alle Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen, hierna te noemen „de Lid-Staten”,
zijn het volgende overeengekomen:
Deze Overeenkomst is van toepassing op de betrekkingen tussen twee Lid-Staten waarvan ten minste één geen partij is bij het Europees Verdrag of wel partij is bij dat Verdrag, maar een voorbehoud heeft gemaakt.
Elke Lid-Staat die van het bij artikel 13 van het Europees Verdrag toegestane voorbehoud gebruik heeft gemaakt, verklaart of hij voor de toepassing van deze Overeenkomst gebruik wenst te maken van dit voorbehoud.
Elke Lid-Staat die het Europees Verdrag heeft ondertekend, maar niet bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd, verklaart of hij voor de toepassing van deze Overeenkomst gebruik wenst te maken van het bij artikel 13 van dat Verdrag toegestane voorbehoud.
Elke Lid-Staat die het Europees Verdrag niet heeft ondertekend, kan verklaren of hij zich het recht voorbehoudt uitlevering wegens een delict genoemd in artikel 1 van het Europees Verdrag te weigeren, wanneer hij dat delict als een politiek delict, als een met een politiek delict samenhangend feit of als een feit, ingegeven door politieke motieven beschouwt, op voorwaarde dat hij zich ertoe verplicht de zaak in alle gevallen en zonder onnodig uitstel voor vervolging aan zijn bevoegde autoriteiten over te dragen. Deze autoriteiten nemen hun beslissing op dezelfde wijze als in geval van een strafbaar feit van ernstige aard krachtens de wetgeving van die Staat.
De in artikel 3 bedoelde verklaringen kunnen door een Lid-Staat worden afgelegd bij ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
Elke Lid-Staat kan een door hem krachtens artikel 3, eerste, tweede of derde lid, gemaakt voorbehoud te allen tijde geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Ierland gerichte verklaring. Deze verklaring wordt van kracht op de datum van ontvangst.
Elk geschil tussen de Lid-Staten inzake de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, dat niet door onderhandelingen is beslecht, wordt op verzoek van een bij het geschil betrokken partij onderworpen aan de in artikel 10 van het Europees Verdrag bedoelde scheidsrechterlijke procedure.
Elke Lid-Staat kan, op het tijdstip van ondertekening of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen waarop deze Overeenkomst van toepassing is.
Elke Lid-Staat kan, bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of op elk later tijdstip, door middel van een aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Ierland gerichte verklaring de toepassing van deze Overeenkomst uitbreiden tot ieder ander in deze verklaring aangegeven grondgebied voor welks internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is of voor hetwelk hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan.
Elke krachtens het vorige lid gedane verklaring kan wat ieder in die verklaring aangewezen grondgebied betreft, worden ingetrokken door middel van een aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Ierland gerichte kennisgeving. Deze intrekking wordt onmiddellijk van kracht, of op een in de kennisgeving vermelde latere datum.
Deze Overeenkomst houdt op te werken op de dag waarop alle Lid-Staten zonder voorbehoud partij worden bij het Europees Verdrag.
GEDAAN te Dublin, de vierde december 1979 in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Ierse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, in één exemplaar, dat wordt nedergelegd in het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Ierland, dat aan alle Lid-Staten voor eensluidend gewaarmerkte afschriften toezendt.