Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen (Protocol II)

Protocol on prohibitions or restrictions on the use of mines, booby traps and other devices (Protocol II)

Article

1

Material scope of application

This Protocol relates to the use on land of the mines, booby-traps and other devices defined herein, including mines laid to interdict beaches, waterway crossings or river crossings, but does not apply to the use of anti-ship mines at sea or in inland waterways.

Article

2

Definitions

Article

3

General restrictions on the use of mines, booby-traps and other devices

Article

4

Restrictions on the use of mines other than remotely delivered mines, booby-traps and other devices in populated areas

Article

5

Restrictions on the use of remotely delivered mines

Article

6

Prohibition on the use of certain booby-traps

Article

7

Recording and publication of the location of minefields, mines and booby-traps

Article

8

Protection of United Nations forces and missions from the effects of minefields, mines and booby-traps

Article

9

International co-operation in the removal of minefields, mines and booby-traps

After the cessation of active hostilities, the parties shall endeavour to reach agreement, both among themselves and, where appropriate, with other States and with international organizations, on the provision of information and technical and material assistance - including, in appropriate circumstances, joint operations - necessary to remove or otherwise render ineffective minefields, mines and booby-traps placed in position during the conflict.

Technical Annex to the Protocol on prohibitions or restrictions on the use of mines, booby-traps and other devices (Protocol II)

Guidelines on recording

Whenever an obligation for the recording of the location of minefields, mines and booby-traps arises under the Protocol, the following guidelines shall be taken into account.

  • 1.

    With regard to pre-planned minefields and large-scale and pre-planned use of booby-traps:

    • (a)

      maps, diagrams or other records should be made in such a way as to indicate the extent of the minefield or booby-trapped area; and

    • (b)

      the location of the minefield or booby-trapped area should be specified by relation to the co-ordinates of a single reference point and by the estimated dimensions of the area containing mines and booby-traps in relation to that single reference point.

  • 2.

    With regard to other minefields, mines and booby-traps laid or placed in position:

    In so far as possible, the relevant information specified in paragraph 1 above should be recorded so as to enable the areas containing minefields, mines and booby-traps to be identified.

Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen (Protocol II)

Artikel

1

Materieel toepassingsgebied

Dit Protocol heeft betrekking op het gebruik te land van de mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen zoals hieronder omschreven, met inbegrip van mijnen gelegd ter belemmering van de toegang tot stranden, overgangen van waterwegen of rivieren, maar is niet van toepassing op het gebruik van tegen schepen gerichte mijnen op zee of in de binnenwateren.

Artikel

2

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • 1.

    „Mijn”: elk stuk munitie geplaatst onder, op, of vlak boven de grond of ander oppervlak en ontworpen om te ontploffen of te exploderen door de aanwezigheid of nabijheid van of het contact met een persoon of voertuig, en onder „op afstand gelegde mijn”: een aldus omschreven mijn overgebracht door artillerie, raketten, mortieren of soortgelijke middelen, of afgeworpen vanuit een vliegtuig.

  • 2.

    „Valstrikmijn”: een mechanisme of stof ontworpen, geconstrueerd of aangepast om te doden of letsel toe te brengen en dat onverwacht werkt wanneer een persoon een ogenschijnlijk onschuldig voorwerp aanraakt of nadert, of een ogenschijnlijk veilige handeling verricht.

  • 3.

    „Andere mechanismen”: met de hand geplaatste munitie en mechanismen ontworpen om te doden, letsel of schade toe te brengen en die in werking worden gesteld door bediening op afstand, dan wel automatisch na het verstrijken van een bepaalde tijd.

  • 4.

    „Militair doel”: voor zover het objecten betreft, ieder object dat naar zijn aard, ligging, bestemming of gebruik een daadwerkelijke bijdrage tot de krijgsverrichtingen levert en waarvan de gehele of gedeeltelijke vernietiging, verovering of onbruikbaarmaking onder de omstandigheden van dat moment een duidelijk militair voordeel oplevert.

  • 5.

    „Burgerobjecten”: alle objecten die geen militaire doelen zijn zoals omschreven onder punt 4.

  • 6.

    „Registratie”: een feitelijke, administratieve en technische handeling, verricht met het oogmerk, ten behoeve van opneming in de officiële registers, alle beschikbare informatie te verkrijgen waardoor de plaatsbepaling van mijnenvelden, mijnen en valstrikmijnen wordt vergemakkelijkt.

Artikel

3

Algemene beperkingen op het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen

Artikel

4

Beperkingen op het gebruik van andere mijnen dan op afstand gelegde mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen in bewoonde gebieden

Artikel

5

Beperkingen op het gebruik van op afstand gelegde mijnen

Artikel

6

Verbod van het gebruik van bepaalde valstrikmijnen

Artikel

7

Registratie en bekendmaking van de ligging van mijnenvelden en van de plaats van mijnen en valstrikmijnen

Artikel

8

Bescherming van strijdkrachten en missies van de Verenigde Naties tegen de uitwerking van mijnenvelden, mijnen en valstrikmijnen

Artikel

9

Internationale samenwerking bij de opruiming van mijnenvelden, mijnen en valstrikmijnen

Na de beëindiging van de daadwerkelijke vijandelijkheden streven de partijen naar het bereiken van overeenstemming, zowel onderling als, waar passend, met andere Staten en met internationale organisaties, inzake het verschaffen van de informatie en de technische en materiële bijstand - met inbegrip, als de omstandigheden zich daarvoor lenen, van gezamenlijk optreden - die nodig zijn voor het opruimen of anderszins onschadelijk maken van mijnenvelden, mijnen en valstrikmijnen die tijdens het conflict waren gelegd of geplaatst.

Technische bijlage bij het Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen (Protocol II)

Richtlijnen inzake registratie

Wanneer er ingevolge het Protocol een verplichting bestaat tot het registreren van de ligging van mijnenvelden en de plaats van mijnen en valstrikmijnen, dient rekening te worden gehouden met de onderstaande richtlijnen:

  • 1.

    Met betrekking tot volgens van tevoren opgestelde plannen gelegde mijnenvelden en het op grote schaal en volgens van tevoren opgestelde plannen gebruiken van valstrikmijnen:

    • a.

      dienen kaarten, diagrammen of andere gegevens zo te worden samengesteld dat zij de omvang van het mijnenveld of het gebied waar valstrikmijnen zijn geplaatst aangeven; en

    • b.

      dient de ligging van het mijnenveld of het gebied waar valstrikmijnen zijn geplaatst te worden aangegeven, gerelateerd aan de coördinaten van één enkel referentiepunt en door middel van de geraamde omvang van het gebied waar mijnen en valstrikmijnen liggen met betrekking tot dat enkele referentiepunt.

  • 2.

    Met betrekking tot andere mijnenvelden, mijnen en valstrikmijnen die zijn gelegd of geplaatst: voor zover mogelijk dient de van belang zijnde informatie bedoeld in punt 1 hierboven, te worden vastgelegd, ten einde gebieden waar mijnenvelden, mijnen en valstrikmijnen liggen, te kunnen identificeren.