Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van brandwapens (Protocol III)

Protocol on prohibitions or restrictions on the use of incendiary weapons (Protocol III)

Article

1

Definitions

For the purpose of this Protocol:

  • 1.

    “Incendiary weapon” means any weapon or munition which is primarily designed to set fire to objects or to cause burn injury to persons through the action of flame, heat, or a combination thereof, produced by a chemical reaction of a substance delivered on the target.

    • (a)

      Incendiary weapons can take the form of, for example, flame throwers, fougasses, shells, rockets, grenades, mines, bombs and other containers of incendiary substances.

    • (b)

      Incendiary weapons do not include:

      • (i)

        Munitions which may have incidental incendiary effects, such as illuminants, tracers, smoke or signalling systems;

      • (ii)

        Munitions designed to combine penetration, blast or fragmentation effects with an additional incendiary effect, such as armour-piercing projectiles, fragmentation shells, explosive bombs and similar combined-effects munitions in which the incendiary effect is not specifically designed to cause burn injury to persons, but to be used against military objectives, such as armoured vehicles, aircraft and installations or facilities.

  • 2.

    “Concentration of civilians” means any concentration of civilians, be it permanent or temporary, such as in inhabited parts of cities, or inhabited towns or villages, or as in camps or columns of refugees or evacuees, or groups of nomads.

  • 3.

    “Military objective” means, so far as objects are concerned, any object which by its nature, location, purpose of use makes an effective contribution to military action and whose total or partial destruction, capture or neutralization, in the circumstances ruling at the time, offers a definite military advantage.

  • 4.

    “Civilian objects” are all objects which are not military objectives as defined in paragraph 3.

  • 5.

    “Feasible precautions” are those precautions which are practicable or practically possible taking into account all circumstances ruling at the time, including humanitarian and military considerations.

Article

2

Protection of civilians and civilian objects

Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van brandwapens (Protocol III)

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • 1.

    „Brandwapen”: elk wapen of elk stuk munitie dat in de eerste plaats is ontworpen om objecten in brand te steken of brandwonden toe te brengen aan personen via de inwerking van vlammen, hitte of een combinatie daarvan, voortgebracht door een chemische reactie van een op het doel gebrachte stof.

    • a.

      Brandwapens kunnen de vorm aannemen van bijvoorbeeld vlammenwerpers, fougasses, raketten, granaten, mijnen, bommen en andere houders van stoffen die brand doen ontstaan.

    • b.

      Brandwapens omvatten niet:

      • i.

        munitie waarvan de neveneffecten brand kunnen doen ontstaan, zoals lichtkogels, lichtspoormunitie, rook- of seinstelsels;

      • ii.

        munitie die is ontworpen om een penetrerende, explosieve of fragmenterende uitwerking te combineren met als bijkomend effect het doen ontstaan van brand, zoals bepantsering doorborende projectielen, fragmentatiegranaten, explosieve bommen en soortgelijke munitie met gecombineerde uitwerking, waarin het brand veroorzakende effect niet specifiek is bedoeld om personen brandwonden toe te brengen, maar om te worden gebruikt tegen militaire doelen, zoals pantserwagens, luchtvaartuigen en installaties of logistieke voorzieningen.

  • 2.

    „Concentratie van burgers”: een concentratie van burgers, hetzij van permanente, hetzij van tijdelijke aard, zoals in bewoonde delen van steden of in bewoonde steden of dorpen, of in kampen, dan wel colonnes vluchtelingen of evacués of groepen nomaden.

  • 3.

    „Militair doel”: voor zover het objecten betreft, ieder object dat naar zijn aard, ligging, bestemming of gebruik een daadwerkelijke bijdrage tot de krijgsverrichtingen levert en waarvan de gehele of gedeeltelijke vernietiging, verovering of onbruikbaarmaking onder de omstandigheden van dat moment een duidelijk militair voordeel oplevert.

  • 4.

    „Burgerobjecten”: alle objecten die geen militaire doelen zijn zoals omschreven in het derde lid.

  • 5.

    „Praktisch uitvoerbare voorzorgen”: die voorzorgen die doenlijk of praktisch mogelijk zijn, rekening houdend met alle omstandigheden van het moment, met inbegrip van humanitaire en militaire overwegingen.

Artikel

2

Bescherming van burgers en burgerobjecten