Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake Nederlandse oorlogsgraven in de Bondsrepubliek Duitsland (Oorlogsgravenovereenkomst)

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake Nederlandse oorlogsgraven in de Bondsrepubliek Duitsland (Oorlogsgravenovereenkomst)

Het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland hebben overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De voor het zoeken naar en de definitieve bijzetting van de stoffelijke resten gemaakte kosten, alsmede andere daarmede verband houdende kosten, komen ten laste van het Koninkrijk der Nederlanden. De kosten welke ontstaan ten gevolge van het openen en dichtmaken der graven bij overbrenging, alsmede voor het kisten van de stoffelijke resten, worden echter door de Bondsrepubliek Duitsland gedragen.

Artikel

5

Ter uitvoering van de in deze Overeenkomst aangegeven taken is de Oorlogsgravenstichting (hierna te noemen de Stichting) in opdracht van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden werkzaam. De Stichting bezit in de Bondsrepubliek Duitsland de status van rechtspersoon.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De Duitse autoriteiten stellen, voor zover hun dit bekend wordt, uiterlijk een maand vóór iedere opening of iedere nieuwe aanleg van afzonderlijke of gemeenschappelijke graven van gedeporteerde burgers de Stichting hiervan in kennis, indien de omstandigheden in aanmerking genomen, er rekening mede moet worden gehouden dat zich in de graven de stoffelijke resten van Nederlandse gedeporteerde burgers bevinden.

Artikel

9

De Stichting kan zich voor de uitvoering van de in deze Overeenkomst aangegeven taken rechtstreeks met de hoogste bevoegde Duitse autoriteiten van de „Länder” in verbinding stellen.

Artikel

10

Op de voorwerpen welke de Stichting ter uitoefening van haar officiële werkzaamheden in de Bondsrepubliek Duitsland invoert, worden geen rechten (zoals invoerrechten en accijnzen, belasting op de omzet bij invoer inbegrepen) geheven, wanneer het doel waarvoor deze voorwerpen zullen worden gebruikt blijkt uit een aan de douanekantoren over te leggen verklaring van de Stichting.

Artikel

11

De Bondsrepubliek Duitsland ontheft de Stichting van belasting op de door de Stichting ten behoeve van haar dienstauto's in de Bondsrepubliek aangeschafte aardolieprodukten.

Artikel

12

De Stichting is, voor zover zij bij de uitoefening van haar officiële werkzaamheden over inkomsten, opbrengsten en vermogen in de Bondsrepubliek Duitsland beschikt, vrijgesteld van de hierop verschuldigde belastingen.

Artikel

13

Ter vereffening van de omzetbelasting geheven in de Bondsrepubliek Duitsland terzake van aan de Stichting gedane leveringen of voor haar verrichte diensten, zal de Stichting op haar verzoek van een door de Bondsminister van Financiën aan te wijzen financiële instantie een vergoeding ontvangen ter grootte van 4 percent van het bedrag der overgelegde rekeningen.

Artikel

14

De Bondsrepubliek Duitsland waarborgt de vrije toegang tot de in de Bondsrepubliek gelegen begraafplaatsen van en gedenkplaatsen voor Nederlandse gedeporteerde burgers. De deelnemende personen kunnen met inachtneming van de Duitse wetten op deze plaatsen in het bijzonder voor het houden van herdenkingsplechtigheden bijeenkomen.

Artikel

15

Artikel

16

De Bondsrepubliek Duitsland zal de in artikel 15 bedoelde personen de toegang tot haar grondgebied vergemakkelijken en de kosten dragen voor de heen- en terugreis 1e klasse op de desbetreffende trajecten van de Duitse Bondsspoorwegen. Bijzonderheden zullen tussen de wederzijds bevoegde autoriteiten worden geregeld.

TEN BLIJKE WAARVAN de gevolmachtigden der Overeenomstsluitende Partijen deze Overeenkomst, die deel uitmaakt van het heden ondertekende Algemene Verdrag, hebben ondertekend.

Gedaan te 's-Gravenhage, 8 april 1960, in tweevoud, in de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) J. LUNS

(w.g.) H. R. VAN HOUTEN

Voor de Bondsrepubliek Duitsland:

(w.g.) VON BRENTANO

(w.g.) LAHR