Protocol van ondertekening tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Denemarken en de Bondsrepubliek Duitsland inzake het continentaal plat

Protocol

I

II

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Denemarken stellen vast, dat de Overeenkomst van 31 maart 1966 tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Denemarken inzake de begrenzing van het tussen deze landen gelegen continentaal plat onder de Noordzee door de heden ondertekende, onder I genoemde Verdragen buiten werking treedt, zodra een dezer Verdragen in werking treedt.

III

Het Duitse deel van het continentaal plat onder de Noordzee, waarvoor op basis van het arrest van het Internationale Gerechtshof door de beide onder I genoemde Verdragen grenzen zijn vastgesteld, grenst aan het Britse deel van het continentaal plat.

  • (1)

    De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland is derhalve voornemens met de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland de gemeenschappelijke Duits-Britse grens van het continentaal plat, die loopt van het eindpunt van de Duits-Deense tot het eindpunt van de Duits-Nederlandse grens op het continentaal plat, bij verdrag vast te leggen.

  • (2)

    De Regering van het Koninkrijk Denemarken is voornemens de Overeenkomst van 3 maart 1966 tussen de Regering van het Koninkrijk Denemarken en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake de begrenzing van het tussen deze landen gelegen continentaal plat in overleg met de Regering van het Verenigd Koninkrijk te wijzigen, voor zover dit door het onder I (1) (a) genoemde Verdrag nodig is geworden.

  • (3)

    De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden is voornemens de Overeenkomst van 6 oktober 1965 tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake de begrenzing van het tussen deze landen gelegen continentaal plat onder de Noordzee in overleg met de Regering van het Verenigd Koninkrijk te wijzigen, voor zover dit door het onder I (1) (b) genoemde Verdrag nodig is geworden.

GEDAAN te Kopenhagen, 28 januari 1971, in drievoud in de Nederlandse, de Deense en de Duitse taal, zijnde deze drie teksten gelijkelijk gezaghebbend.