Protocol betreffende de Europese Conferentie van Ministers van Verkeer

Protocole relatif à la Conférence Européenne des Ministres des Transports

Les Gouvernements représentés à la Conférence Européenne des Ministres des Transports qui s'est réunie à Bruxelles du 13 au 17 octobre 1953;

Désireux d'instituer une procédure permettant de prendre des mesures efficaces en vue de coordonner et de rationaliser les transports intérieurs européens d'importance internationale;

Sont convenus de ce qui suit:

Article

1

Conférence Européenne des Ministres des Transports

Par les présentes, est organisée une ,,Conférence Européenne des Ministres des Transports” (appelée ci-après la Conférence).

Article

2

Structure de la Conférence

La Conférence comprend:

  • (a)

    un Conseil des Ministres des Transports (appelé ci-après le Conseil);

  • (b)

    un Comité des Suppléants (appelé ci-après le Comité).

Ces deux organes sont assistés d'un Secrétariat administratif.

Article

3

Objectifs de la Conférence

La Conférence a pour objectifs:

  • (a)

    de prendre toutes mesures destinées à réaliser, dans un cadre général ou régional, la meilleure utilisation et le développement le plus rationnel des transports intérieurs européens d'importance internationale;

  • (b)

    de coordonner et de promouvoir les travaux des Organisations internationales s'intéressant aux transports intérieurs européens, compte tenu de l'activité des autorités supranationales dans ce domaine.

Article

4

Membres et membres associés de la Conférence

Article

5

Conseil des Ministres

Le Conseil se compose des Ministres qui ont les transports intérieurs dans leurs attributions au sein de leur propre gouvernement. Au cas où, dans un gouvernement, diverses questions de transports intérieurs relèvent de la compétence de deux ou plusieurs Ministres, ceux-ci peuvent participer aux travaux du Conseil, sous réserve qu'aucun gouvernement membre ne dispose de plus d'une voix au Conseil.

Article

6

Comité des Suppléants

Article

7

Dispositions administratives

Article

8

Groupes restreints

Article

9

Conclusions de la Conférence

Article

10

Régime financier

Article

11

Relations avec les organisations internationales

Article

12

Règlement intérieur

Article

13

Amendements

Le présent Protocole peut être amendé par le Conseil, les Ministres devant se prononcer à l'unanimité et être munis de pleins pouvoirs de leur gouvernement; les amendements entrent en vigueur dès que tous les gouvernements membres les ont approuvés.

Article

14

Signature, ratification et entrée en vigueur

Article

15

Adhésion

Article

16

Dénonciation

Tout gouvernement membre pourra dénoncer le présent Protocole, en donnant un préavis de six mois au Gouvernement belge, qui le notifiera aux autres gouvernements membres.

En foi de quoi, les Plénipotentiaires soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Protocole.

Fait à Bruxelles, le 17 octobre 1953, en français et en anglais, les deux textes faisant également foi, en un seul exemplaire qui restera déposé aux archives du Gouvernement de la Belgique, qui en communiquera copie certifiée conforme à tous les gouvernements participants.

Règlement intérieur de la Conférence Européenne des Ministres des Transports

Article

1

Conseil

Article

2

Le Conseil se réunit en principe au moins une fois par an sur convocation de son Président. En outre, celui-ci convoque le Conseil lorsque le tiers au moins des membres en font expressément la demande.

Article

3

Comité

Le Bureau du Comité se compose d'un Président et de deux Vice-Présidents. Afin d'assurer une liaison étroite entre le Bureau du Conseil et celui du Comité, le Président et les Vice-Présidents du Comité sont respectivement les Suppléants du Président et des Vice-Présidents du Conseil.

Article

4

Le Comité se réunit aussi souvent qu'il l'estime nécessaire et en tout cas lors de chaque session du Conseil. Le Président convoque également le Comité sur la demande ou avec l'accord d'un tiers au moins de ses membres.

Article

5

Sauf décision contraire du Conseil, les séances du Conseil et du Comité ne sont pas publiques.

Article

6

Groupes restreints

Les groupes restreints formés conformément à l'Article 8 du Protocole règlent leurs méthodes de travail.

Article

7

Ordre du jour

Article

8

Votes

Les Résolutions prises par le Conseil ou par le Comité sur des questions de procédure ayant pour objet la marche de leurs travaux sont adoptées à la majorité des membres présents, sauf disposition spéciale contraire.

Article

9

Quorum

Pour toute réunion du Conseil ou du Comité, le quorum est atteint lorsque les deux tiers des membres sont présents ou représentés.

Article

10

Comptes rendus

Il est établi un compte rendu pour toutes les séances du Conseil et du Comité.

Article

11

Auditions

Lorsque la Conférence discute d'une question pour laquelle une Organisation Internationale est compétente, des arrangements peuvent être pris par le Comité, décidant à la majorité pour prendre connaissance des vues de l'Organisation en question.

Article

12

Dispositions diverses

A moins que le Bureau du Conseil ou du Comité n'en décide autrement, les documents émanant de la Conférence ne sont communiqués qu'aux gouvernements membres et associés.

Article

13

Le Bureau du Conseil peut, avec l'accord du Conseil, publier des communiqués de presse sur les travaux de la Conférence.

Protocol betreffende de Europese Conferentie van Ministers van Verkeer

De Regeringen, vertegenwoordigd ter Europese Conferentie van Ministers van Verkeer, gehouden te Brussel van 13 t/m 17 October 1953;

Verlangend een werkwijze vast te stellen voor het nemen van doeltreffende maatregelen ter coördinatie en rationalisatie van het Europese verkeer te land en op de binnenwateren, voorzover van internationaal belang;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Europese Conferentie van Ministers van Verkeer

Bij dit Protocol wordt ingesteld een „Europese Conferentie van Ministers van Verkeer” (hierna te noemen de Conferentie).

Artikel

2

Samenstelling van de Conferentie

De Conferentie omvat:

  • a)

    een Raad van Ministers van Verkeer (hierna te noemen de Raad);

  • b)

    een Commissie van Plaatsvervangers (hierna te noemen de Commissie).

Deze twee organen worden bijgestaan door een Administratief Secretariaat.

Artikel

3

Doelstellingen van de Conferentie

De doelstellingen van de Conferentie zijn:

  • a)

    maatregelen te nemen om in algemeen dan wel in regionaal verband te geraken tot het meest intensieve gebruik en de meest doelmatige ontwikkeling van het Europese verkeer te land en op de binnenwateren, voorzover van internationaal belang;

  • b)

    het werk van de internationale organisaties, welke bemoeiing hebben met het Europese verkeer te land en op de binnenwateren, te coördineren en te bevorderen, daarbij rekening houdende met de werkzaamheid van bovennationale gezagsorganen op dat terrein.

Artikel

4

Leden en toegevoegde leden van de Conferentie

Artikel

5

De Raad van Ministers

De Raad bestaat uit de Ministers, tot wier bevoegdheid in de Regering, waarvan zij deel uitmaken, het verkeer te land en op de binnenwateren behoort. Indien in een Regering verschillende vraagstukken van het verkeer te land en op de binnenwateren tot de bevoegdheid van twee of meer Ministers behoren, kunnen dezen aan het werk van de Raad deelhebben, met dien verstande evenwel, dat geen Regering, lid der Conferentie, in de Raad over meer dan één stem kan beschikken.

Artikel

6

De Commissie van Plaatsvervangers

Artikel

7

Administratieve bepalingen

Artikel

8

Beperkte groepen

Artikel

9

Besluiten van de Conferentie

Artikel

10

Financiële bepalingen

Artikel

11

Betrekkingen met de Internationale Organisaties

Artikel

12

Huishoudelijk Reglement

Artikel

13

Wijzigingen

Dit Protocol kan worden gewijzigd door de Raad, voorzover de Ministers daartoe eenstemmig besluiten en met volledige volmacht terzake van hun Regeringen zijn uitgerust. De wijzigingen treden in werking, zodra alle Regeringen, leden der Conferentie, deze hebben goedgekeurd.

Artikel

14

Ondertekening, bekrachtiging en inwerkingtreding

Artikel

15

Toetreding

Artikel

16

Opzegging

Elke Regering, lid der Conferentie, kan dit Protocol met inachtneming van een termijn van zes maanden bij de Belgische Regering opzeggen; deze stelt daarvan de andere Regeringen, leden der Conferentie, in kennis.

Ten blijke waarvan de ondergetekende Gevolmachtigden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

Gedaan te Brussel, de 17e October 1953, in de Franse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat bewaard blijft in het archief van de Belgische Regering. Deze zal hiervan een gewaarmerkt afschrift doen toekomen aan alle deelnemende Regeringen.

Huishoudelijk Reglement van de Europese Conferentie van Ministers van Verkeer

Artikel

1

De Raad

Artikel

2

De Raad vergadert in beginsel ten minste eenmaal per jaar en wordt door de voorzitter bijeengeroepen. Deze roept voorts de Raad bijeen, wanneer ten minste een derde gedeelte der leden zulks uitdrukkelijk verzoekt.

Artikel

3

De Commissie

Het Dagelijks Bestuur van de Commissie bestaat uit een voorzitter en twee onder-voorzitters. Ter verzekering van een nauwe band tussen het Dagelijks Bestuur van de Raad en dat van de Commissie, treden de voorzitter en de onder-voorzitters van de Commissie op onderscheidenlijk als plaatsvervangers van de voorzitter en van de onder-voorzitters van de Raad.

Artikel

4

De Commissie vergadert zo dikwijls zij zulks nodig oordeelt; zij vergadert in elk geval ter gelegenheid van elke zitting van de Raad. De voorzitter roept de Commissie eveneens bijeen op verzoek, dan wel met goedvinden, van tenminste een derde gedeelte van deszelfs leden.

Artikel

5

De vergaderingen van de Raad en de Commissie zijn niet openbaar, tenzij de Raad anders beslist.

Artikel

6

Beperkte groepen

De beperkte groepen, gevormd overeenkomstig artikel 8 van het Protocol, stellen zelf haar werkwijze vast.

Artikel

7

De agenda

Artikel

8

Stemmingen

Voorzover niet anders bepaald worden de besluiten van de Raad en de Commissie omtrent procedure-kwesties betreffende het verloop der werkzaamheden aangenomen met meerderheid van stemmen van de aanwezige leden.

Artikel

9

Quorum

Geen vergadering van de Raad of de Commissie kan doorgang vinden, wanneer niet tenminste twee derde gedeelte der leden tegenwoordig dan wel vertegenwoordigd is.

Artikel

10

Verslagen

Van elke vergadering van de Raad en de Commissie wordt een verslag samengesteld.

Artikel

11

Raadplegingen

Wanneer de Conferentie een vraagstuk behandelt, terzake waarvan een internationale organisatie bevoegd is, kan de Commissie met meerderheid van stemmen de nodige stappen ondernemen om de zienswijze van de betrokken organisatie in te winnen.

Artikel

12

Verdere bepalingen

Tenzij het Dagelijks Bestuur van de Raad of de Commissie anders bepaalt, worden de Conferentiestukken slechts ter kennis gebracht van de Regeringen der leden en toegevoegde leden.

Artikel

13

Het Dagelijks Bestuur van de Raad kan met goedvinden van de Raad perscommuniqué's uitgeven betreffende de werkzaamheden van de Conferentie.