Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen

VERDRAG tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, enerzijds, en de Zwitserse Bondsraad, anderzijds,

Bezield door de wens, zoveel mogelijk dubbele belasting te voorkomen op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen,

Hebben besloten te dien einde een Verdrag te sluiten,

En hebben tot Hun gevolmachtigden benoemd, te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

Mr. D. U. STIKKER, Hoogstderzelver Minister van Buitenlandse Zaken,

De Zwitserse Bondsraad

De Heer D. SECRÉTAN, buitengewoon Gezant en gevolmachtigd Minister van Zwitserland te 's-Gravenhage,

Die, na elkander hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben overgelegd, zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

10A

De bepalingen van dit Verdrag beperken niet de voordelen, die de wetgeving van elk van de beide Staten aan de belastingplichtigen toekent.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Dit Verdrag is voor de eerste maal van toepassing:

  • a.

    op de directe belastingen van het inkomen en van het vermogen, welke geheven worden voor het tijdvak volgend op 31 December 1948, en bovendien op de belastingen welke geheven worden voor een vroeger tijdvak, maar waarvan de aanslag nog niet kracht van gewijsde heeft verkregen op het tijdstip van in werking treden van dit Verdrag;

  • b.

    op de bij wege van inhouding bij de bron geheven belastingen van de opbrengst van kapitaal welke in het kalenderjaar 1949 vervallen.

Artikel

14

Indien de opzegging heeft plaats gevonden binnen de termijnen bedoeld in artikel 15 is dit Verdrag voor de laatste maal van toepassing:

  • a.

    op de directe belastingen van het inkomen en van het vermogen, welke geheven worden voor het tijdvak, voorafgaande aan het aflopen van het kalenderjaar tegen het einde waarvan de opzegging heeft plaats gevonden;

  • b.

    op de bij wege van inhouding bij de bron geheven belastingen van de opbrengst van kapitaal welke vervallen in het kalenderjaar tegen het einde waarvan de opzegging heeft plaats gevonden.

Artikel

15

Ten blijke waarvan de bovengenoemde gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend en van hun zegel hebben voorzien.

Gedaan in tweevoud te 's-Gravenhage, de 12de November 1951, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

(w.g.) STIKKER

(w.g.) D. SECRÉTAN

BIJLAGE

I

(Zwitserse belastingwetgeving)

Het Verdrag heeft in het bijzonder betrekking op de belastingen van de Bondsstaat, de kantons en de gemeenten:

  • a.

    op het inkomen (gehele inkomen, opbrengst van arbeid, opbrengst van vermogen, nijverheids- en handelsvoordelen, vermogenswinsten, enz.); en

  • b.

    op het vermogen (gehele vermogen, roerend en onroerend vermogen, nijverheids- en handelsvermogen, kapitaal en reserves, enz.).

BIJLAGE

II

(Nederlandse belastingwetgeving)

Het Verdrag heeft in het bijzonder betrekking op de volgende belastingen van het Koninkrijk der Nederlanden, van zijn provinciën en gemeenten:

  • a.

    Inkomstenbelasting;

  • b.

    Loonbelasting;

  • e.

    Vermogensbelasting;

  • d.

    Vennootschapsbelasting;

  • e.

    Commissarissenbelasting;

  • f.

    Dividendbelasting;

  • g.

    Grondbelasting;

  • h.

    Gemeentelijke baatbelastingen;

  • i.

    Gemeentelijke bouwterreinbelastingen;

  • j.

    Wegen-, straat- en vaartbelastingen;

  • k.

    Recht op de mijnen.

SLOTPROTOCOL

Bij gelegenheid van de ondertekening van het Verdrag, heden tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat gesloten ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen, zijn de ondergetekende gevolmachtigden de volgende verklaringen overeengekomen, welke een integrerend deel van het Verdrag uitmaken.

Ad Artikel

1

Ad Artikel

2

Ad Artikel

2 tot 8

Ad Artikelen

2 en 9

De bepalingen van artikel 2, eerste lid, beperken niet het recht van Nederland om, naar een tarief van ten hoogste 20 percent, belasting te heffen op de inkomsten uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen van een in Nederland gevestigd lichaam, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld of om, zonder dat artikel 9, tweede lid, van toepassing is, de belasting waaraan inkomsten uit roerend kapitaal bij wege van inhouding bij de bron onderworpen zijn, te heffen op de dividenden, die bedoeld lichaam betaalt, mits de aandelen of winstbewijzen behoren aan en de dividenden toekomen aan een natuurlijke persoon met woonplaats in Zwitserland:

  • a.

    die de Nederlandse nationaliteit bezit zonder de Zwitserse nationaliteit te bezitten; en

  • b.

    die, in de loop van de vijf jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen of aan de uitkering van de dividenden, zijn woonplaats in Nederland heeft gehad; en

  • c.

    die, in de loop van hetzelfde tijdvak, in het desbetreffende lichaam een aanmerkelijk belang in de zin van de Nederlandse wetgeving inzake de inkomstenbelasting heeft gehad, maar tenminste zowel, alleen of met zijn echtgenoot, zijn ouders of zijn verwanten in de rechte linie of in de tweede graad van de zijlinie, een derde of meer van het maatschappelijke kapitaal van het desbetreffende lichaam heeft bezeten, als ook, alleen of met zijn echtgenoot, meer dan 7 percent van dat kapitaal.

Ad Artikel

3

Ad Artikel

4

Ad Artikel

5

Onder vrij beroep wordt verstaan elke niet binnen het kader van een onderneming uitgeoefende zelfstandige op voordeel gerichte werkzaamheid, zoals de zelfstandige werkzaamheid op het gebied van wetenschappen, kunsten, letterkunde, onderwijs of opvoeding, alsmede de zelfstandige op voordeel gerichte werkzaamheid van doktoren, advokaten, architecten, ingenieurs, accountants, belastingconsulenten en octrooibezorgers.

Ad Artikel

8

Het Verdrag is niet van toepassing op pensioenen, weduwen- of wezenpensioenen en andere uitkeringen of voordelen, op geld waardeerbaar, die betaald worden aan openbare ambtenaren van de Overzeese Gebieden of aan hun nabestaanden zelfs indien de betaling geschiedt door een openbare kas opgericht in het Koninkrijk der Nederlanden.

Ad Artikel

9

Ad Artikel

11

Gedaan in tweevoud te 's-Gravenhage, de 12de November 1951, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

(w.g.) STIKKER

(w.g.) D. SECRÉTAN

AANVULLEND PROTOCOL

behorende bij het Verdrag, ondertekend de 12de November 1951 te 's-Gravenhage, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen.

In overeenstemming met artikel 1, vierde lid, van het Verdrag, heden tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat gesloten ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen, zijn de gevolmachtigden de volgende aanvullende bepalingen overeengekomen nopens de toepassing van het Verdrag op de Nederlandse vermogensheffing ineens en op de Nederlandse buitengewone vermogensaanwasbelasting, alsmede op de bondsbelasting op de oorlogswinsten:

  • 1.

    Bij de heffing van de Nederlandse vermogensheffing ineens volgens de wet van 11 Juli 1947:

    • a.

      Kan het Koninkrijk der Nederlanden, in afwijking van artikel 2, tweede en derde lid, van het Verdrag, artikel 4, letters b, c en d, van voornoemde wet toepassen op alle natuurlijke personen, die op 1 Januari 1946 de Nederlandse nationaliteit bezaten, of die, indien zij vreemdeling waren, op die datum niet de Zwitserse nationaliteit bezaten;

    • b.

      Zal het Koninkrijk der Nederlanden noch belasting heffen van het vermogen waarvan de belastingheffing aan Zwitserland wordt toegewezen volgens de artikelen 3, 4 en 5, derde lid, van het Verdrag, en dat toebehoort aan natuurlijke personen van Zwitserse nationaliteit die op 1 Januari 1946 in Nederland hun woonplaats hadden, noch van het roerend vermogen van deze zelfde personen dat in Zwitserland het voorwerp is geweest van het eerste of van het nieuwe offer voor de nationale verdediging;

    • c.

      Behoudt het Koninkrijk der Nederlanden zich, niettegenstaande artikel, eerste lid, van het Verdrag, het recht voor, de vermogensheffing ineens te heffen wat betreft de Nederlandse bestanddelen van het actief der rechtspersonen, opgericht naar Zwitsers recht, met uitzondering van schuldvorderingen van elke aard, onverschillig of tot zekerheid daarvan een onroerende zaak verbonden is, van roerende waarden en van alle andere onlichamelijke zaken.

  • 2.

    Bij de heffing van de Nederlandse vermogensaanwasbelasting volgens de wet van 19 September 1946:

    • a.

      Kan het Koninkrijk der Nederlanden, in afwijking van artikel 2, tweede en derde lid, van het Verdrag, artikel 3, letters b, c, d en e, van voornoemde wet toepassen op alle natuurlijke personen die op 1 Januari 1946 de Nederlandse nationaliteit bezaten, of die, indien zij vreemdeling waren, op die datum niet de Zwitserse nationaliteit bezaten;

    • b.

      Zal het Koninkrijk der Nederlanden niet belasten de aanwas van vermogen die is verkregen door een vreemdeling die aan deze belasting onderworpen is en de Zwitserse nationaliteit bezit, voor dat gedeelte van het vermogen waarvan de belastingheffing aan Zwitserland wordt toegewezen volgens de artikelen 3, 4 en 5, derde lid, van het Verdrag;

    • c.

      Zal het Koninkrijk der Nederlanden niet belasten de aanwas van vermogen die is ontstaan gedurende het tijdvak waarin een belastingplichtige in Zwitserland zijn woonplaats heeft gehad in de zin van artikel 2 van het Verdrag. Indien een belastingplichtig natuurlijk persoon de Nederlandse nationaliteit bezit zonder tezelfder tijd de Zwitserse nationaliteit te bezitten, strekt de vrijstelling zich niet uit tot de vermogensaanwas voortkomende uit de wijzigingen in de wisselpariteit;

    • d.

      Zal het Koninkrijk der Nederlanden niet belasten de aanwas van het vermogen, dat aanwezig is in de vaste inrichtingen en onroerende zaken gelegen of gevestigd in Zwitserland, hetzij van een rechtspersoon naar Zwitsers recht, hetzij van een rechtspersoon naar Nederlands recht, indien het geplaatste kapitaal van laatstgenoemde voor het grootste deel in Zwitserse handen is.

  • 3.

    De bondsbelasting op de oorlogswinsten volgens het besluit van de Bondsraad van 12 Januari 1940/19 Juli 1944 wordt niet geheven van de oorlogswinsten, verkregen gedurende het tijdvak waarin de belastingplichtige in Nederland zijn woonplaats heeft gehad in de zin van artikel 2 van het Verdrag.

  • 4.

    In afwijking van artikel 13, letter a, van het Verdrag, is overeengekomen, dat het Verdrag van toepassing is op de Nederlandse vermogensheffing ineens en de Nederlandse buitengewone vermogensaanwasbelasting, alsmede op de bondsbelasting op de oorlogswinsten, in alle gevallen die op 19 September 1946 niet onherroepelijk vaststonden door een beslissing die kracht van gewijsde had.

Gedaan in tweevoud te 's-Gravenhage, de 12de November 1951, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

(w.g.) STIKKER

(w.g.) D. SECRÉTAN