Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake het kleine grensverkeer

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake het kleine grensverkeer

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,

geleid door de wens het personenverkeer in beider grensgebied te vergemakkelijken, hebben de volgende overeenkomst gesloten:

Hoofdstuk

I

Het kleine grensverkeer buiten de officiële doorlaatposten om

Artikel

1

Aan bewoners van het grensgebied, die er op grond van plaatselijke omstandigheden een redelijk belang bij hebben, de gemeenschappelijke grens regelmatig buiten de officiële doorlaatposten om te overschrijden, kan hiertoe, alsmede tot verblijf in het andere deel van het grensgebied, toestemming worden verleend, zulks behoudens intrekking en volgens de bepalingen van deze overeenkomst.

Artikel

2

Het grensgebied wordt bij notawisseling vastgesteld. Het kan bij notawisseling worden gewijzigd.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Indien de bevoegde autoriteit van de ene Partij aan de bevoegde autoriteit van de andere Partij mededeelt, dat zij aan een bewoner van het andere deel van het grensgebied geen toestemming zal verlenen tot overschrijding van de grens buiten de officiële doorlaatposten om, zal de bevoegde autoriteit van de andere Partij de vergunning weigeren of intrekken. Hetzelfde geldt in de gevallen bedoeld in artikel 3, lid 2.

Artikel

7

Van de intrekking van een vergunning of een grenskaart wordt onverwijld mededeling gedaan aan de bevoegde autoriteit van de andere Partij.

Artikel

8

In geval van misbruik kunnen de ambtenaren, belast met het grenstoezicht, van de ene Partij een vergunning of een grenskaart van de andere Partij voorlopig inhouden; deze wordt onder vermelding van de reden van inhouding onverwijld toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de andere Partij.

Artikel

9

Op de plaatsen, vermeld in de vergunningen of de grenskaarten (artikel 3), mag de grens tussen 6 en 23 uur worden overschreden. Indien de wederzijdse bevoegde grensbewakingsautoriteiten andere tijden hebben vastgesteld, moet dit door de autoriteit van afgifte op het document worden vermeld.

Artikel

10

De Partijen zullen elkander langs diplomatieke weg gedetailleerd ervan in kennis stellen, wie de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 3, lid 3, tweede volzin en de artikelen 6, 7 en 8 zijn.

Artikel

11

Hoofdstuk

II

Het kleine grensverkeer langs de officiële doorlaatposten

Artikel

12

Houders van grenskaarten (artikel 3, lid 2) mogen de grens langs alle officiële doorlaatposten overschrijden.

Artikel

13

Artikel

14

Politieambtenaren en ambtenaren, belast met het grenstoezicht, die hun standplaats in het grensgebied hebben, kunnen voor geoorloofde dienstreizen met hun ambtelijk identiteitsbewijs de grens langs de officiële doorlaatposten overschrijden en in het andere deel van het grensgebied verblijven.

Hoofdstuk

III

Algemene bepalingen

Artikel

15

Deze overeenkomst laat onverlet de voorschriften van beide Partijen betreffende

  • a)

    de in-, uit- en doorvoer van goederen en vervoermiddelen, in het bijzonder de douane- en deviezenbepalingen,

  • b)

    het verblijf van en het verrichten van arbeid door vreemdelingen in het gebied van elk der beide Partijen.

Artikel

16

Elk der beide Partijen behoudt zich het recht voor, de toegang tot en het verblijf op haar grondgebied te weigeren aan personen die zij als ongewenst beschouwt.

Artikel

17

Beide Partijen zullen te allen tijde zonder formaliteiten de terugkeer tot hun grondgebied toestaan aan personen die krachtens de faciliteiten van deze overeenkomst op het gebied van de andere Partij verblijven.

Artikel

18

Elk der beide Partijen kan op gronden van openbare orde of veiligheid de toepassing van deze overeenkomst tijdelijk opschorten. De opschorting wordt aan de andere Partij onverwijld langs diplomatieke weg medegedeeld. Hetzelfde geldt, wanneer deze maatregel wordt opgeheven.

Hoofdstuk

IV

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel

19

Artikel

20

GEDAAN te Bonn op 3 juni 1960 in twee originele exemplaren, elk in de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) H. VAN VREDENBURCH

Voor de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland

(w.g.) VON BRENTANO

Nota Bene!

  • 1.

    De houder van deze vergunning dient deze bij het overschrijden van de grens en tijdens het verblijf in het andere deel van het grensgebied bij zich te dragen en op vordering van de bevoegde ambtenaar te tonen.

  • 2.

    Buiten de officiële doorlaatposten om is grensoverschrijding toegestaan tussen 06.00 en 23.00 uur, voorzover geen andere tijd in deze vergunning is vermeld.

  • 3.

    Deze vergunning dient aan de autoriteit van afgifte te worden teruggegeven, wanneer de houder uit het grensgebied verhuist of indien er geen redelijk belang meer aanwezig is voor het overschrijden van de grens buiten de officiële doorlaatposten om.

  • 4.

    In geval van misbruik wordt de vergunning ingetrokken. Bij misbruik kan de vergunning ook door de grensbewakingsambtenaren van het nabuurland voorlopig worden ingehouden.

Nota Bene!

  • 1.

    De houder van deze grenskaart dient deze bij het overschrijden van de grens en tijdens het verblijf in het Duitse grensgebied bij zich te dragen en op vordering van de bevoegde ambtenaar te tonen.

  • 2.

    Buiten de officiële doorlaatposten om is grensoverschrijding toegestaan tussen 06.00 en 23.00 uur, tenzij op deze kaart een andere tijd staat vermeld.

  • 3.

    Deze kaart dient onverwijld bij de autoriteit van afgifte te worden ingeleverd, indien:

    • a.

      de geldigheidsduur is verstreken;

    • b.

      de houder uit het grensgebied verhuist of

    • c.

      hij geen redelijk belang meer heeft bij het overschrijden van de grens buiten de officiële doorlaatposten om.

  • 4.

    In geval van misbruik wordt deze kaart onmiddellijk ingetrokken. Bij misbruik kan zij ook voorlopig worden ingehouden door de Duitse grensbewakingsambtenaren.

Nota Bene!

  • 1.

    De reisleider dient dit doorlaatbewijs bij het overschrijden van de grens en tijdens het verblijf in het andere grensgebied bij zich te dragen en op vordering van de bevoegde ambtenaar te tonen.

  • 2.

    Het overschrijden van de grens mag slechts plaats vinden langs de op het bewijs vermelde doorlaatpost(en), gedurende de tijden dat deze voor het verkeer opengesteld is (zijn).

  • 3.

    De deelnemers aan de reis moeten de grens op de heen- en terugreis in groepsverband overschrijden en gedurende het verblijf in het andere grensgebied bij elkaar blijven. De reisleider dient hiervoor zorg te dragen.

  • 4.

    Het verblijf in het andere grensgebied mag de duur van 2 dagen niet te boven gaan.