Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Brazilië betreffende kosteloze rechtsbijstand

Convention entre le Royaume des Pays-Bas et les Etats-Unis du Brésil concernant l'assistance judiciaire gratuite

Sa Majesté la Reine des Pays-Bas et le Président de la République des Etats-Unis du Brésil, désireux d'assurer, au moyen d'un accord, l'assistance judiciaire gratuite réciproque à leurs nationaux, ont résolu, dans ce but, de conclure une Convention d'Assistance Judiciaire gratuite et, à cette fin, ont désigné leurs Plénipotentiaires, à savoir:

Sa Majesté la Reine des Pays-Bas, Son Excellence Jonkheer Marc Willem van Weede, Ambassadeur extraordinaire et plénipotentiaire des Pays-Bas à Rio de Janeiro; et

Son Excellence Monsieur le Président de la République des Etats-Unis du Brésil, Son Excellence Monsieur Francisco Negrão de Lima, Ministre des Relations Extérieures,

Lesquels, après avoir échangé leurs Pleins Pouvoirs, trouvés en bonne et due forme, sont convenus de ce qui suit:

Article

I

Les nationaux de chacune des Hautes Parties Contractantes jouiront, sur le territoire de l'autre, du bénéfice de l'assistance judiciaire gratuite; celle-ci sera accordée dans les mêmes conditions en matière de législation pénale, civile, militaire et du travail devant les tribunaux aux nationaux de chacune des Hautes Parties Contractantes.

Article

II

Article

III

Article

IV

La demande d'assistance judiciaire gratuite, qui sera adressée, au Brésil, au juge compétent en la matière, et, aux Pays-Bas, au Bureau de l'assistance judiciaire soit en matière pénale soit en matière civile du lieu où l'assistance doit être accordée, sera régie par la loi locale et le requérant bénéficiera des avantages accordés aux nationaux par cette loi.

Article

V

Toutes les décisions, tous les certificats, documents et actes se rapportant à la demande et à l'octroi de l'assistance judiciaire gratuite seront exempts de frais, taxes et charges quelconques.

Article

VI

En ce qui concerne le Royaume des Pays-Bas, la présente Convention ne sera applicable qu'au territoire en Europe. Elle pourra, telle quelle ou avec des modifications appropriées, être étendue au Surinam, aux Antilles Néerlandaises ou à la Nouvelle Guinée Néerlandaise. Sur cette extension, les deux Hautes Parties Contractantes s'entendront par un échange de notes.

Article

VII

EN FOI DE QUOI, les Plénipotentiaires ci-dessus nommés ont signé la présente Convention et y ont apposé leurs sceaux.

FAIT à Rio de Janeiro, le 16 mars 1959, en double exemplaire en langue française.

(s.) M. W. VAN WEEDE

(s.) FRANCISCO NEGRÃO DE LIMA

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Brazilië betreffende kosteloze rechtsbijstand

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en de President van de Republiek der Verenigde Staten van Brazilië,

verlangende door middel van een verdrag wederkerig kosteloze rechtsbijstand aan hun onderdanen te verzekeren,

hebben te dien einde besloten een Verdrag betreffende kosteloze rechtsbijstand te sluiten en hebben daartoe hun Gevolmachtigden aangewezen, te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, Zijne Excellentie Jonkheer Mare Willem van Weede, buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur der Nederlanden te Rio de Janeiro; en

Zijne Excellentie de President van de Republiek der Verenigde Staten van Brazilië, Zijne Excellentie de Heer Francisco Negrão de Lima, Minister van Buitenlandse Zaken,

die, na hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben uitgewisseld, het volgende zijn overeengekomen:

Artikel

I

De onderdanen van elk der Hoge Verdragsluitende Partijen zullen op het grondgebied van de andere kosteloze rechtsbijstand genieten; deze zal onder dezelfde voorwaarden op het stuk van de strafwetgeving en de burgerlijke, militaire en arbeidswetgeving voor de rechterlijke colleges worden verleend aan de onderdanen van elk der Hoge Verdragsluitende Partijen.

Artikel

II

Artikel

III

Artikel

IV

Het verzoek om kosteloze rechtsbijstand moet in Brazilië worden gericht tot de ter zake bevoegde rechter en in Nederland hetzij tot het bureau voor rechtsbijstand in strafzaken, hetzij tot het bureau van consultatie in burgerlijke zaken van de plaats waar de bijstand moet worden verleend, en zal beheerst worden door de ter plaatse geldende wetgeving; de verzoeker zal de voorrechten genieten die deze wetgeving aan de eigen onderdanen toekent.

Artikel

V

Alle beschikkingen, bewijzen, bescheiden en akten betreffende het aanvragen en verlenen van kosteloze rechtsbijstand zullen vrijgesteld zijn van kosten, rechten en heffingen hoe ook genaamd.

Artikel

VI

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden zal dit Verdrag slechts gelden voor het grondgebied in Europa. Het zal, hetzij ongewijzigd hetzij met de vereiste wijzigingen, kunnen worden uitgebreid tot Suriname, de Nederlandse Antillen of Nederlands-Nieuw-Guinea. De Hoge Verdragsluitende Partijen zullen zich over deze uitbreiding verstaan door middel van een notawisseling.

Artikel

VII

TEN BLIJKE WAARVAN de hierboven genoemde Gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend en van hun zegel voorzien.

GEDAAN te Rio de Janeiro, de 16de maart 1959, in tweevoud, in de Franse taal.

(w.g.) M. W. VAN WEEDE

(w.g.) FRANCISCO NEGRÃO DE LIMA