Verdrag betreffende de oprichting van het functioneel luchtruimblok „Europe Central” tussen de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk België, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat

Verdrag betreffende de oprichting van het Functioneel Luchtruimblok „Europe Central” tussen de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk België, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat

De Bondsrepubliek Duitsland,

het Koninkrijk België,

de Republiek Frankrijk,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Zwitserse Bondsstaat

De Verdragsluitende Staten,

Gelet op de Verordeningen betreffende het Gemeenschappelijk Europees Luchtruim van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, de relevante uitvoeringsbepalingen, de verklaring van de Lidstaten over militaire kwesties die verband houden met het Gemeenschappelijk Europees Luchtruim en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake luchtvervoer;

Gelet op de haalbaarheidsstudie betreffende het Functioneel Luchtruimblok „Europe Central” (Functional Airspace Block Europe Central, FABEC) van 18 september 2008;

Gelet op de gezamenlijke intentieverklaring voor het creëren van een Functioneel Luchtruimblok „Europe Central” van 18 november 2008;

Overwegende dat het luchtruim boven het grondgebied en dat onder de verantwoordelijkheid van de Verdragsluitende Staten van het FABEC behoren tot de meest complexe luchtverkeersgebieden van Europa;

Overwegende dat een meer geïntegreerde aanpak van de luchtverkeersbeveiliging een belangrijke stap is om te voldoen aan de behoeften van het civiele en militaire luchtverkeer in dit gebied;

Overwegende dat nauwe samenwerking tussen de verleners van luchtvaartnavigatiediensten voldoet aan de behoeften van het civiele en militaire luchtverkeer in dit gebied;

Overwegende dat de oprichting van het FABEC noodzakelijkerwijs een verbeterde en toenemende grensoverschrijdende verlening van luchtvaartnavigatiediensten met zich meebrengt;

Overwegende de „Just Culture” context zoals die tot uitdrukking komt in de internationale en Europese wetgeving;

In aanmerking nemende dat de Verdragsluitende Staten met de oprichting van het FABEC de bedoeling hebben om, ongeacht de bestaande grenzen, een optimale capaciteit, doeltreffendheid en efficiëntie te bereiken voor het luchtverkeersbeveiligingsnetwerk en tegelijk een hoog veiligheidsniveau te behouden;

Overtuigd van de toegevoegde waarde van het creëren van het FABEC voor de ecologische duurzaamheid;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

1

Definities

Tenzij anders bepaald, hebben de in dit Verdrag gebruikte begrippen de betekenis die eraan wordt toegekend in de toepasselijke definities uit de Verordeningen betreffende het Gemeenschappelijk Europees Luchtruim die van kracht zijn in de Verdragsluitende Staten. Voor de toepassing van dit Verdrag gelden de volgende definities:

  • a.

    onder „Verdrag” wordt verstaan het onderhavige Verdrag en elke wijziging hiervan, tenzij anders bepaald;

  • b.

    onder „betreffende luchtruim” wordt verstaan het luchtruim boven het grondgebied van de Verdragsluitende Staten en dat onder hun verantwoordelijkheid, in overeenstemming met de regels van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), zoals bepaald in artikel 3 van dit Verdrag;

  • c.

    onder „Het Verdrag van Chicago” wordt verstaan de Convention on International Civil Aviation, die op 7 december 1944 in Chicago werd ondertekend, alsook:

    • elke door de Verdragsluitende Staten geratificeerde wijziging die krachtens artikel 94, onderdeel a, van het Verdrag van Chicago wordt toegepast; en

    • elke Bijlage of wijziging aangenomen krachtens artikel 90 van het Verdrag van Chicago, voor zover de internationale normen, waarnaar wordt verwezen in artikel 37 van het Verdrag van Chicago en die zijn opgenomen in die Bijlage of wijziging, van kracht zijn voor alle Verdragsluitende Staten;

  • d.

    onder „grensoverschrijdend gebied” wordt verstaan het luchtruim boven internationale grenzen dat is gereserveerd voor het exclusieve gebruik door specifieke gebruikers tijdens een specifieke periode;

  • e.

    onder „Functioneel Luchtruimblok „Europe Central” (FABEC)” wordt verstaan het Functioneel Luchtruimblok dat door de Verdragsluitende Staten krachtens dit Verdrag wordt opgericht;

  • f.

    onder „operationeel luchtverkeer” wordt verstaan de vluchten die niet voldoen aan de bepalingen voor het algemene luchtverkeer en waarvoor regels en procedures door de bevoegde nationale autoriteiten werden vastgesteld. Het operationeel luchtverkeer kan burgerluchtvaartvluchten omvatten zoals testvluchten, die een zekere mate van afwijking vereisen van de regels van ICAO om aan hun operationele vereisten te beantwoorden;

  • g.

    „staatsluchtvaartuigen”: luchtvaartuigen die gebruikt worden door militaire, douane- en politiediensten worden geacht staatsluchtvaartuigen te zijn;

  • h.

    onder „gevechtsleidingsdienst” wordt verstaan de militaire dienstverlening ter ondersteuning van het operationeel luchtverkeer om de toegewezen missie te vervullen en ervoor te zorgen dat op elk ogenblik voldoende afstand wordt bewaard tussen de luchtvaartuigen;

  • i.

    onder „grondgebied” wordt verstaan het landoppervlak en de territoriale wateren die eraan grenzen en die overeenkomstig internationaal recht onder de soevereiniteit van een Verdragsluitende Staat vallen.

Artikel

2

Onderwerp van dit Verdrag

Artikel

3

Geografische reikwijdte

Artikel

4

Soevereiniteit

Artikel

5

Staatsluchtvaartuigen

Artikel

6

Doelstelling van het FABEC

Het FABEC heeft tot doel optimale prestaties te bereiken op het gebied van veiligheid, ecologische duurzaamheid, capaciteit, kostenefficiëntie, vluchtefficiëntie en doeltreffendheid van militaire missies door middel van de inrichting van het luchtruim en de organisatie van de luchtverkeersbeveiliging in het betreffende luchtruim, ongeacht de bestaande grenzen.

Artikel

7

Verplichtingen van de Verdragsluitende Staten

HOOFDSTUK

II

LUCHTRUIM

Artikel

8

Luchtruim van het FABEC

Artikel

9

Flexibel gebruik van het luchtruim

HOOFDSTUK

III

HARMONISATIE

Artikel

10

Harmonisatie van regels en procedures

HOOFDSTUK

IV

VERLENING VAN LUCHTVAARTNAVIGATIEDIENSTEN

Artikel

11

Luchtvaartnavigatiediensten

De Verdragsluitende Staten zorgen ervoor dat de volgende luchtvaartnavigatiediensten worden verleend:

  • a.

    luchtverkeersdiensten;

  • b.

    communicatie-, navigatie- en plaatsbepalingsdiensten;

  • c.

    luchtvaartinlichtingendiensten;

  • d.

    meteorologische diensten.

Artikel

12

Luchtverkeersdiensten

Artikel

13

Communicatie-, navigatie- en plaatsbepalingsdiensten

De Verdragsluitende Staten streven naar gemeenschappelijke technische systemen en de kostenefficiënte operationalisering van infrastructuur voor de verlening van communicatie-, navigatie- en plaatsbepalingsdiensten door de civiele verleners van luchtvaartnavigatiediensten.

Artikel

14

Luchtvaartinlichtingendiensten

De Verdragsluitende Staten werken samen op het gebied van luchtvaartinlichtingen en coördineren de verlening van de luchtvaartinlichtingendiensten.

Artikel

15

Meteorologische diensten

Artikel

16

Verhoudingen tussen dienstverleners

HOOFDSTUK

V

BEGINSELEN INZAKE CIVIEL-MILITAIRE SAMENWERKING

Artikel

17

Militaire activiteiten

HOOFDSTUK

VI

HEFFINGEN

Artikel

18

Heffingenbeleid

HOOFDSTUK

VII

TOEZICHT

Artikel

19

Toezicht op de verleners van luchtvaartnavigatiediensten

HOOFDSTUK

VIII

PRESTATIES

Artikel

20

Prestatieregeling

HOOFDSTUK

IX

BESTUUR

Artikel

21

De FABEC-Raad

Artikel

22

Functies van de FABEC-Raad

Artikel

23

Functioneren

Artikel

24

Comités en werkgroepen

Artikel

25

Het Luchtruimcomité

Het Luchtruimcomité staat de FABEC-Raad bij bij de tenuitvoerlegging van de artikelen 8 en 9 en voert de andere taken uit die de FABEC-Raad hem toevertrouwt.

Artikel

26

Het Harmonisatie- en Adviescomité

Het Harmonisatie- en Adviescomité staat de FABEC-Raad bij bij de tenuitvoerlegging van de artikelen 10 en 12 en voert de andere taken uit die de FABEC-Raad hem toevertrouwt.

Artikel

27

Het Financieel en Prestatiecomité

Het Financieel en Prestatiecomité staat de FABEC-Raad bij bij de tenuitvoerlegging van artikel 18 en, waar van toepassing, artikel 20 en voert de andere taken uit die de FABEC-Raad hem toevertrouwt.

Artikel

28

Comité van de Nationale Toezichthoudende Instanties

Onverminderd artikel 24, lid 4, en de specifieke verantwoordelijkheden die rechtstreeks aan de nationale toezichthoudende instanties zijn verleend, staat het Comité van de Nationale Toezichthoudende Instanties de FABEC-Raad bij bij de tenuitvoerlegging van artikel 19 en, waar van toepassing, artikel 20 en voert de andere taken uit die de FABEC-Raad hem toevertrouwt.

HOOFDSTUK

X

RAADPLEGING VAN VERLENERS VAN LUCHTVAARTNAVIGATIEDIENSTEN

Artikel

29

Adviesraad voor Luchtvaartnavigatiedienstverlening

HOOFDSTUK

XI

CIVIELRECHTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID

Artikel

30

Aansprakelijkheidsregime

HOOFDSTUK

XII

ONGEVALLEN EN ERNSTIGE INCIDENTEN

Artikel

31

Onderzoek van ongevallen en ernstige incidenten

HOOFDSTUK

XIII

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

32

Geschillenbeslechting

Artikel

33

Toetreding tot dit Verdrag

Artikel

34

Opzegging van dit Verdrag

Artikel

35

Wijzigingen van dit Verdrag

Artikel

36

Beëindiging en opschorting van dit Verdrag

Artikel

37

Registratie bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie

Dit Verdrag en alle latere wijzigingen ervan worden geregistreerd bij ICAO, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 83 van het Verdrag van Chicago.

Artikel

38

Inwerkingtreding van dit Verdrag

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de neerlegging van de laatste akte van bekrachtiging bij de Depositaris.

Artikel

39

De Depositaris en zijn functie

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, naar behoren daartoe gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel op 2 december 2010 in één origineel in het Nederlands, Frans en Duits, waarbij al deze talen gelijkelijk authentiek zijn.