Artikel
1
In de zin van deze Overeenkomst wordt verstaan, voorzover uit de tekst niet anders blijkt, onder
-
a)
„luchtvaartautoriteit”, met betrekking tot de Bondsrepubliek Duitsland de Bondsminister voor Verkeer, met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst, of in beide gevallen iedere andere persoon of instantie, die gemachtigd is tot uitoefening van de taken die aan hen opgedragen zijn;
-
b)
„grondgebied” met betrekking tot een Staat de onder de soevereiniteit, de suzereiniteit, de bescherming of het mandaat van die Staat staande grondgebieden en de daaraan grenzende territoriale wateren;
-
c)
„aangewezen onderneming” een luchtvaartonderneming, die een Overeenkomstsluitende Partij aan de andere Overeenkomstsluitende Partij ingevolge artikel 3 schriftelijk heeft aangewezen als de onderneming, welke het internationale luchtverkeer op de ingevolge artikel 2, lid 2, vastgestelde luchtlijnen zal uitoefenen;
-
d)
„luchtverkeer” elk geregeld luchtverkeer, uitgevoerd door luchtvaartuigen voor het openbare vervoer van passagiers, post en/of goederen;
-
e)
„internationaal luchtverkeer” een luchtverkeer, dat door het luchtruim boven het gebied van meer dan één Staat voert;
-
f)
„landing voor niet-verkeersdoeleinden” een landing gemaakt voor ieder ander doel dan voor het commercieel opnemen of afzetten van passagiers, post en/of goederen.