De Regeringen van België, Canada, Denemarken, Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Griekenland, Italië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Portugal, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika,
Partij bij het op 4 april 1949 te Washington gesloten Noordatlantische Verdrag;
Verlangende de economische samenwerking tussen enige of alle Partijen te bevorderen, zoals overeengekomen in artikel 2 van het verdrag;
Gelet op de wederzijdse verplichting die zij ingevolge het bepaalde in artikel 3 van het verdrag op zich hebben genomen, hun individueel en collectief1)[Red: In de Franse tekst ontbreken de woorden „en collectief”.] vermogen om een gewapende aanval te weerstaan, door zichzelf voortdurend en op doelmatige wijze te versterken en elkander hulp te verlenen2)[Red: In de Engelse tekst ontbreken de woorden „en elkander hulp te verlenen”.], te handhaven en te ontwikkelen;
Overwegende dat de omstandigheid dat een uitvinding die van belang is voor de verdediging en het onderwerp van een octrooiaanvrage of verleend octrooi uitmaakt, aan geheimhouding wordt onderworpen, gewoonlijk het verbod meebrengt om voor dezelfde uitvinding een octrooiaanvrage in te dienen in andere landen, de landen van de NAVO daaronder begrepen;
Overwegende dat de uit dit verbod voortvloeiende beperking van het grondgebied waarbinnen uitvindingen beschermd worden, de aanvragers om octrooi kan schaden en dientengevolge aan de economische samenwerking van de landen van de NAVO afbreuk kan doen;
Overwegende dat de wederzijdse bijstand de mededeling van de uitvindingen die voor de verdediging van belang zijn, over en weer wenselijk maakt en dat een dergelijke mededeling in sommige gevallen door een verbod als bovenbedoeld belemmerd kan worden;
Overwegende dat, indien de regering van wie het verbod is uitgegaan, bereid is het indienen van een octrooiaanvrage in een of meer andere landen van de NAVO toe te staan, mits de regeringen van die landen eveneens de uitvinding aan geheimhouding onderwerpen, deze regeringen de geheimhouding niet moeten kunnen weigeren;
Overwegende dat tussen de regeringen van de partijen bij het Noordatlantische Verdrag een voorziening is getroffen ten aanzien van de wederzijdse bescherming en beveiliging van door hen uit te wisselen gerubriceerde gegevens;