Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regeringen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, de Unie van Zuid-Afrika, India en Pakistan nopens de graven van leden van de Strijdkrachten van het Britse Gemenebest op Nederlands grondgebied

OVEREENKOMST tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regeringen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, de Unie van Zuid-Afrika, India en Pakistan nopens de graven van leden van de Strijdkrachten van het Britse Gemenebest op Nederlands grondgebied

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden enerzijds en

De Regeringen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, de Unie van Zuid-Afrika, India en Pakistan (in deze Overeenkomst aangeduid met „de Landen van het Gemenebest”) anderzijds,

Bezield door de gemeenschappelijke wens, de nagedachtenis te eren van die leden van de Strijdkrachten van de Landen van het Gemenebest, die gedurende de oorlogen van 1914-1918 en van 1939-1945 zijn gevallen op het slagveld of overleden en op Nederlands grondgebied begraven,

Wensende voorzieningen te treffen ten aanzien van de begraafplaatsen, graven en gedenktekenen voor deze leden van de Strijdkrachten van de Landen van het Gemenebest,

Zijn het navolgende overeengekomen:

Artikel

1

Artikel

2

De Commissie wordt door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden erkend als de enige autoriteit, die vanwege de Landen van het Gemenebest is belast met de blijvende zorg voor de begraafplaatsen, graven en gedenktekenen van het Gemenebest op Nederlands grondgebied.

Artikel

3

Artikel

4

Zonder toestemming der Commissie mogen de stoffelijke resten van leden van de Strijdkrachten van de Landen van het Gemenebest niet worden opgegraven teneinde deze te verwijderen van de begraafplaatsen van het Gemenebest of uit de graven, waarin zij rusten. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden neemt op zich de plaatselijke autoriteiten uit te nodigen om alle aanvragen voor toestemming tot het opgraven en het overbrengen van deze stoffelijke resten te weigeren, tenzij deze ingediend zijn door tussenkomst van de Commissie.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag van ondertekening.

Ten blijke waarvan de ondergetekenden, hiertoe behoorlijk gevolmachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

Gedaan te 's-Gravenhage, de tiende Juli 1951 in de Nederlandse en Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, hetwelk nedergelegd zal worden in het archief van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en waarvan gewaarmerkte afschriften zullen worden verstrekt aan de andere Regeringen, welke partij zijn bij de onderhavige Overeenkomst.