Europees Cultureel Verdrag

European Cultural Convention

The Governments signatory hereto, being Members of the Council of Europe,

Considering that the aim of the Council of Europe is to achieve a greater unity between its Members for the purpose, among others, of safeguarding and realising the ideals and principles which are their common heritage;

Considering that the achievement of this aim would be furthered by a greater understanding of one another among the peoples of Europe;

Considering that for these purposes it is desirable not only to conclude bilateral cultural conventions between Members of the Council but also to pursue a policy of common action designed to safeguard and encourage the development of European culture;

Having resolved to conclude a general European Cultural Convention designed to foster among the nationals of all Members, and of such other European States as may accede thereto, the study of the languages, history and civilisation of the others and of the civilisation which is common to them all,

Have agreed as follows:

Article

1

Each Contracting Party shall take appropriate measures to safeguard and to encourage the development of its national contribution to the common cultural heritage of Europe.

Article

2

Each Contracting Party shall, insofar as may be possible,

  • (a)

    encourage the study by its own nationals of the languages, history and civilisation of the other Contracting Parties and grant facilities to those Parties to promote such studies in its territory, and

  • (b)

    endeavour to promote the study of its language or languages, history and civilisation in the territory of the other Contracting Parties and grant facilities to the nationals of those Parties to pursue such studies in its territory.

Article

3

The Contracting Parties shall consult with one another within the framework of the Council of Europe with a view to concerted action in promoting cultural activities of European interest.

Article

4

Each Contracting Party shall, insofar as may be possible, facilitate the movement and exchange of persons as well as of objects of cultural value so that Articles 2 and 3 may be implemented.

Article

5

Each Contracting Party shall regard the objects of European cultural value placed under its control as integral parts of the common cultural heritage of Europe, shall take appropriate measures to safeguard them and shall ensure reasonable access thereto.

Article

6

Article

7

If, in order to further the aims of the present Convention, two or more Contracting Parties desire to arrange meetings at the seat of the Council of Europe other than those specified in paragraph 1 of Article 6, the Secretary-General of the Council shall afford them such administrative assistance as they may require.

Article

8

Nothing in the present Convention shall be deemed to affect

  • (a)

    the provisions of any existing bilateral cultural convention to which any of the Contracting Parties may be signatory or to render less desirable the conclusion of any further such convention by any of the Contracting Parties, or

  • (b)

    the obligation of any person to comply with the laws and regulations in force in the territory of any Contracting Party concerning the entry, residence and departure of foreigners.

Article

9

Article

10

Any Contracting Party may specify the territories to which the provisions of the present Convention shall apply by addressing to the Secretary-General of the Council of Europe a declaration which shall be communicated by the latter to all the other Contracting Parties.

Article

11

In witness whereof the undersigned, duly authorised thereto by their respective Governments, have signed the present Convention.

Done at Paris this 19th day of December, 1954, in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary-General shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding Governments.

Europees Cultureel Verdrag

De Regeringen welke dit Verdrag hebben ondertekend, Leden van de Raad van Europa;

Overwegende dat het doel van de Raad van Europa is een grotere eenheid tussen zijn Leden tot stand te brengen ten einde onder meer de idealen en beginselen, welke hun gemeenschappelijk erfdeel zijn, veilig te stellen en te verwezenlijken;

Overwegende dat het bereiken van dit doel zou worden bevorderd door een groter onderling begrip onder de volkeren van Europa;

Overwegende dat het voor het bereiken van dit doel wenselijk is, niet alleen bilaterale culturele verdragen tussen de Leden van de Raad te sluiten maar ook een politiek te voeren welke is gericht op het volgen van een gemeenschappelijke gedragslijn en welke ten doel heeft de ontwikkeling der Europese cultuur veilig te stellen en aan te moedigen;

Besloten hebbende een algemeen Europees Cultureel Verdrag te sluiten, dat ten doel heeft om de onderdanen van alle Leden en van die andere Europese Staten welke tot dit Verdrag zullen toetreden, aan te moedigen de talen, geschiedenis en de beschaving van de andere Verdragsluitende Partijen te bestuderen, alsmede de beschaving die zij alle gemeen hebben,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Iedere Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om de ontwikkeling van haar eigen bijdrage aan het gemeenschappelijke culturele erfdeel van Europa veilig te stellen en aan te moedigen.

Artikel

2

Iedere Verdragsluitende Partij zal, voor zover mogelijk,

  • (a)

    aanmoedigen dat de onderdanen van het eigen land de talen, de geschiedenis en de beschaving van de andere Verdragsluitende Partijen bestuderen en deze Partijen faciliteiten verlenen om zulke studiën op haar gebied te bevorderen, en

  • (b)

    ernaar streven om de studie van haar taal of talen, geschiedenis en beschaving op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partijen te bevorderen en faciliteiten verlenen aan de onderdanen van deze Partijen om op haar grondgebied in bovengenoemde onderwerpen te studeren.

Artikel

3

De Verdragsluitende Partijen plegen in het kader van de Raad van Europa met elkaar overleg met het oog op het gemeenschappelijk bevorderen van culturele activiteiten welke van Europees belang zijn.

Artikel

4

Iedere Verdragsluitende Partij vergemakkelijkt, voor zover mogelijk, de vrijheid van verkeer en de uitwisseling zowel van personen als van voorwerpen van culturele waarde opdat de artikelen 2 en 3 ten uitvoer kunnen worden gelegd.

Artikel

5

Iedere Verdragsluitende Partij beschouwt de voorwerpen van Europese culturele waarde die onder haar bescherming zijn gesteld als integrerende bestanddelen van het gemeenschappelijke culturele erfdeel van Europa, neemt passende maatregelen om deze te beveiligen en verzekert de toegang hiertoe binnen de grenzen van het redelijke.

Artikel

6

Artikel

7

Indien, ten einde de doelstellingen van dit Verdrag te bevorderen, twee of meer Verdragsluitende Partijen vergaderingen wensen te beleggen ter plaatse waar de Raad van Europa is gevestigd, naast die, genoemd in lid 1 van artikel 6, verleent de Secretaris-Generaal van de Raad hun alle administratieve bijstand welke zij nodig hebben.

Artikel

8

Geen der bepalingen van dit Verdrag wordt geacht van invloed te zijn op

  • (a)

    de bepalingen van enig bestaand bilateraal cultureel verdrag hetwelk door één der Verdragsluitende Partijen is ondertekend of op de wenselijkheid van het afsluiten van enig ander overeenkomstig verdrag door één der Verdragsluitende Partijen, of

  • (b)

    de verplichting van een ieder om de wetten en voorschriften na te leven welke op het grondgebied van enige Verdragsluitende Partij betreffende het binnenkomen, het verblijf en het vertrek van vreemdelingen van kracht zijn.

Artikel

9

Artikel

10

Iedere Verdragsluitende Partij kan aangeven op welke gebiedsdelen de bepalingen van dit Verdrag van toepassing zullen zijn door aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa een verklaring te doen toekomen, welke door laatstgenoemde ter kennis van alle andere Verdragsluitende Partijen zal worden gebracht.

Artikel

11

Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe door hun onderscheidene Regeringen behoorlijk gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

Gedaan te Parijs, de 19e December 1954, in de Engelse en Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal zal gewaarmerkte afschriften ervan doen toekomen aan alle Regeringen welke dit Verdrag hebben ondertekend of ertoe toetreden.