Europese Overeenkomst inzake de afschaffing van visa voor vluchtelingen

European Agreement on the abolition of visas for refugees

The Governments signatory hereto, being Members of the Council of Europe,

Desirous of facilitating travel for refugees residing in their territory,

Have agreed as follows:

Article

1

Article

2

For the purposes of the present Agreement the “territory” of a Contracting Party shall have the meaning assigned to it by this Party in a declaration addressed to the Secretary-General of the Council of Europe.

Article

3

To the extent that one or more Contracting Parties deem necessary, the frontier shall be crossed only at authorised points.

Article

4

Article

5

Refugees who have entered the territory of a Contracting Party by virtue of the present Agreement shall be re-admitted at any time to the territory of the Contracting Party by whose authorities the travel document was issued, at the simple request of the first-mentioned Party, except where this Party has authorised the persons concerned to settle in its territory.

Article

6

This Agreement shall not prejudice the provisions of any municipal law or bilateral or multilateral treaties, conventions or agreements now in force or which may hereafter enter into force, whereby more favourable terms are applied to refugees lawfully resident in the territory of a Contracting Party in respect of the crossing of frontiers.

Article

7

Article

8

This Agreement shall be open to the signature of Members of the Council of Europe, who may become Parties thereto either by:

  • (a)

    signature without reservation in respect of ratification, or

  • (b)

    signature with reservation in respect of ratification, followed by ratification.

Instruments of ratification shall be deposited with the Secretary-General of the Council of Europe.

Article

9

Article

10

After this Agreement has entered into force the Committee of Ministers of the Council of Europe may, by unanimous vote, invite any Government not a Member of the Council, which is Party either to the Convention on the Status of Refugees of 28th July 1951 or to the Agreement relating to the issue of a travel document to refugees of 15th October 1946, to accede to this Agreement. Such accession shall take effect one month after the date of deposit of the instrument of accession with the Secretary-General of the Council of Europe.

Article

11

The Secretary-General of the Council of Europe shall notify Member States of the Council and States acceding to this Agreement:

  • (a)

    of every signature, with any reservations in respect of ratification, of the deposit of each instrument of ratification, and of the date on which the Agreement enters into force;

  • (b)

    of the deposit of any instrument of accession in accordance with Article 10;

  • (c)

    of any notification or declaration received in accordance with Articles 2, 7 and 12, and the date on which it takes effect.

Article

12

Any Contracting Party may terminate its own application of the Agreement by giving three months' notice to that effect to the Secretary-General of the Council of Europe.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at Strasbourg, this 20th day of April, 1959, in English and French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary-General shall transmit certified copies to the signatory Governments.

Europese Overeenkomst inzake de afschaffing van visa voor vluchtelingen

De ondertekenende Regeringen, Leden van de Raad van Europa,

Verlangende het reizen voor vluchtelingen die op hun grondgebied verblijven, te vergemakkelijken,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Artikel

2

Voor de toepassing van deze Overeenkomst heeft de term „grondgebied” van een Overeenkomstsluitende Partij de betekenis daaraan door deze Partij toegekend in een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring.

Artikel

3

Voor zover een of meer Overeenkomstsluitende Partijen dit noodzakelijk achten, mag de grens slechts worden overschreden langs erkende doorlaatposten.

Artikel

4

Artikel

5

Vluchtelingen die krachtens deze Overeenkomst het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij zijn binnengekomen zullen op eerste verzoek van deze Partij te allen tijde wederom op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij wier autoriteiten het reisdocument hebben afgegeven, worden toegelaten, behalve in gevallen waarin de eerstgenoemde Partij de betrokken personen toegestaan heeft zich op haar grondgebied te vestigen.

Artikel

6

Deze Overeenkomst laat onverlet de bepalingen van de nationale wetten of van bilaterale of multilaterale verdragen, conventies of overeenkomsten die nu van kracht zijn of die hierna in werking zullen treden en die voor vluchtelingen die rechtmatig op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij verblijven, voor wat betreft het overschrijden van grenzen gunstiger bepalingen bevatten.

Artikel

7

Artikel

8

Deze Overeenkomst staat ter ondertekening open voor Leden van de Raad van Europa, die er Partij bij kunnen worden door:

  • (a)

    ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, of

  • (b)

    ondertekening met voorbehoud van bekrachtiging, gevolgd door bekrachtiging.

De akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel

9

Artikel

10

Nadat deze Overeenkomst in werking is getreden, kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa met eenparigheid van stemmen iedere Regering die geen Lid is van de Raad maar die Partij is bij hetzij het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, hetzij bij de Overeenkomst inzake de afgifte van een reisdocument aan vluchtelingen van 15 oktober 1946, uitnodigen tot deze Overeenkomst toe te treden. Deze toetreding wordt van kracht een maand na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel

11

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft aan Leden Staten van de Raad en aan Staten die tot deze Overeenkomst toetreden, kennis van:

  • (a)

    elke ondertekening, eventueel met voorbehoud van bekrachtiging, de nederlegging van elke akte van bekrachtiging en de datum waarop de Overeenkomst in werking treedt;

  • (b)

    de nederlegging van elke akte van toetreding overeenkomstig artikel 10;

  • (c)

    elke ingevolge de artikelen 2, 7 en 12 gedane mededeling of afgelegde verklaring en de datum waarop deze van kracht wordt.

Artikel

12

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan de toepassing van deze Overeenkomst ten aanzien van die Partij beëindigen door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa met inachtneming van een termijn van drie maanden een daartoe strekkende mededeling te doen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, hiertoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg, de 20e april 1959, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat nedergelegd zal blijven in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal zal gewaarmerkte afschriften hiervan aan de ondertekenende Regeringen doen toekomen.