Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland,

Besloten hebbende samen te werken op sociaal gebied,

Bevestigende het beginsel, dat de onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen krachtens de wettelijke regelingen betreffende de sociale zekerheid van de andere Partij op gelijke wijze zullen worden behandeld als de onderdanen van laatstgenoemde Partij,

Verlangende aan dit beginsel uitvoering te geven en regelingen te treffen, krachtens welke haar eigen onderdanen, die zich van het grondgebied van de ene Partij naar dat van de andere Partij begeven, òf de rechten behouden, welke zij ingevolge de wettelijke regelingen van eerstgenoemde Partij hebben verkregen, dan wel overeenkomstige rechten genieten, krachtens de wettelijke regelingen van laatstgenoemde Partij,

Verlangende verder regelingen te treffen terzake van een samentelling van verzekeringstijdvakken, vervuld krachtens de wettelijke regelingen van elk der beide Partijen, ter vaststelling van het recht op uitkering,

Zijn overeengekomen als volgt:

TITEL

I

Begripsbepalingen en werkingssfeer

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • 1.

    „grondgebied”: voor wat betreft het Verenigd Koninkrijk: Engeland, Schotland, Wales, Noord-Ierland en het eiland Man en, voor wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: het grondgebied in Europa;

  • 2.

    „onderdaan”: voor wat betreft het Verenigd Koninkrijk: een onderdaan (citizen) van het Verenigd Koninkrijk en zijn koloniën en, voor wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: degene, die de Nederlandse nationaliteit bezit;

  • 3.

    „wettelijke regeling”: al naar het zinsverband de wetten en regelingen, bedoeld in artikel 2, van kracht in het gebied van elk der Verdragsluitende Partijen;

  • 4.

    „bevoegde autoriteit”: voor wat betreft het Verenigd Koninkrijk: de Minister, het Ministerie of het Bestuur, verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke regelingen, bedoeld in artikel 2, en voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden: de Minister, verantwoordelijk voor de uitvoering van die wettelijke regelingen;

  • 5.

    „bevoegd orgaan”: voor wat betreft het Verenigd Koninkrijk: de „Minister of Pensions and National Insurance”, het „Ministry of Labour and National Insurance for Northern Ireland”, of het „Isle of Man Board of Social Services”, al naar het geval zich voordoet en voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden: het bevoegde uitvoeringsorgaan, bedoeld in de Nederlandse wettelijke regelingen;

  • 6.

    „werknemer”: de arbeider of een met deze gelijkgestelde in de zin van de wettelijke regeling, welke van toepassing is, terwijl „werkzaamheid”: werkzaamheid als werknemer betreft en de woorden „arbeid” en „werkgever” betrekking hebben op zodanige „werkzaamheid”;

  • 7.

    „nagelaten betrekkingen of indirect verzekerden”: degenen, die als zodanig worden beschouwd met het oog op aanspraken van nagelaten betrekkingen of indirect verzekerden krachtens de wettelijke regeling, welke van toepassing is;

  • 8.

    „verzekeringstijdvak”: voor wat betreft het Verenigd Koninkrijk: een tijdvak, waarover premiën, betrekking hebbende op de uitkering in kwestie, ingevolge de wettelijke regeling van het Verenigd Koninkrijk zijn betaald en, voor wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: een verzekeringstijdvak, vervuld onder de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • 9.

    „gelijkgesteld tijdvak”: voor wat betreft het Verenigd Koninkrijk: een tijdvak, waarover premiën, betrekking hebbende op de uitkering in kwestie, ingevolge de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk in rekening kunnen worden gebracht en, voor wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: een tijdvak, dat ingevolge de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden met een verzekeringstijdvak wordt gelijkgesteld;

  • 10.

    onder de woorden „uitkering” en „rente” vallen tevens elke verhoging van zodanige uitkering of rente en elke aanvullende uitkering, welke daarop wordt verstrekt;

  • 11.

    „ziekengelduitkering”: voor wat betreft het Verenigd Koninkrijk: ziekengelduitkering in de zin van de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk behalve voorzover deze in de zin van dit Verdrag als invaliditeitsuitkering wordt aangemerkt en, voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden: ziekengelduitkering in de zin van de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • 12.

    „invaliditeitsrente”:

    • a.

      voor wat betreft het Verenigd Koninkrijk: ziekengelduitkering in de zin van de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk, welke

      • (i)

        verstrekt wordt aan een persoon terzake van een tijdvak van onderbreking van de arbeid, in de zin van deze wettelijke regelingen, nadat betrokkene in dat tijdvak aanspraak heeft gekregen op zodanige uitkering gedurende 312 dagen, of

      • (ii)

        verstrekt wordt door het bevoegde orgaan van het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig de bepalingen van het derde of vijfde lid van artikel 16;

    • b.

      voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden: een invaliditeitsrente in de zin van de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • 13.

    „ouderdomsrente”: voor wat betreft het Verenigd Koninkrijk: een ouderdomsrente of „retirement pension” in de zin van de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk; voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden: een ouderdomsrente in de zin van de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel

2

TITEL

II

Algemene bepalingen

Artikel

3

Een onderdaan van de ene Verdragsluitende Partij kan aanspraak maken op de uitkeringen ingevolge de wettelijke regelingen van de andere Partij onder dezelfde voorwaarden als wanneer hij een onderdaan van laatstgenoemde Partij was.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen gewoonlijk voor eigen rekening op het grondgebied van de ene Partij werkzaam is, zijn de wettelijke regelingen van dat land te zijnen aanzien van toepassing, zelfs wanneer hij woont op het grondgebied van de andere Partij.

Artikel

7

Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen, die geen winstgevend beroep uitoefent, woont op het grondgebied van de ene Partij, zijn de wettelijke regelingen van die Partij op hem van toepassing, zelfs indien hij tijdelijk op het grondgebied van de andere Partij vertoeft.

Artikel

8

Artikel

9

Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen verblijft op het grondgebied van de ene Partij en de wettelijke regelingen van de andere Partij zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, onder a, op hem van toepassing, wordt, ter beoordeling van zijn aanspraken op uitkeringen in geld terzake van ziekte, moederschap, bedrijfsongeval of beroepsziekte ingevolge die wettelijke regelingen, te zijnen aanzien gehandeld

  • 1.

    voor wat betreft ziekengeld- en moederschapsuitkering: als hield hij op het grondgebied van laatstgenoemde Partij verblijf;

  • 2.

    voor wat betreft uitkering terzake van een bedrijfsongeval, dat hem gedurende zijn werkzaamheid overkomt of een beroepsziekte, welke gedurende zijn werkzaamheid ontstaat: als had het bedrijfsongeval plaats gevonden of als was de beroepsziekte ontstaan op het grondgebied van laatstgenoemde Partij.

Artikel

10

De bevoegde autoriteiten van de beide Verdragsluitende Partijen kunnen overeenkomen, dat het bepaalde in de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 in bijzondere gevallen niet van toepassing is.

Artikel

11

Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen, die woont op het grondgebied van de ene Partij, doch niet verplicht verzekerd is ingevolge de wettelijke regelingen van die Partij, aanspraak maakt op opneming in de vrijwillige verzekering ingevolge die wettelijke regelingen, wordt elk verzekeringstijdvak, krachtens de wettelijke regelingen van de andere Partij vervuld, voor de beoordeling van een zodanige aanspraak geacht vervuld te zijn krachtens de wettelijke regelingen van eerstgenoemde Partij.

TITEL

III

Bijzondere bepalingen

EERSTE

HOOFDSTUK

Ziekengeld-, moederschaps- en werkloosheidsuitkeringen

Artikel

12

Een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen, die een verzekeringstijdvak krachtens de wettelijke regelingen van de ene Partij heeft vervuld, heeft, evenals de op grond van zijn verzekering indirect verzekerden, recht op ziekengeld-, moederschaps- en werkloosheidsuitkeringen ingevolge de wettelijke regelingen van de andere Partij onder voorwaarde, dat

  • 1.

    hij in de verzekering krachtens de wettelijke regelingen van laatstgenoemde Partij is opgenomen;

  • 2.

    hij voldoet aan de voorwaarden, gesteld in de wettelijke regelingen van laatstgenoemde Partij; hiertoe wordt elk verzekeringstijdvak of daarmede gelijkgesteld tijdvak, vervuld krachtens de wettelijke regelingen van eerstgenoemde Partij, behoudens het bepaalde in artikel 31, geacht te zijn vervuld krachtens de wettelijke regelingen van laatstgenoemde Partij;

  • 3.

    ingeval uitkering van ziekengeld wordt gevraagd voor de onderdaan zelf, de ziekte zich heeft geopenbaard na de aanvang van het verzekeringstijdvak, volgend op de dag, waarop de betrokkene laatstelijk het grondgebied van laatstgenoemde Partij betrad;

  • 4.

    bij moederschap de uitkering geschiedt ingevolge de wettelijke regelingen, welke van toepassing zijn op de vrouw of, indien aanspraak op uitkering wordt gemaakt op grond van de verzekering van haar echtgenoot, ingevolge de wettelijke regelingen, welke op het ogenblik van indiening der aanvrage op haar echtgenoot van toepassing zijn;

  • 5.

    ingeval van uitkering terzake van werkloosheid de werkloosheid is ontstaan na de aanvang van het verzekeringstijdvak, volgende op de dag, waarop de onderdaan laatstelijk het grondgebied betrad van de Partij, op grond van welker wettelijke regelingen aanspraak op de uitkering wordt gemaakt.

Artikel

13

Indien een vrouw, onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen, is verzekerd ingevolge de wettelijke regelingen van de ene Partij - of wanneer zij de echtgenote is van een zodanig verzekerde - en zich bevindt op het grondgebied van de andere Partij of aldaar is bevallen, wordt zij voor de beoordeling van haar aanspraken op een moederschapsuitkering in geld ingevolge de wettelijke regelingen van eerstgenoemde Partij geacht zich te bevinden of bevallen te zijn op het grondgebied van eerstgenoemde Partij.

Artikel

14

Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen zich van het grondgebied van de ene Partij begeeft naar het grondgebied van de andere Partij, nadat hij ziek is geworden in het eerste land, behoudt hij zijn aanspraak op ziekengelduitkering ingevolge de wettelijke regelingen van eerstgenoemde Partij alsof hij op het grondgebied van die Partij verbleef, onder voorwaarde, dat het bevoegde orgaan van eerstgenoemde Partij vóór zijn vertrek toestemming daartoe heeft gegeven.

Artikel

15

Indien een onderdaan van een van beide Verdragsluitende Partijen, die woont op het grondgebied van een der Partijen, werkloos wordt op het grondgebied van de andere Partij gedurende de tijd, dat de wettelijke regelingen van laatstgenoemde Partij op hem van toepassing zijn en terugkeert naar het grondgebied van eerstgenoemde Partij, heeft hij aanspraak op werkloosheidsuitkering krachtens de voorzieningen van deze Partij. Voor de toepassing van deze bepaling wordt elk verzekeringstijdvak of het tijdvak, hetwelk met een verzekeringsperiode wordt gelijkgesteld, welke vervuld is krachtens de wettelijke regelingen van het land, waar hij werkloos werd, behoudens het bepaalde in artikel 31, beschouwd alsof dit was vervuld krachtens de wettelijke regelingen van eerstbedoelde Partij.

TWEEDE

HOOFDSTUK

Invaliditeitsrenten

Artikel

16

Artikel

17

Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen vóór het bereiken van de 35-jarige leeftijd verzekerd is geweest ingevolge de ziekteverzekering van het Verenigd Koninkrijk en hij na het bereiken van deze leeftijd werknemer wordt in het Koninkrijk der Nederlanden, wordt hij niet van de verzekering krachtens de Nederlandse Invaliditeitswet uitgesloten, mits hij de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, niet een loon geniet, dat recht zou geven op vrijstelling van de verzekering en evenmin op enige andere grond uitgezonderd is.

Artikel

18

Indien, ingevolge de wettelijke regelingen van een der beide Verdragsluitende Partijen, een onderdaan van een dier Partijen recht zou hebben op invaliditeitsrente, indien hij op het grondgebied van die Partij verblijf hield, heeft hij eveneens recht op die rente wanneer hij op het grondgebied van de andere Partij verblijf houdt.

DERDE

HOOFDSTUK

Ouderdomsrente

Artikel

19

Artikel

20

Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen vóór het bereiken van de 35-jarige leeftijd verzekerd is geweest ingevolge de ouderdomsverzekering van het Verenigd Koninkrijk en hij na het bereiken van deze leeftijd werknemer wordt in het Koninkrijk der Nederlanden

  • 1.

    wordt hij niet van de verzekering krachtens de Nederlandse Invaliditeitswet uitgesloten, mits hij de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, niet een loon geniet, dat recht zou geven om vrijstelling te vragen van de verzekering en evenmin op enige andere grond uitgezonderd is;

  • 2.

    wordt hij voor wat betreft de bepaling van het recht op en de berekening van ouderdomsrente krachtens de Nederlandse Invaliditeitswet beschouwd alsof hij op 35-jarige leeftijd in de verzekering was opgenomen, of, indien zulks voor de belanghebbende gunstiger is, alsof hij in de verzekering was opgenomen op de leeftijd, waarop hij in het Verenigd Koninkrijk verzekerd werd.

Artikel

21

Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen niet gelijktijdig voldoet aan de voorwaarden, gesteld in de wettelijke regelingen van beide Partijen, wordt zijn recht op rente ingevolge de wettelijke regelingen van elke Partij afzonderlijk vastgesteld, indien en voorzover hij met inachtneming van het bepaalde in artikel 19 voldoet aan de voorwaarden, gesteld in de wettelijke regelingen van die Partij.

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Indien een bijzondere regeling in de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen het recht op ouderdomsrente afhankelijk stelt van de voorwaarde, dat de verzekeringstijdvakken zijn vervuld in een beroep, waarvoor die bijzondere regeling geldt, worden voor de vaststelling van het recht op een ouderdomsrente ingevolge bedoelde bijzondere regeling alleen die verzekeringstijdvakken, vervuld onder de wettelijke regelingen van de andere Partij, in aanmerking genomen, welke ingevolge een overeenkomstige bijzondere regeling van die andere Partij zijn vervuld. Indien in de wettelijke regelingen van laatstbedoelde Partij geen bijzondere regeling voor het desbetreffend beroep is getroffen, wordt elk verzekeringstijdvak of daarmede gelijkgesteld tijdvak, vervuld onder de bijzondere regeling van eerstgenoemde Partij, voor de vaststelling van het recht op ouderdomsrente ingevolge de algemene verzekeringsregeling van de laatste Partij niettemin beschouwd als een verzekeringstijdvak of daarmede gelijkgesteld tijdvak, vervuld onder de algemene regeling van die Partij.

VIERDE

HOOFDSTUK

Weduwen- en wezenrenten

Artikel

25

De bepalingen betreffende de ouderdomsrenten, voorkomende in Hoofdstuk 3, zijn mede van toepassing ten aanzien van weduwenrenten ingevolge de wettelijke regelingen van de twee Verdragsluitende Partijen, met inachtneming van zodanige wijzigingen als de bijzondere aard van deze renten vordert.

Artikel

26

De bepalingen betreffende ouderdomsrenten, voorkomende in de artikelen 19, 23 en 24, zijn mede van toepassing ten aanzien van wezenrenten ingevolge de wettelijke regelingen van de twee Verdragsluitende Partijen met inachtneming van zodanige wijzigingen als de bijzondere aard van deze renten vordert.

Artikel

27

Indien een onderdaan van een der beide Verdragsluitende Partijen ingevolge het bepaalde bij artikel 26 recht heeft op wezenrenten op grond van de wettelijke regelingen van beide Partijen, heeft hij ook recht op een bedrag van de zijde van het bevoegde orgaan van de Partij, op welks grondgebied hij verblijft, ter hoogte van het eventuele verschil tussen het totaal van beide eerdergenoemde renten en de rente, waarop hij recht zou hebben ingevolge de wettelijke regelingen van die Partij, indien het bepaalde in artikel 26 in zijn geval niet werd toegepast.

VIJFDE

HOOFDSTUK

Bedrijfsongevallen en beroepsziekten

Artikel

28

Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen op grond van de wettelijke regelingen betreffende bedrijfsongevallen of beroepsziekten van een dier Partijen recht zou hebben op uitkering, indien hij op het grondgebied van die Partij verbleef, heeft hij mede recht op die uitkering zolang hij op het grondgebied van de andere Partij verblijft.

Artikel

29

Bij de vaststelling met betrekking tot de toepassing van de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen, van de mate van arbeidsongeschiktheid als gevolg van een bedrijfsongeval wordt elk vroeger bedrijfsongeval, voor hetwelk uitkering kan worden uitbetaald op grond van de wettelijke regelingen van de andere Partij, beschouwd als een bedrijfsongeval, waarop de wettelijke regelingen van eerstbedoelde Partij van toepassing zijn.

Artikel

30

Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen, die een uitkering heeft ontvangen terzake van een beroepsziekte ingevolge de wettelijke regelingen van de ene Partij, terzake van een gelijksoortige beroepsziekte aanspraak maakt op een uitkering ingevolge de wettelijke regelingen van de andere Partij, dient het bevoegde orgaan van laatstgenoemde Partij inlichtingen in te winnen omtrent de uitkering, welke voordien terzake van diezelfde beroepsziekte werd uitbetaald, en ten aanzien van die uitkering te handelen alsof zij is toegekend ingevolge de wettelijke regelingen van het eigen land.

ZESDE

HOOFDSTUK

Algemene bepalingen

Artikel

31

Artikel

32

Indien ingevolge de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen het bedrag van een uitkering in geld afhankelijk is van het gemiddelde loon, verdiend gedurende verzekeringstijdvakken, wordt het gemiddelde loon, dat voor de berekening van de ingevolge die wettelijke regelingen verschuldigde uitkering in aanmerking dient te worden genomen, berekend op basis van de lonen, verdiend gedurende de verzekeringstijdvakken, welke krachtens die wettelijke regelingen werkelijk zijn vervuld.

Artikel

33

Indien ingevolge de bepalingen van deze Titel een uitkering in geld door het bevoegde orgaan van een der Verdragsluitende Partijen dient te worden uitbetaald aan een persoon, die verblijft op het grondgebied van de andere Partij, kan de uitbetaling op verzoek van dit orgaan geschieden door het bevoegde orgaan van laatstgenoemde Partij namens het orgaan van eerstbedoelde Partij.

Artikel

34

Indien uitbetaling van een uitkering in geld door het bevoegde orgaan van het Koninkrijk der Nederlanden namens het orgaan van het Verenigd Koninkrijk geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 33

  • 1.

    vindt de betaling, behalve wanneer het een bedrag ineens betreft, achteraf plaats in termijnen van een maand;

  • 2.

    wordt elke vraag betreffende verdiensten beslist overeenkomstig de wettelijke procedure van de Nederlandse Noodwet Ouderdomsvoorziening.

Artikel

35

In alle gevallen, waarin ingevolge de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen, een uitkering in geld zou zijn uitbetaald voor nagelaten betrekkingen of indirect verzekerden, indien die nagelaten betrekkingen of indirect verzekerden op het grondgebied van die Partij verblijfplaats hadden gehouden, wordt een zodanige uitkering eveneens toegekend, indien de nagelaten betrekkingen of indirect verzekerden verblijf houden op het grondgebied van de andere Partij.

Artikel

36

Behoudens het bepaalde in de artikelen 22 en 37 kan ieder persoon, die aanspraak maakt op een uitkering ingevolge de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen, verlangen, dat die aanspraak wordt vastgesteld zonder dat met de bepalingen van dit Verdrag wordt rekening gehouden.

Artikel

37

TITEL

IV

Diverse bepalingen

Artikel

38

De bevoegde autoriteiten

  • 1.

    stellen die administratieve maatregelen vast, welke noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit Verdrag;

  • 2.

    doen elkander mededeling van elke maatregel, door haar met betrekking tot de toepassing van dit Verdrag genomen;

  • 3.

    stellen elkander zo spoedig mogelijk in kennis van alle wijzigingen, welke in haar eigen nationale wettelijke regelingen zijn aangebracht en van invloed zijn op de toepassing van dit Verdrag.

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

Elk beroepschrift, elke aanvrage of elke kennisgeving, welke, voor de toepassing van de wettelijke regelingen van de ene Verdragsluitende Partij, binnen een bepaalde termijn moest zijn ingediend bij het bevoegde orgaan van die Partij, doch binnen diezelfde termijn bij het bevoegde orgaan van de andere Partij wordt ingediend, wordt geacht bij het bevoegde orgaan van eerstgenoemde Partij te zijn ingediend. In dergelijke gevallen zal het bevoegde orgaan van laatstgenoemde Partij de aanvrage, de kennisgeving of het beroepschrift zo spoedig mogelijk aan het bevoegde orgaan van eerstgenoemde Partij doorzenden.

Artikel

42

De bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen kunnen voor de toepassing van dit Verdrag rechtstreeks corresponderen met elkander, met een ieder, die op grond van dit Verdrag recht op een uitkering heeft of met diens wettelijke vertegenwoordiger.

Artikel

43

Het bedrag van alle uitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag verschuldigd, wordt berekend in de munt van de Verdragsluitende Partij, van welke het bevoegde orgaan met de uitkering daarvan is belast.

Artikel

44

Artikel

45

Artikel

46

Artikel

47

De beide Verdragsluitende Partijen zullen zo nodig een of meer aanvullende overeenkomsten, gegrond op de beginselen van dit Verdrag, sluiten.

Artikel

48

Ingeval van beëindiging van dit Verdrag zullen alle krachtens de bepalingen ervan verkregen rechten gehandhaafd blijven en zullen onderhandelingen worden gevoerd voor de vaststelling van de rechten, welke krachtens de bepalingen van het Verdrag nog in behandeling is.

Artikel

49

Dit Verdrag wordt bekrachtigd en de akten van bekrachtiging worden zo spoedig mogelijk te Londen uitgewisseld. Het Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin de uitwisseling van de akten van bekrachtiging heeft plaats gevonden.

Artikel

50

Dit Verdrag blijft van kracht gedurende een tijdvak van één jaar na zijn inwerkingtreding. Het zal daarna stilzwijgend van jaar tot jaar worden verlengd behoudens schriftelijke opzegging, welke drie maanden vóór afloop van een zodanig jaarlijks tijdvak dient plaats te vinden.

Ten blijke waarvan de ondergetekenden, door hun onderscheiden Regeringen naar behoren daartoe gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend en van hun zegels hebben voorzien.

Gedaan in tweevoud te 's-Gravenhage, de 11de Augustus 1954, in de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) J. W. BEYEN

(w.g.) J. LUNS

Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland:

(sd.) A. C. STEWART

Protocol

betreffende verstrekkingen in natura

Bij de ondertekening van het Verdrag inzake sociale zekerheid van heden zijn namens de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, overeengekomen als volgt:

Artikel

1

De volgende groepen van personen hebben tijdens hun verblijf op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk recht op de uitkeringen in natura op grond van de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk onder dezelfde voorwaarden als onderdanen („citizens”) van het Verenigd Koninkrijk en zijn Koloniën, die wonen op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk:

  • 1.

    onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die zich voor het verrichten van werkzaamheden op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk bevinden en verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van een der beide Partijen, alsmede zij, die als gevolg van de verzekering van die onderdanen indirect verzekerd zijn, behoudens dat personen in Noord-Ierland, die aldaar niet wonen, slechts recht hebben op algemene medische, pharmaceutische en tandheelkundige behandeling, voorzover betreft tandheelkundige behandeling ter opheffing van pijn en andere acute symptomen;

  • 2.

    onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, die wonen op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en die indirect verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • 3.

    voor wat betreft moederschapsuitkeringen in natura, vrouwen, die onderdaan zijn van het Koninkrijk der Nederlanden, en wonen op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en die zich op dat grondgebied bevinden of aldaar zijn bevallen en verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden of echtgenote zijn van ingevolge die wettelijke regelingen verzekerde personen;

  • 4.

    onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, die wonen op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en die recht hebben op enigerlei uitkering ingevolge de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden, alsmede zij, die als gevolg van de verzekering van die onderdanen indirect verzekerd zijn en wonen op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk.

Artikel

2

De volgende groepen van personen hebben tijdens hun verblijf op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden recht op de uitkeringen in natura op grond van de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden, indien zij voldoen aan de voorwaarden, gesteld bij die wettelijke regelingen, waarbij elk verzekeringstijdvak of daarmede gelijkgesteld tijdvak, vervuld onder de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk, geacht wordt te zijn vervuld krachtens de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden:

  • 1.

    onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die zich voor het verrichten van werkzaamheden op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden bevinden en verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van een dier Partijen, alsmede zij, die als gevolg van de verzekering van die onderdanen indirect verzekerd zijn;

  • 2.

    onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die wonen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en die indirect verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk;

  • 3.

    voor wat betreft moederschapsuitkeringen in natura, vrouwen, die onderdaan zijn van een der Verdragsluitende Partijen en wonen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en die zich op dat grondgebied bevinden of aldaar zijn bevallen en verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk of echtgenote zijn van ingevolge die wettelijke regelingen verzekerde personen;

  • 4.

    onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die wonen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en die recht hebben op enige uitkering ingevolge de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk met uitzondering van een wezenuitkering, alsmede zij, die als gevolg van de verzekering van die onderdanen direct verzekerd zijn en wonen op eerdergenoemd grondgebied;

  • 5.

    wezen, die onderdaan zijn van een der Verdragsluitende Partijen en wonen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en voor wie een wezenuitkering ingevolge de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk wordt verstrekt.

Artikel

3

De bevoegde autoriteiten stellen die administratieve maatregelen vast, welke noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit Protocol.

Artikel

4

Voor de toepassing van dit Protocol hebben de woorden „grondgebied”, „onderdaan”, „werkzaamheid”, „nagelaten betrekkingen” of „indirect verzekerden”, „wettelijke regelingen” en „bevoegd orgaan” de betekenis, welke er in eerdergenoemd Verdrag inzake sociale zekerheid aan is gegeven, terwijl onder de term „uitkeringen in natura”, voor wat het Verenigd Koninkrijk betreft, wordt verstaan de uitkeringen in natura, verstrekt door de National Health Services van het Verenigd Koninkrijk en voor wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft de uitkeringen in natura, verstrekt ingevolge de Nederlandse ziekenfondsverzekering.

Artikel

5

Dit Protocol wordt bekrachtigd en de akten van bekrachtiging worden zo spoedig mogelijk te Londen uitgewisseld. Het Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin de uitwisseling van de akten van bekrachtiging heeft plaats gevonden.

Artikel

6

Dit Protocol blijft van kracht gedurende een tijdvak van één jaar na de inwerkingtreding. Het zal daarna stilzwijgend van jaar tot jaar worden verlengd behoudens schriftelijke opzegging, welke drie maanden vóór afloop van een zodanig jaarlijks tijdvak dient plaats te vinden.

Ten blijke waarvan de ondergetekenden dit Protocol hebben ondertekend en van hun zegels hebben voorzien.

Gedaan in tweevoud te 's-Gravenhage, de 11de Augustus 1954, in de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) J. W. BEYEN

(w.g.) J. LUNS

Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland:

(w.g.) A. C. STEWART