Overeenkomst betreffende de uitwisseling van stagiaires tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk
Overeenkomst betreffende de uitwisseling van stagiaires tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Oostenrijk,
strevende naar een nauwere samenwerking op sociaal gebied en
uitgaande van de overweging, dat het van belang is, de uitwisseling van stagiaires tussen hun landen te bevorderen ter verkrijging van een grotere kennis van de taal en van een verdere vakopleiding,
hebben omtrent de volgende bepalingen overeenstemming bereikt:
Artikel
2
(1)
De stagiaires hebben het recht, een arbeidsovereenkomst aan te gaan onder de in de volgende artikelen neergelegde voorwaarden, echter onder voorbehoud van de wettelijke of administratieve bepalingen, welke de tewerkstelling van buitenlanders in bepaalde beroepen regelen.
(2)
De toelating van stagiaires geschiedt in het algemeen zonder dat rekening wordt gehouden met de toestand van de arbeidsmarkt in het betreffende beroep; de hoogste administratieve autoriteiten van de overeenkomstsluitende staten kunnen echter overeenkomen, dat bepaalde beroepen en gebieden van de toepassing van de overeenkomst worden uitgezonderd.
Artikel
3
(1)
Het aantal stagiaires, dat in elk van de overeenkomstsluitende staten kan worden toegelaten, mag per kalenderjaar niet meer dan 100 (één honderd) bedragen.
(2)
Tot het in het eerste lid vastgelegde contingent worden alle stagiaires gerekend, die in de loop van het kalenderjaar als zodanig worden toegelaten, onverschillig voor welke duur dit geschiedt en op welk tijdstip daarvan gebruik wordt gemaakt.
Stagiaires worden niet tot het in het eerste lid vastgelegde contingent van het lopende kalenderjaar gerekend, wanneer zij in een van de overeenkomstsluitende staten verblijven krachtens een vergunning, welke reeds het jaar daarvóór werd verleend.
(3)
Indien het in het eerste lid vastgestelde contingent door de stagiaires van een der overeenkomstsluitende staten in de loop van een kalenderjaar niet wordt bereikt, mag deze staat noch het aantal van de aan de stagiaires van de andere overeenkomstsluitende staat te verlenen vergunningen verminderen, noch het ongebruikte deel van het contingent naar het volgende kalenderjaar overboeken.
(4)
Het in het eerste lid genoemde aantal stagiaires kan op voorstel van een van de overeenkomstsluitende staten door een notawisseling tussen de in artikel 8, derde lid, genoemde autoriteiten worden gewijzigd. Een zodanige overeenkomst voor het volgende kalenderjaar moet uiterlijk 1 December getroffen worden.
Artikel
4
Artikel
5
(1)
De vergunning als stagiaire mag slechts worden verleend onder het voorbehoud, dat de stagiaire geen andere werkzaamheden verricht dan die, waarvoor de vergunning is verleend.
(2)
De stagiaires mogen geen arbeid verrichten in bedrijven, welke bij een staking of uitsluiting betrokken zijn. Breekt zulk een conflict tijdens de duur van een arbeidsovereenkomst van een stagiaire uit, dan moeten hem, voor zover mogelijk, alle faciliteiten voor het vinden van een andere geschikte betrekking worden verleend; dit geldt ook voor gevallen, waarbij de stagiaire met zijn werkgever in een arbeidsconflict geraakt.
Artikel
6
De stagiaires mogen slechts toegelaten worden wanneer de werkgevers die hen in dienst wensen te nemen, zich verplichten, hen onder dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden te werk te stellen, als voor soortgelijke arbeidsovereenkomsten van de eigen onderdanen gelden in de bedrijven, waarin de stagiaires zullen worden tewerkgesteld.
Artikel
7
Op de arbeidsovereenkomst van stagiaires zijn alle voorschriften van de sociale verzekering, van de werkloosheidsverzekering, van het arbeidsrecht en van de arbeidersbescherming van toepassing.
Artikel
8
(1)
Personen, die van de bepalingen van deze overeenkomst gebruik willen maken, moeten hun aanvrage bij de bevoegde instantie van hun land (derde lid) indienen. De aanvrage moet alle voor de beoordeling vereiste gegevens bevatten en moet in het bijzonder vermelden, in welk beroep en eventueel in welk bedrijf de stagiaire wenst te worden tewerkgesteld.
Bij de aanvrage moet verder een verklaring van goed gedrag van de sollicitant worden gevoegd.
Artikel
9
(1)
Voor het bereiken van het met deze overeenkomst nagestreefde doel en om zoveel mogelijk personen te helpen, die naar een betrekking als stagiaire solliciteren, doch niet in staat zijn, zelf zulk een betrekking te vinden, verplichten de overeenkomstsluitende staten zich, de uitwisseling van stagiaires door alle doeltreffende maatregelen en met inschakeling van de belanghebbende organisaties te bevorderen en te vergemakkelijken.
(2)
De bevoegde instanties van de overeenkomstsluitende staten zullen alles doen wat mogelijk is, om een behandeling van de aanvragen op zo kort mogelijke termijn te waarborgen. Zij zullen er eveneens naar streven, de moeilijkheden, welke zich bij het binnenkomen, gedurende het verblijf of bij het vertrek van de stagiaires zouden kunnen voordoen, met de grootst mogelijke spoed uit de weg te ruimen; de bepalingen van deze overeenkomst raken echter niet de verplichtingen van de stagiaires, om zich aan de in het gebied van de overeenkomstsluitende staten geldende voorschriften omtrent het binnenkomen, het verblijf en het vertrek van onderdanen van vreemde staten te houden.
Artikel
10
De overeenkomstsluitende staten komen de verdere bijzonderheden omtrent de voor de uitvoering van deze overeenkomst vereiste maatregelen waarvoor wederzijdse overeenstemming noodzakelijk is, nader overeen. Zij lichten elkaar wederkerig in omtrent wijzigingen in de voor het eigen land geldende voorschriften op het gebied waarop deze overeenkomst betrekking heeft, en regelen eventuele bij de uitlegging en uitvoering van deze overeenkomst optredende moeilijkheden door middel van rechtstreekse onderhandelingen.
Artikel
11
(1)
Deze overeenkomst treedt in werking met ingang van de tweede maand, volgende op de notawisseling, waarbij de overeenkomstsluitende staten elkaar van de vervulling van hun grondwettelijke vereisten op behoorlijke wijze mededeling hebben gedaan, en blijft van kracht tot 31 December van het kalenderjaar, volgende op het sluiten van de overeenkomst.
(2)
De overeenkomst wordt geacht stilzwijgend telkens voor een volgend kalenderjaar te zijn verlengd, indien zij niet door een van beide overeenkomstsluitende staten vóór 1 Juli van het jaar schriftelijk wordt opgezegd. Deze opzegging gaat in op 1 Januari daaropvolgend.
Gedaan te Wenen,
de 17. November 1954
in tweevoud in de Nederlandse en Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:
(w.g.) E. STAR BUSMANN
Voor de Oostenrijkse Bondsregering:
(w.g.) FIGL