Verdrag inzake de Instelling van een Veiligheidscontrole op het gebied van de Kernenergie

Verdrag inzake de Instelling van een Veiligheidscontrole op het gebied van de Kernenergie

De Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Oostenrijk, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Franse Republiek, het Koninkrijk Griekenland, Ierland, de Republiek IJsland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk der Nederlanden, de Portugese Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Koninkrijk Zweden, de Zwitserse Bondsstaat en de Turkse Republiek;

Besloten de ontwikkeling te bevorderen van de produktie en het gebruik van kernenergie in de landen welke lid zijn van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (hierna te noemen de „Organisatie”) door middel van samenwerking tussen deze landen en het onderling in overeenstemming brengen van nationale maatregelen;

Overwegende dat de tot dit doel binnen de Organisatie ondernomen gemeenschappelijke werkzaamheden bedoeld zijn om de Europese kernindustrie voor uitsluitend vreedzame doeleinden te ontwikkelen en geen enkel militair doel mogen bevorderen;

Overwegende dat tijdens zijn bijeenkomst van 18 juli 1956 de Raad van de Organisatie (hierna te noemen de „Raad”) besloten heeft te dien einde een internationale veiligheidscontrole in te stellen;

Overwegende dat bij een Beslissing van heden de Raad binnen de Organisatie een Europees Agentschap voor Kernenergie heeft opgericht (hierna te noemen het „Agentschap”) dat tot taak heeft de ondernomen gemeenschappelijke werkzaamheden voort te zetten;

Zijn overeengekomen als volgt:

DEEL

I

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Ten aanzien van iedere onderneming of installatie die aan controle is onderworpen heeft het Agentschap de volgende rechten en verplichtingen waarvan de omvang wordt bepaald door de veiligheidsvoorschriften bedoeld in artikel 8:

  • (a)

    het onderzoeken van de ontwerpen voor speciale uitrusting en installaties, met inbegrip van kernreactoren, uitsluitend met het doel te verzekeren dat de controle doeltreffend kan worden uitgeoefend zoals voorzien in dit Verdrag;

  • (b)

    het goedkeuren van de middelen te gebruiken voor de chemische bewerking van bestraalde materialen, uitsluitend met het doel te verzekeren dat het in artikel 1 omschreven oogmerk zal worden verwezenlijkt;

  • (c)

    te eisen dat werkstaten worden bijgehouden en overgelegd, teneinde te verzekeren dat rekening en verantwoording ten aanzien van basismateriaal en splijtstoffen, gebruikt of voortgebracht door de onderneming of de installatie, kan worden afgelegd;

  • (d)

    het verzoeken om en het in ontvangst nemen van rapporten ten aanzien van de gemaakte vorderingen.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De Regeringen die partij zijn bij dit Verdrag zijn verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen voorgeschreven krachtens lid (b) van artikel 5 en in bevelschriften uitgegeven door de President van het Tribunaal krachtens artikel 11 (e) en zij zijn er tevens voor verantwoordelijk er, voorzover nodig, voor te zorgen dat de verantwoordelijke partijen iedere inbreuk zullen corrigeren.

DEEL

II

Artikel

7

De controle waarin dit Verdrag voorziet wordt uitgeoefend door de volgende lichamen, die binnen het Agentschap functioneren:

  • (i)

    de Bestuurscommissie;

  • (ii)

    een Controlebureau dat bestaat uit één vertegenwoordiger van elke Regering die partij is bij dit Verdrag.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

DEEL

III

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Het Tribunaal is bevoegd beslissingen te nemen ten aanzien van ieder ander vraagstuk dat betrekking heeft op de gemeenschappelijke werkzaamheden van de Staten-Leden van de Organisatie op het gebied van de kernenergie, en dat aan het Tribunaal is voorgelegd in overeenstemming tussen de betrokken partijen bij dit Verdrag.

Artikel

15

DEEL

IV

Artikel

16

Artikel

17

In de zin van artikel 1 omvat het begrip militaire doeleinden het gebruik van splijtstof in oorlogswapens en sluit het gebruik van deze splijtstof in reactoren voor de produktie van elektriciteit en warmte of voor voortbeweging uit.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Iedere Regering die partij is bij dit Verdrag kan de toepassing daarvan op zichzelf beëindigen door middel van een daartoe strekkende mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie, met inachtneming van een opzeggingstermijn van twaalf maanden, doch een dergelijke opzegging laat onverlet de controle, uitgeoefend over vóór dat tijdstip door of onder toezicht van het Agentschap geleverde materialen.

Artikel

21

Artikel

22

De Secretaris-Generaal van de Organisatie doet aan alle Regeringen welke partij zijn bij dit Verdrag mededeling van de ontvangst van iedere akte van bekrachtiging of toetreding. Hij doet hun eveneens mededeling van de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.

Bijlage

Interpretatie met betrekking tot artikel 1

De bepalingen van artikel 1 (a)(ii) met betrekking tot „diensten welke door het Agentschap ter beschikking zijn gesteld of onder zijn toezicht staan” hebben betrekking op de bijzondere hulp die aan een land kan worden verleend krachtens een afzonderlijke daartoe gesloten overeenkomst die met de betrokken Regering is aangegaan. Zij hebben geen uitbreiding tot gevolg van de toepassing van artikel 2 door het scheppen van een vervolgingsrecht met inbegrip van controle op de activiteiten van personen, die aan gemeenschappelijke ondernemingen hebben medegewerkt, alsmede controle op het gebruik van de kennis, die zij, die aan die ondernemingen hebben deelgenomen, hebben verworven.

TEN BLIJKE WAARVAN de behoorlijk gemachtigde ondergetekende gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Parijs, de twintigste december negentienhonderd zevenenvijftig, in de Franse, Engelse, Duitse, Italiaanse en Nederlandse taal, in een enkel exemplaar dat zal blijven nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking, door wie gewaarmerkte afschriften zullen worden gezonden aan alle ondertekenende Regeringen.

Protocol

betreffende het Tribunaal ingesteld bij het Verdrag inzake de Instelling van een Veiligheidscontrole op het gebied van de Kernenergie

De Regeringen die partij zijn bij het heden gesloten Verdrag inzake de Instelling van een Veiligheidscontrole op het gebied van de Kernenergie (hierna te noemen het „Verdrag”);

Verlangend in overeenstemming met artikel 12 van het Verdrag de organisatie vast te stellen van het bij dat artikel ingestelde Tribunaal alsmede de rechtspositie van zijn rechters;

Hebben overeenstemming bereikt ten aanzien van de volgende bepalingen die aan het Verdrag zullen worden gehecht:

Artikel

1

Het bij artikel 12 (a) van het Verdrag ingestelde Tribunaal vervult zijn functies in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag en van dit Protocol.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De regels met betrekking tot de betaling van honoraria aan de rechters worden bepaald door de Raad van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (hierna te noemen de „Organisatie”).

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Het Tribunaal bepaalt het bedrag en de verdeling der kosten.

Artikel

15

De onkosten verbonden aan het doen functioneren van het Tribunaal worden opgevoerd op de begroting van de Organisatie.

TEN BLIJKE WAARVAN de behoorlijk gemachtigde ondergetekende gevolmachtigden dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Parijs, de twintigste december negentienhonderd zevenenvijftig, in de Franse, Engelse, Duitse, Italiaanse en Nederlandse taal, in een enkel exemplaar dat zal blijven nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking, door wie gewaarmerkte afschriften zullen worden gezonden aan alle ondertekenende Regeringen.

Decision of the Council establishing a European Nuclear Energy Agency

THE COUNCIL

Having regard to the Convention for European Economic Co-operation of 16th April, 1948, and, in particular, Articles 13, 15 and 19 of that Convention;

Considering that, by virtue of Article 15 of that Convention, the Council may set up such technical committees or other bodies, as may be required for the performance of the functions of the Organisation;

Having regard to the Decision of the Council of 10th June, 1955, concerning Co-operation in the Use of Nuclear Energy for Peaceful Purposes, and the Decision of the Council of 18th July, 1956, concerning Joint Action by Member Countries in the Field of Nuclear Energy;

Considering that, by a Decision of 18th July, 1956, the Council set up a Steering Committee for Nuclear Energy instructed to submit to it proposals regarding the joint action to be undertaken by Member countries and to draw up a draft Statute for the European Nuclear Energy Agency, which will be instructed to promote this action for the development of the production and uses of nuclear energy for peaceful purposes;

Considering that the period provided for the Steering Committee was extended by the Council at its meeting of 13th February, 1957;

Considering that there is no contradiction between the principles which inspire the provisions of the present Decision and the principles which have inspired the Treaty instituting the European Atomic Energy Community (EURATOM) entered into at Rome on 25th March, 1957;

Having regard to the Report of the Steering Committee for Nuclear Energy of 27th September, 1957;

Decides:

PART

I

Article

1

Article

2

The tasks assigned to the Agency shall be carried out, under the authority of the Council, by the Steering Committee for Nuclear Energy (hereinafter referred to as the “Steering Committee”), by the bodies established in conformity with the provisions set forth below to assist it in its work or perform tasks of common interest to a group of countries, and by the Secretariat of the Agency.

Article

3

The Steering Committee shall be competent to deal with any question relevant to the purpose of the Agency under conditions resulting from the provisions set forth below and from other decisions of the Council applicable.

Article

4

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

Article

9

Article

10

Article

11

PART

II

Article

12

Article

13

Article

14

Article

15

Article

16

Article

17

Article

18

Article

19

Article

20

Article

21

The present Decision shall enter into force on 1st February, 1958.

Beslissing van de Raad inzake de oprichting van een Europees Agentschap voor Kernenergie

DE RAAD;

Gelet op het Verdrag nopens Europese Economische Samenwerking van 16 april 1948 en, in het bijzonder, de artikelen 13, 15 en 19 van dat Verdrag;

Overwegende dat, krachtens artikel 15 van dat Verdrag, de Raad die technische commissies of andere lichamen kan instellen, die vereist zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden van de Organisatie;

Gelet op de Beslissing van de Raad van 10 juni 1955 inzake de samenwerking bij het gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden en de Beslissing van de Raad van 18 juli 1956 inzake de gemeenschappelijke werkzaamheden op het gebied van de kernenergie van de lid-staten;

Overwegende dat de Raad bij zijn Beslissing van 18 juli 1956 een Bestuurscommissie voor Kernenergie heeft ingesteld met als taak aan de Raad voorstellen te doen betreffende de gemeenschappelijke werkzaamheden van de lid-staten, alsmede het opstellen van een ontwerp-Statuut voor het Europese Agentschap voor Kernenergie, dat tot taak zal hebben deze werkzaamheden, die gericht zijn op de ontwikkeling van de produktie en het gebruik van kernenergie voor vredesdoeleinden, te bevorderen;

Overwegende dat de aan de Bestuurscommissie hiervoor gestelde termijn door de Raad werd verlengd tijdens de zitting van 13 februari 1957;

Overwegende dat er geen tegenstrijdigheden bestaan tussen de beginselen welke aan de bepalingen van de onderhavige Beslissing ten grondslag liggen en de beginselen welke ten grondslag liggen aan het Verdrag tot Oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM), gesloten te Rome op 25 maart 1957;

Gelet op het verslag van de Bestuurscommissie voor Kernenergie van 27 september 1957;

Besluit:

DEEL

I

Artikel

1

Artikel

2

De aan het Agentschap opgedragen taken worden onder het gezag van de Raad uitgevoerd door de Bestuurscommissie voor Kernenergie (hierna te noemen de „Bestuurscommissie”), door de lichamen die zijn ingesteld overeenkomstig de hiernavolgende bepalingen om de Bestuurscommissie bij te staan bij haar werkzaamheden of ter vervulling van taken die voor een groep landen van gemeenschappelijk belang zijn, alsmede door het Secretariaat van het Agentschap.

Artikel

3

De Bestuurscommissie is bevoegd elke aangelegenheid te behandelen die betrekking heeft op de doelstellingen van het Agentschap onder voorwaarden die uit de hiernavolgende bepalingen, alsmede uit andere van toepassing zijnde beslissingen van de Raad, voortvloeien.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

DEEL

II

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Deze Beslissing treedt in werking op 1 februari 1958.