Douaneovereenkomst inzake wisselstukken gebezigd voor de herstelling van EUROP-wagons

Convention douanière relative aux pièces de rechange utilisées pour la réparation des wagons EUROP

Les Parties contractantes,

Désireuses de faciliter l'emploi des wagons EUROP dans les transports entre les administrations de chemins de fer utilisant en commun ces wagons,

Sont convenues de ce qui suit:

CHAPITRE

PREMIER

DISPOSITIONS GÉNÉRALES

Article

premier

Aux fins de la présente Convention, on entend:

  • a)

    Par „droits et taxes d'entrée”, les droits de douane, ainsi que tous droits et taxes exigibles du fait de l'importation;

  • b)

    Par „wagons EUROP”, les wagons soumis au régime de l'utilisation en commun conformément aux dispositions convenues à cet effet entre les administrations de chemins de fer intéressées;

  • c)

    Par „administration propriétaire”, l'administration de chemins de fer à laquelle appartiennent les wagons en cause ou, s'il s'agit de wagons appartenant à la Société européenne pour le financement de matériel ferroviaire (EUROFIMA), à la disposition de laquelle les wagons ont été mis par voie de location-vente ou par voie similaire;

  • d)

    Par „administration utilisatrice”, toute autre administration de chemins de fer participant à l'utilisation en commun des wagons EUROP et sur le réseau de laquelle se trouvent les wagons en cause.

Article

2

Une administration utilisatrice peut monter sur des wagons EUROP des pièces de rechange provenant de ses stocks, à condition:

  • a)

    Que ces pièces aient été soumises dans le pays de cette administration aux droits et taxes intérieurs et, le cas échéant, aux droits et taxes d'entrée;

  • b)

    Que le montage n'entraîne pas la restitution de droits ou taxes ou l'octroi de tout ou partie d'autres avantages éventuellement prévus en cas d'exportation.

Article

3

La réparation de wagons EUROP par une administration utilisatrice, au moyen de pièces de rechange prises sur ses stocks, n'est pas de nature à faire soumettre ces wagons du fait de leur passage aux frontières à quelque formalité ou quelque taxation que ce soit, à condition que le coût des pièces de rechange et leurs frais de montage soient à la charge de ladite administration utilisatrice.

Article

4

CHAPITRE

II

DISPOSITIONS FINALES

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

La présente Convention cessera de produire ses effets si, après son entrée en vigueur, le nombre des Parties contractantes est inférieur à trois pendant une période quelconque de douze mois consécutifs.

Article

9

Article

10

Aucune réserve à la présente Convention ne sera admise.

Article

11

Article

12

Outre les notifications prévues à l'article 11, le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies notifiera aux pays visés au paragraphe 1 de l'article 5:

  • a)

    Les signatures, ratifications et adhésions en vertu de l'article 5;

  • b)

    Les dates auxquelles la présente Convention entrera en vigueur conformément à l'article 6;

  • c)

    Les dénonciations en vertu de l'article 7;

  • d)

    L'abrogation de la présente Convention conformément à l'article 8;

  • e)

    L'entrée en vigueur de tout amendement conformément à l'article 11.

Article

13

Après le 20 février 1958, l'original de la présente Convention sera déposé auprès du Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies, qui en transmettra des copies certifiées conformes à chacun des pays visés au paragraphe 1 de l'article 5.

EN FOI DE QUOI, les soussignés, à ce dûment autorisés, ont signé la présente Convention.

FAIT à Genève, le quinze janvier mil neuf cent cinquante-huit en un seul exemplaire en langue française.

Douaneovereenkomst inzake wisselstukken gebezigd voor de herstelling van EUROP-wagons

De Overeenkomstsluitende partijen,

Bezield door de wens het gebruik van EUROP-wagons te vergemakkelijken bij het verkeer tussen de spoorwegadministraties, welke deze wagons gemeenschappelijk bezigen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan:

  • a)

    onder „rechten en heffingen terzake van de invoer” de invoerrechten, zomede alle rechten en heffingen, welke terzake van de invoer worden geheven;

  • b)

    onder „EUROP-wagons” de wagons, welke overeenkomstig de daartoe tussen de betrokken spoorwegadministraties overeengekomen bepalingen zijn onderworpen aan het stelsel van gemeenschappelijk gebruik;

  • c)

    onder „bezittende administratie” de spoorwegadministratie, aan wie de desbetreffende wagons toebehoren of, indien het wagons betreft welke toebehoren aan de Europese Maatschappij tot financiering van spoorwegmaterieel (EUROFIMA), de spoorwegadministratie waaraan de wagons bij wijze van huurkoop of op soortgelijke wijze ter beschikking zijn gesteld;

  • d)

    onder „gebruikende administratie” elke andere spoorwegadministratie, welke deelneemt aan het stelsel van gemeenschappelijk gebruik van EUROP-wagons en op wier net de desbetreffende wagons zich bevinden.

Artikel

2

Een gebruikende administratie mag wisselstukken uit eigen voorraad aanbrengen aan EUROP-wagons, mits:

  • a)

    deze wisselstukken in het land van deze administratie werden belast met de binnenlandse rechten en heffingen en, in voorkomend geval, met de rechten en heffingen terzake van de invoer;

  • b)

    de aanbrenging geen aanleiding geeft tot teruggaaf van rechten en heffingen of tot het geheel of gedeeltelijk verlenen van andere voordelen welke bij uitvoer zijn voorzien.

Artikel

3

De herstelling van EUROP-wagons door een gebruikende administratie met aanwending van wisselstukken uit eigen voorraad mag niet tot gevolg hebben dat die wagons bij overschrijding van de grenzen aan enigerlei formaliteit of belastingheffing worden onderworpen, mits die gebruikende administratie zelf de kosten draagt van de wisselstukken en van hun aanbrenging.

Artikel

4

HOOFDSTUK

II

SLOTBEPALINGEN

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De Overeenkomst zal buiten werking treden, wanneer na de inwerkingtreding het aantal Partijen minder is dan drie gedurende enig tijdvak van twaalf achtereenvolgende maanden.

Artikel

9

Artikel

10

Geen enkel voorbehoud ten aanzien van deze Overeenkomst zal worden toegelaten.

Artikel

11

Artikel

12

Naast de mededelingen bedoeld in artikel 11, zal de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties kennisgeven aan de landen bedoeld in het eerste lid van artikel 5 van:

  • a)

    ondertekeningen, bekrachtigingen en toetredingen krachtens artikel 5;

  • b)

    de data waarop deze Overeenkomst overeenkomstig artikel 6 in werking treedt;

  • c)

    de opzeggingen krachtens artikel 7;

  • d)

    het buiten werking treden van de Overeenkomst overeenkomstig artikel 8;

  • e)

    het in werking treden van elke wijziging volgens artikel 11.

Artikel

13

Na 20 februari 1958 zal het origineel van deze Overeenkomst worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die daarvan voor eensluidend gewaarmerkte afschriften zal doen toekomen aan alle in het eerste lid van artikel 5 bedoelde landen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Genève, de vijftiende januari negentienhonderd achtenvijftig in één exemplaar in de Franse taal.