Article
I
Women shall be entitled to vote in all elections on equal terms with men, without any discrimination.
The Contracting Parties,
Desiring to implement the principle of equality of rights for men and women contained in the Charter of the United Nations,
Recognizing that everyone has the right to take part in the government of his country, directly or indirectly through freely chosen representatives, and has the right to equal access to public service in his country, and desiring to equalize the status of men and women in the enjoyment and exercise of political rights, in accordance with the provisions of the Charter of the United Nations and of the Universal Declaration of Human Rights,
Having resolved to conclude a Convention for this purpose,
Hereby agree as hereinafter provided:
Women shall be entitled to vote in all elections on equal terms with men, without any discrimination.
Women shall be eligible for election to all publicly elected bodies, established by national law, on equal terms with men, without any discrimination.
Women shall be entitled to hold public office and to exercise all public functions, established by national law, on equal terms with men, without any discrimination.
In the event that any State submits a reservation to any of the articles of this Convention at the time of signature, ratification or accession, the Secretary-General shall communicate the text of the reservation to all States which are or may become parties to this Convention. Any State which objects to the reservation may, within a period of ninety days from the date of the said communication (or upon the date of its becoming a party to the Convention), notify the Secretary-General that it does not accept it. In such case, the Convention shall not enter into force as between such State and the State making the reservation.
Any dispute which may arise between any two or more Contracting States concerning the interpretation or application of this Convention which is not settled by negotiation, shall at the request of any one of the parties to the dispute be referred to the International Court of Justice for decision, unless they agree to another mode of settlement.
The Secretary-General of the United Nations shall notify all Members of the United Nations and the non-member States contemplated in paragraph 1 of article IV of this Convention of the following:
Signatures and instruments of ratifications received in accordance with article IV;
Instruments of accession received in accordance with article V;
The date upon which this Convention enters into force in accordance with article VI;
Communications and notifications received in accordance with article VII;
Notifications of denunciation received in accordance with paragraph 1 of article VIII;
Abrogation in accordance with paragraph 2 of article VIII.
IN FAITH WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed the present Convention, opened for signature at New York, on the thirty-first day of March, one thousand nine hundred and fifty-three.
De Verdragsluitende Partijen,
Verlangende uitvoering te geven aan het beginsel van gelijke rechten voor mannen en vrouwen, als neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties,
Erkennende dat een ieder het recht heeft direct of indirect door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers deel te nemen aan het bestuur van zijn land en dat een ieder het recht heeft op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land, en verlangende mannen en vrouwen gelijke status te verlenen wat betreft het genot en de uitoefening van politieke rechten in overeenstemming met de bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties en van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,
Besloten hebbende tot dit doel een Verdrag te sluiten,
Zijn het volgende overeengekomen:
Vrouwen zijn gerechtigd bij alle verkiezingen hun stem op gelijke voet met mannen uit te brengen, en wel zonder enig onderscheid.
Vrouwen moeten op gelijke voet met mannen kunnen worden gekozen in alle door middel van openbare verkiezingen gekozen lichamen die ingevolge de nationale wetgeving zijn ingesteld, en wel zonder enig onderscheid.
Vrouwen zijn gerechtigd op gelijke voet met mannen een overheidsambt te bekleden en alle ingevolge de nationale wetgeving ingestelde overheidsbetrekkingen te vervullen, en wel zonder enig onderscheid.
Mocht een Staat ten tijde van de ondertekening, bekrachtiging of toetreding enig voorbehoud ten aanzien van een van de artikelen van dit Verdrag maken, dan brengt de Secretaris-Generaal de tekst van dit voorbehoud ter kennis van alle Staten die partij bij dit Verdrag zijn of kunnen worden. Iedere Staat die tegen het voorbehoud bezwaren maakt kan, binnen een termijn van negentig dagen vanaf de datum waarop genoemde kennisgeving is gedaan (of op de datum waarop hij partij is geworden bij het Verdrag), de Secretaris-Generaal mededeling doen dat hij dit niet aanvaardt. In dat geval treedt het Verdrag niet in werking tussen die Staat en de Staat die het voorbehoud maakt.
Ieder geschil dat ontstaat tussen twee of meer Verdragsluitende Staten betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag en dat niet door onderhandeling wordt geregeld, wordt op verzoek van een der bij het geschil betrokken partijen ter beslissing voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof, tenzij de partijen over een andere wijze van beslechting overeenstemming bereiken.
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt alle leden van de Verenigde Naties en de niet-lid-Staten bedoeld in artikel IV, eerste lid, van dit Verdrag in kennis van:
ondertekeningen en akten van bekrachtiging ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel IV;
akten van toetreding ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel V;
de datum waarop dit Verdrag in werking treedt overeenkomstig het bepaalde in artikel VI;
mededelingen en kennisgevingen ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel VII;
kennisgevingen van opzegging ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel VIII, eerste lid;
buitenwerkingtreding overeenkomstig het bepaalde in artikel VIII, lid 2.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag, dat op 31 maart 1953 te New York voor ondertekening is opengesteld, hebben ondertekend.