Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee

Convention on Fishing and Conservation of the Living Resources of the High Seas

The States Parties to this Convention,

Considering that the development of modern techniques for the exploitation of the living resources of the sea, increasing man's ability to meet the need of the world's expanding population for food, has exposed some of these resources to the danger of being overexploited,

Considering also that the nature of the problems involved in the conservation of the living resources of the high seas is such that there is a clear necessity that they be solved, whenever possible, on the basis of international co-operation through the concerted action of all the States concerned,

Have agreed as follows:

Article

1

Article

2

As employed in this Convention, the expression “conservation of the living resources of the high seas” means the aggregate of the measures rendering possible the optimum sustainable yield from those resources so as to secure a maximum supply of food and other marine products. Conservation programmes should be formulated with a view to securing in the first place a supply of food for human consumption.

Article

3

A State whose nationals are engaged in fishing any stock or stocks of fish or other living marine resources in any area of the high seas where the nationals of other States are not thus engaged shall adopt, for its own nationals, measures in that area when necessary for the purpose of the conservation of the living resources affected.

Article

4

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

Article

9

Article

10

Article

11

The decisions of the special commission shall be binding on the States concerned and the provisions of paragraph 2 of Article 94 of the Charter of the United Nations shall be applicable to those decisions. If the decisions are accompanied by any recommendations, they shall receive the greatest possible consideration.

Article

12

Article

13

Article

14

In articles 1, 3, 4, 5, 6 and 8, the term “nationals” means fishing boats or craft of any size having the nationality of the State concerned, according to the law of that State, irrespective of the nationality of the members of their crews.

Article

15

This Convention shall, until 31 October 1958, be open for signature by all States Members of the United Nations or of any of the specialized agencies, and by any other State invited by the General Assembly of the United Nations to become a Party to the Convention.

Article

16

This Convention is subject to ratification. The instruments of ratification shall be deposited with the Secretary-General of the United Nations.

Article

17

This Convention shall be open for accession by any States belonging to any of the categories mentioned in article 15. The instruments of accession shall be deposited with the Secretary-General of the United Nations.

Article

18

Article

19

Article

20

Article

21

The Secretary-General of the United Nations shall inform all States Members of the United Nations and the other States referred to in article 15:

  • (a)

    Of signatures to this Convention and of the deposit of instruments of ratification or accession, in accordance with articles 15, 16 and 17;

  • (b)

    Of the date on which this Convention will come into force, in accordance with article 18;

  • (c)

    Of requests for revision in accordance with article 20;

  • (d)

    Of reservations to this Convention, in accordance with article 19.

Article

22

The original of this Convention, of which the Chinese, English, French, Russian and Spanish texts are equally authentic, shall be deposited with the Secretary-General of the United Nations, who shall send certified copies thereof to all States referred to in article 15.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned Plenipotentiaries, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Convention.

Done at Geneva, this twenty-ninth day of April one thousand nine hundred and fifty-eight.

Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee

De staten die partij zijn bij dit Verdrag,

Overwegende, dat de ontwikkeling van de moderne techniek tot exploitatie van de levende rijkdommen der zee, welke techniek de mogelijkheid vergroot om tegemoet te komen aan de toenemende behoefte aan voedsel van een groeiende wereldbevolking, sommige van deze rijkdommen blootstelt aan het gevaar van een overmatige exploitatie,

Eveneens overwegende, dat de problemen verbonden aan het behoud van de levende rijkdommen van de volle zee van zodanige aard zijn, dat het noodzakelijk is deze, waar mogelijk, op de grondslag van internationale samenwerking door gezamenlijk handelen van alle betrokken staten op te lossen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Artikel

2

Met de uitdrukking „instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee" worden in dit Verdrag bedoeld de gezamenlijke maatregelen welke een gedurig optimale opbrengst van deze rijkdommen mogelijk maken, ten einde een maximale toevoer van voedingsmiddelen en andere voortbrengselen van de zee te verzekeren. Programma's voor een dergelijke instandhouding dienen zodanig te worden opgesteld, dat zij er in de eerste plaats op gericht zijn de aanvoer van voedingsmiddelen voor menselijke consumptie te verzekeren.

Artikel

3

Een staat wiens onderdanen de visserij uitoefenen op een of meer visstapels of op andere in zee levende organismen in enig gebied of gebieden van de volle zee waar de onderdanen van andere staten deze visserij niet uitoefenen, zal, indien dit in het belang is van de instandhouding van de betreffende levende rijkdommen, in dat gebied maatregelen nemen jegens zijn eigen onderdanen.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

De beslissingen van de bijzondere commissie zijn bindend voor de betrokken staten en de bepalingen van lid 2 van artikel 94 van het Handvest van de Verenigde Naties zijn op die beslissingen van toepassing. Indien de beslissing vergezeld gaat van aanbevelingen, zal hieraan de grootst mogelijke aandacht worden geschonken.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

In de artikelen 1, 3, 4, 5, 6 en 8 wordt onder het begrip „onderdanen" verstaan vissersschepen van welke grootte dan ook, welke volgens de wet van die staat de nationaliteit van de betreffende staat bezitten, onafhankelijk van de nationaliteit van de leden hunner bemanningen.

Artikel

15

Dit Verdrag staat tot 31 oktober 1958 open ter ondertekening door alle staten die Lid zijn van de Verenigde Naties of van een der Gespecialiseerde Organisaties, en door iedere andere staat die door de Algemene Vergadering der Verenigde Naties wordt uitgenodigd partij te worden bij het Verdrag.

Artikel

16

Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties.

Artikel

17

Dit Verdrag staat open voor toetreding door iedere staat die tot een der in artikel 15 genoemde categorieën behoort. De akten van toetreding zullen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet aan alle staten die Lid zijn van de Verenigde Naties en aan de andere in artikel 15 bedoelde staten mededeling van:

  • a)

    ondertekeningen van dit Verdrag en van de nederlegging van akten van bekrachtiging of toetreding, overeenkomstig de artikelen 15, 16 en 17;

  • b)

    de datum waarop dit Verdrag ingevolge artikel 18 in werking zal treden;

  • c)

    verzoeken om herziening overeenkomstig artikel 20;

  • d)

    voorbehouden op dit Verdrag, gemaakt overeenkomstig artikel 19.

Artikel

22

Het origineel van dit Verdrag, waarvan de Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse teksten gelijkelijk authentiek zijn, zal worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die gewaarmerkte afschriften ervan zal doen toekomen aan alle in artikel 15 bedoelde staten.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheidene Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

Gedaan te Genève, de negenentwintigste april negentienhonderd achtenvijftig.