Akkoord ter uitvoering van het Europees Verdrag van 9 juli 1956 betreffende de sociale zekerheid van arbeiders werkzaam bij het internationaal vervoer

Arrangement relatif aux modalités d'application de la Convention européenne du 9 juillet 1956 concernant la sécurité sociale des travailleurs des transports internationaux

En application de l'article 10, paragraphe 1, alinéa a), de la Convention européenne du 9 juillet 1956 concernant la sécurité sociale des travailleurs des transports internationaux — ci-après désignée par le terme „Convention” — les autorités compétentes des Parties Contractantes ont arrêté, d'un commun accord, les dispositions suivantes:

Article

1

Article

2

Article

3

Article

4

Article

5

Article

6

Les dispositions des articles 3 à 5 du présent Arrangement sont applicables par analogie aux membres de la famille d'un travailleur occupé sur un bâtiment de navigation intérieure qui vivent avec lui sur ce bâtiment.

Article

7

Article

8

Lorsque le médecin traitant ou le médecin de l'institution du lieu de séjour constate que l'état de santé du travailleur n'empêche pas son retour dans le pays où l'institution compétente a son siège, l'institution du lieu de séjour notifie immédiatement au travailleur cet avis médical, qui précise notamment si l'intéressé est apte ou non à reprendre le travail, et adresse une copie de cette notification à l'institution compétente.

Article

9

Article

10

Article

11

Article

12

Les frais résultant des examens médicaux, des mises en observation, des déplacements des médecins et des enquêtes administratives ou médicales nécessaires à l'exercice du contrôle administratif ou médical sont à la charge de l'institution qui exerce le contrôle, sur la base du tarif appliqué par elle, et ils sont remboursés par l'institution compétente. A cette fin, les dispositions de l'article 10 et des paragraphes 1 et 2 de l'article 11 du présent Arrangement sont applicables par analogie.

Article

13

Les demandes, attestations, certificats, déclarations, recours et autres pièces qui sont présentées aux fins de l'application de la Convention ou du présent Arrangement auprès d'une autorité, d'une institution ou d'un autre organisme d'une Partie Contractante ne peuvent être rejetés pour le motif qu'ils sont rédigés dans la langue officielle d'une autre Partie Contractante.

Article

14

Article

15

Les autorités compétentes de deux ou plusieurs Parties Contractantes peuvent convenir que les dispositions relatives aux modalités d'application d'une autre convention ou d'un autre règlement de sécurité sociale en vigueur entre elles se substituent, intégralement ou partiellement, en ce qui les concerne, aux dispositions du présent Arrangement, pour l'application de la Convention. Elles peuvent également fixer, d'un commun accord, d'autres modalités d'application de la Convention.

Article

16

Les autorités compétentes de deux ou plusieurs Parties Contractantes ayant conclu des accords visés à l'article 10, paragraphe 4, à l'article 11, paragraphe 2, ou à l'article 15 du présent Arrangement les notifieront au Directeur général du Bureau international du Travail qui les communiquera aux autorités compétentes des autres Parties Contractantes.

Article

17

Article

18

FAIT à Genève, le 10 janvier 1959, en un seul exemplaire original, en langue française, à déposer entre les mains du Directeur général du Bureau international du Travail, qui enverra une copie certifiée conforme du texte du présent Arrangement au gouvernement de chacun des Etats signataires.

EN FOI DE QUOI les soussignés, ayant déposé leurs pleins pouvoirs respectifs, ont signé le présent Arrangement.

Akkoord ter uitvoering van het Europees Verdrag van 9 juli 1956 betreffende de sociale zekerheid van arbeiders werkzaam bij het internationaal vervoer

Ter uitvoering van artikel 10, lid 1, alinea a), van het Europees Verdrag van 9 juli 1956 betreffende de sociale zekerheid van arbeiders werkzaam bij het internationaal vervoer — hierna te noemen „Verdrag” — hebben de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen in gemeen overleg de volgende bepalingen vastgesteld:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De bepalingen van de artikelen 3 t/m 5 van dit Akkoord zijn van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van een op een binnenvaartuig werkzame arbeider, die samen met hem op dat vaartuig wonen.

Artikel

7

Artikel

8

Wanneer de behandelend geneesheer of de geneeskundige van het orgaan van de verblijfplaats constateert, dat de gezondheidstoestand van de arbeider geen beletsel vormt voor zijn terugkeer naar het land, waar het bevoegde orgaan zijn zetel heeft, doet het orgaan van de verblijfplaats de arbeider onmiddellijk mededeling van dit medisch oordeel, dat met name nauwkeurig aangeeft of de belanghebbende al dan niet geschikt is de arbeid te hervatten, en zendt het een afschrift van deze mededeling aan het bevoegde orgaan.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

De kosten van de geneeskundige onderzoeken, observaties, reizen van artsen en administratieve of medische onderzoeken, noodzakelijk voor de administratieve of medische controle, komen ten laste van het orgaan, dat de controle uitoefent, naar het door hem toegepaste tarief en worden vergoed door het bevoegde orgaan. Te dien einde is het bepaalde in artikel 10 en in de leden 1 en 2 van artikel 11 van dit Akkoord van overeenkomstige toepassing.

Artikel

13

De aanvragen, bewijzen, verklaringen, aangiften, beroepschriften en andere stukken, die met het oog op de toepassing van het Verdrag of van dit Akkoord aan een autoriteit, een orgaan of een andere instelling van een Verdragsluitende Partij worden overgelegd, kunnen niet afgewezen worden om de reden dat zij gesteld zijn in de officiële taal van een andere Verdragsluitende Partij.

Artikel

14

Artikel

15

De bevoegde autoriteiten van twee of meer Verdragsluitende Partijen kunnen overeenkomen, dat de bepalingen ter uitvoering van een ander verdrag of een andere verordening inzake sociale zekerheid, welke tussen hen van kracht is, voor zover het hen betreft bij de toepassing van het Verdrag geheel of gedeeltelijk in de plaats komen van die van dit Akkoord. Zij kunnen in gemeenschappelijk overleg eveneens andere modaliteiten voor de toepassing van het Verdrag vaststellen.

Artikel

16

De bevoegde autoriteiten van twee of meer Verdragsluitende Partijen, die akkoorden als bedoeld in artikel 10, lid 4, artikel 11, lid 2, of artikel 15 van dit Akkoord hebben gesloten, doen daarvan mededeling aan de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau, die er de bevoegde autoriteiten van de andere Verdragsluitende Partijen van in kennis stelt.

Artikel

17

Artikel

18

GEDAAN te Genève, op 10 januari 1959, in één oorspronkelijk exemplaar, in de Franse taal, dat ter hand wordt gesteld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau, die een gewaarmerkt afschrift van de tekst van dit Akkoord aan de regering van elk der ondertekenende Staten zendt.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, na hun onderscheidene volmachten te hebben nedergelegd, dit Akkoord hebben ondertekend.