§ 1
Onder „Eemsmonding” wordt verstaan het gebied binnen de volgende lijnen:
-
in zee
-
van het snijpunt van de buitengrens van de territoriale zee met de 6 m dieptelijn langs die noordoostzijde van de Wester Eems
-
de 6 m dieptelijn langs de noordoostzijde van de Wester Eems en van het Ranselgat volgende in zuidoostelijke richting tot voor het kustlicht Binnen Ransel, van daar overspringend naar de 6 m dieptelijn langs de noordoostzijde van het Vaarwater door de Eemshorn en deze 6 m dieptelijn volgende tot het snijpunt met de breedtegraad 53° 26' 34” N;
-
van het snijpunt van de 6 m dieptelijn met de breedtegraad 53° 26' 34” N
-
deze breedtegraad in oostelijke richting volgende tot het snijpunt met de buitenteen van de dijk, deze dijksteen volgende in ongeveer zuidelijke richting tot de vooruitspringende hoek van de dijk ten westen van Rysum, ongeveer gelegen 53° 22' 50” N en 7° 00' 54” E, verder de buitenteen van de in aanleg zijnde afsluitdam en de daaraan aansluitende leidam volgende tot Knock;
-
van Knock
-
van de grens der gemeenten Jarssum en Widdelswehr bij km 35,785 van de Eems
-
van triangulatiepunt Pogum I (Messtischblatt 2609 Emden) op de hoek van de dijk ten westen van Pogum, ongeveer gelegen 53° 19' 11” N en 7° 14' 58 ” E,
-
de buitenteen van de dijk langs de Dollard volgende, de oeverlijn van de Hoek van Reide en de buitenteen van de dijk langs de Bocht van Watum volgende tot de noordoostelijke hoek van de dijk bij Het Oude Schip, ongeveer gelegen 53° 26' 05” N en 6° 52' 04” E;
-
van de noordoostelijke hoek van de dijk bij Het Oude Schip, ongeveer gelegen 53° 26' 05” N en 6° 52' 04” E,
-
van het snijpunt van de 6 m dieptelijn aan de zuidwestzijde van het Doekegat met de breedtegraad 53° 26' 34” N
-
de 6 m dieptelijn langs de zuidwestzijde van het Doekegat en de Oude Wester Eems volgende in ongeveer noordwestelijke richting; vandaar overspringend naar de 6 m dieptelijn langs de zuidwestzijde van het Horsborngat (zodanig dat de uitspringende tong van de Horsbornplaat binnen de Eemsmonding ligt); verder de 6 m dieptelijn volgende langs de zuidwestzijde van het Horsborngat en langs de zuidzijde van het Huibertgat in ongeveer westelijke richting tot het noordelijkste punt van de 6 m dieptelijn, ongeveer gelegen 53° 34' 24” N en 6° 2l' 54” E;
-
van het noordelijkste punt van de 6 m dieptelijn, ongeveer gelegen 53° 34' 24” N en 6° 2l' 54” E,
Tot de Eemsmonding behoren niet de aanwezige havens, aanlegplaatsen en afvoerkanalen der uitwateringssluizen; de begrenzing van de Eemsmonding volgt bij de havens, aanlegplaatsen en afvoerkanalen der uitwateringssluizen de buitenzijde van de havenhoofden en van de andere bouwwerken alsmede de verbindingslijnen van de koppen der havenhoofden of de buitenkoppen van de overige bouwwerken.
§ 2
Onder „Bocht van Watum” wordt verstaan het gebied binnen de volgende lijnen:
-
van de noordoostelijke hoek van de dijk bij Het Oude Schip, ongeveer gelegen 53° 26' 05” N en 6° 52' 04” E,
-
van het punt 53° 25' 42” N en 6° 55' 00” E
-
van het punt 53° 22' 00” N en 6° 55' 39” E
-
van het punt ongeveer gelegen 53° 19' 18” N en 7° 02' 44” E
-
van het snijpunt van de verbindingslijn tussen de lichttoren van Knock en de kerktoren van Termunten met de buitenteen van de dijk
§ 3
Onder „gebied ten zuiden van de Geisedam” wordt verstaan het gebied binnen de volgende lijnen:
-
van het snijpunt van de buitenteen van de dijk op de Nederlandse oever met de verbindingslijn tussen de lichttoren van Knock en de kerktoren van Termunten
-
van het punt ongeveer gelegen 53° 19' 18” N en 7° 02' 44” E
-
van het punt 53° 19' 13” N en 7° 1l' 35” E
-
van het snijpunt van de buitenteen van de dijk aan de zuidzijde van de Dollard met de Nederlands-Duitse grens
-
de buitenteen van de dijk langs de Dollard volgende, de oeverlijn van de Hoek van Reide en de buitenteen van de dijk op de Nederlandse oever volgende tot het uitgangspunt, het snijpunt van de buitenteen van de dijk op de Nederlandse oever met de verbindingslijn tussen de lichttoren van Knock en de kerktoren van Termunten.
§ 4
Onder de „verbindingslijn tussen de grote lichttoren van Borkum en de Grote Kaap van Rottumeroog” wordt verstaan de lijn
van de grote lichttoren van Borkum,
tot de Grote Kaap van Rottumeroog,
§ 5
Onder de „verbindingslijn tussen de lichttoren van Knock en de kerktoren van Termunten” wordt verstaan de lijn
van de lichttoren van Knock,
tot de kerktoren van Termunten,
§ 6
Onder „hoofdvaarwater” wordt verstaan de door de Verdragsluitende Partijen hoofdzakelijk gemeenschappelijk gebruikte vaarweg beginnend bij
verder volgende
verder volgende
verder volgende
tot
§ 7
Onder „noordelijke toegang van het hoofdvaarwater tot de Bocht van Watum” wordt verstaan:
§ 8
Onder „zuidelijke toegang van het hoofdvaarwater tot de Bocht van Watum” wordt verstaan:
§ 9
Onder het „Emder vaarwater” wordt verstaan het gebied binnen de volgende lijnen:
van het snijpunt van de buitenteen van de dijk op de Duitse oever met de verbindingslijn tussen de lichttoren van Knock en de kerktoren van Termunten
van het punt 53° 20' 12” N en 7° 09 '38” E
van het punt ongeveer gelegen 53° 19' 14” N en 7° 09' 38” E
van het punt ongeveer gelegen 53° 19' 18” N en 7° 02' 44” E
§ 10
Onder „Boven Eems” wordt verstaan het gebied binnen de volgende lijnen:
-
van het punt 53° 20' 12” N en .7° 09' 38” E
-
van de grens der gemeenten Jarssum en Widdelswehr bij km 35,785 van de Eems
-
van triangulatiepunt Pogum I (Messtischblatt 2609 Emden) op de hoek van de dijk ten westen van Pogum, ongeveer gelegen 53° 19' 11” N en 7° 14' 58” E,
-
van het punt ongeveer gelegen 53° 19' 14” N en 7° 09' 38” E