Artikel
1
1
De Nederlandse Regering zal, zonder dat daartoe enige formaliteit is vereist, de Nederlandse onderdanen, die de Belgische Regering voornemens is van haar grondgebied te verwijderen, terugnemen, zelfs indien deze personen geen houder zijn van één van de in lid 2 van dit artikel genoemde documenten, doch alleen in geval er alle aanleiding is te veronderstellen dat deze personen de Nederlandse nationaliteit bezitten.
2
De hierbovenbedoelde documenten zijn, hetzij een geldig Nederlands nationaal paspoort, zelfs indien het verlopen is, hetzij een Bewijs van Nederlanderschap.
3
Deze personen zullen ter beschikking worden gesteld van één van de doorlaatposten, bedoeld in artikel 9, onder aanbieding, zo aanwezig, van één van de ingehouden documenten bedoeld in het vorige lid of van enig ander document met betrekking tot de nationaliteit van deze personen en onder afgifte van een verklaring van terbeschikkingstelling.
4
De Belgische Regering zal de personen terugnemen ten aanzien van wie na onderzoek door de Nederlandse autoriteiten werd vastgesteld dat zij niet de Nederlandse nationaliteit bezaten op het ogenblik van hun verwijdering van het Belgische grondgebied, indien er, ingevolge de bepalingen van de artikelen 2 en 3, geen verplichting voor de Nederlandse Regering tot terugneming van die personen bestaat en indien het verzoek om terugneming van de betreffende personen binnen zes maanden, nadat zij ter beschikking van de Nederlandse autoriteiten werden gesteld, aanhangig wordt gemaakt.