Notawisseling tussen de Nederlandse en de Belgische Regering houdende een overeenkomst inzake de verwijdering van ongewenste personen

Nr.

I

AMBASSADE DER NEDERLANDEN

N° 413.132 - 24989.

Brussel, 14 januari 1958

Mijnheer de Minister,

Ik heb de eer ter kennis van Uwe Excellentie te brengen dat de Nederlandse Regering bereid is met de Belgische Regering de volgende overeenkomst te sluiten betreffende de verwijdering van ongewenste personen uit België naar Nederland en uit Nederland naar België.

Afdeling

A

Verwijdering (uitwijzing, terugwijzing of terugdrijving) van personen uit België naar Nederland

Artikel

1

Artikel

2

De personen die op onregelmatige wijze, via de Nederlands-Belgische grens, in België zijn binnengekomen en die aldaar binnen twee weken na die grensoverschrijding worden aangehouden, terwijl hun verblijf aldaar nog niet werd aanvaard, zullen ter beschikking kunnen worden gesteld van de Nederlandse grensautoriteiten, in artikel 9 bedoeld, en zullen door laatstbedoelde autoriteiten, zonder dat daartoe overigens enige formaliteit is vereist, worden teruggenomen indien de Belgische grensautoriteiten de aanwijzingen verstrekken op grond waarvan het de Nederlandse autoriteiten mogelijk is vast te stellen dat deze personen de grens op onregelmatige wijze hebben overschreden.

Artikel

3

Afdeling

B

Verwijdering van personen uit Nederland naar België

Artikel

4

Artikel

5

De personen die op onregelmatige wijze, via de Belgisch-Nederlandse grens, in Nederland zijn binnengekomen en die aldaar binnen twee weken na die grensoverschrijding worden aangehouden, terwijl hun verblijf aldaar nog niet werd aanvaard, zullen ter beschikking kunnen worden gesteld van de Belgische grensautoriteiten, in artikel 9 bedoeld, en zullen door laatstbedoelde autoriteiten, zonder dat daartoe overigens enige formaliteit is vereist, worden teruggenomen indien de Nederlandse grensautoriteiten de aanwijzingen verstrekken op grond waarvan het de Belgische autoriteiten mogelijk is vast te stellen dat deze personen de grens op onregelmatige wijze hebben overschreden.

Artikel

6

Afdeling

C

Algemene bepalingen

Artikel

7

De onderhavige overeenkomst maakt geen inbreuk op het bepaalde in de Belgisch-Nederlandse overeenkomst van 16 februari 1955 betreffende de afschaffing van visa voor houders van Belgische en Nederlandse vluchtelingenpaspoorten.

Artikel

8

De kosten van het vervoer van de te verwijderen personen zullen door de overheid die de verwijdering aanhangig heeft gemaakt, slechts worden gedragen tot aan de plaats van de terbeschikkingstelling aan de grens.

Artikel

9

De doorlaatposten, waar de terbeschikkingstelling plaats heeft van personen ten aanzien van wie een maatregel tot verwijdering is genomen, zullen bij notawisseling tussen de beide regeringen worden aangewezen.

Artikel

10

De bevoegde autoriteiten van beide landen zullen elkaar zoveel mogelijk medewerking verlenen bij de verwijdering van ongewenste personen naar derde landen.

Afdeling

D

Slotbepalingen

Artikel

11

De onderhavige overeenkomst is te allen tijde langs diplomatieke weg opzegbaar, met een opzegtermijn van drie maanden.

Artikel

12

Elk der beide Regeringen zal de toepassing van de onderhavige overeenkomst om dringende redenen van openbare orde of veiligheid kunnen opschorten.

De opschorting zal de andere Partij onmiddellijk, langs diplomatieke weg, worden medegedeeld.

De in artikel 9 der overeenkomst bedoelde doorlaatposten zijn de volgende:

Kapellebrug-Kemzeke

Sluis-Westkapelle (Schapenbrug)

Sas van Gent-Zelzate

Putte-Putte (Stabroek)

Nispen-Essen

Roosendaal-station

Wernhout-Wuustwezel

Baarle-Nassau-Baarle-Hertog

Goirle-Poppel

Reusel-Arendonk

Lommel-Bergeijk

Roosteren-Maaseik

Bilserbaan-Veldwezelt

Eijsden-Withuis-Moelingen

Visé-station

Maastricht-station.

Deze overeenkomst treedt in werking op de twintigste dag na ontvangst van een nota waarbij de Nederlandse Regering aan de Belgische Regering mededeelt, dat de overeenkomst de in Nederland grondwettelijk vereiste goedkeuring heeft verkregen.

Indien de Belgische Regering bereid is bovenstaande bepalingen te aanvaarden, heb ik de eer voor te stellen dat deze nota en Uwer Excellentie's daartoe strekkend antwoord beschouwd zullen worden een overeenkomst te vormen tussen onze beide Regeringen.

Gelieve, Mijnheer de Minister, de hernieuwde verzekering mijner meeste hoogachting te willen aanvaarden.

(w.g.) E. TEIXEIRA DE MATTOS

Zijner Excellentie

de Heer V. Larock,

Minister van Buitenlandse Zaken

te Brussel.

Nr.

II

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSE ZAKEN EN

BUITENLANDSE HANDEL

Algemene Directie C

3de Bureel

nr. 3816/P.B./5

Brussel, 4-2-1958

Mijnheer de Ambassadeur,

Met verwijzing naar Uwer Excellentie's schrijven van 14 januari 1958, nr. 413.132 - 24989, heb ik de eer Haar ter kennis te brengen dat de Belgische Regering bereid is met de Nederlandse Regering de volgende overeenkomst te sluiten betreffende de verwijdering van ongewenste personen uit België naar Nederland en uit Nederland naar België.

(Volgt hetzelfde als hetgeen is opgenomen in nr. I, van „Afdeling A” af tot en met de woorden „dat de overeenkomst de in Nederland grondwettelijk vereiste goedkeuring heeft verkregen”.)

Uwer Excellentie's hogerbedoeld schrijven en onderhavig antwoord worden beschouwd een overeenkomst te vormen tussen onze beide Regeringen.

Gelieve, Mijnheer de Ambassadeur, de hernieuwde verzekering mijner zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

(w.g.) V. LAROCK

Aan Zijne Excellentie

Jonkheer E. Teixeira de Mattos,

Ambassadeur der Nederlanden,

te Brussel.