Overeenkomst inzake de belastingheffing van wegvoertuigen voor persoonlijk gebruik in internationaal verkeer

CONVENTION ON THE TAXATION OF ROAD VEHICLES FOR PRIVATE USE IN INTERNATIONAL TRAFFIC

The Contracting Parties,

Considering that some European States have concluded bilateral agreements or taken other steps introducing a more liberal procedure than that of the Convention of 30 March 1931 on the Taxation of Foreign Motor Vehicles,

Desiring to facilitate the development of international touring,

Have agreed as follows:

Article

1

For the purpose of this Convention:

  • (a)

    The term “vehicles” shall mean all cycles, all self-propelled road vehicles and all trailers for coupling to such vehicles whether imported with the vehicle or separately, with the exception, however, of vehicles or combinations of coupled vehicles for the transport of persons having more than eight seats in addition to the driver's seat;

  • (b)

    The term “private use” shall exclude the transport of persons for remuneration, reward or other consideration and the industrial or commercial transport of goods with or without remuneration.

Article

2

Vehicles registered in the territory of one of the Contracting Parties, and vehicles allowed to be brought into circulation on such territory and exempted on that territory from the obligation to be registered, shall, when temporarily imported for private use in the territory of another Contracting Party, be exempted, under the conditions laid down below, from taxes and charges levied on the circulation or possession of vehicles in the territory of that Contracting Party. This exemption shall not apply to tolls or to taxes or charges on consumption.

Article

3

Article

4

As soon as a country which is a Contracting Party to the Convention of 30 March 1931 on the Taxation of Foreign Motor Vehicles becomes a Contracting Party to the present Convention, it shall take the measures laid down in article 17 of the 1931 Convention to denounce that Convention.

FINAL PROVISIONS

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

This Convention shall cease to have effect if, for any period of twelve consecutive months after its entry into force, the number of Contracting Parties is less than five.

Article

9

Article

10

Article

11

Article

12

Article

13

Article

14

In addition to the notifications provided for in articles 12 and 13, the Secretary-General of the United Nations shall notify the countries referred to in article 5, paragraph 1, and the countries which have become Contracting Parties under article 5, paragraph 2, of:

  • (a)

    Signatures, ratifications and accessions under article 5;

  • (b)

    The dates of entry into force of this Convention in accordance with article 6;

  • (c)

    Denunciations under article 7;

  • (d)

    The termination of this Convention in accordance with article 8;

  • (e)

    Notifications received in accordance with article 9;

  • (f)

    Declarations and notifications received in accordance with article 11, paragraphs 1 and 2;

  • (g)

    The entry into force of any amendment in accordance with article 13.

Article

15

The Protocol of Signature of this Convention shall have the same force, effect and duration as the Convention itself of which it shall be considered to be an integral part.

Article

16

After 31 August 1956, the original of this Convention shall be deposited with the Secretary-General of the United Nations, who shall transmit certified true copies to each of the countries mentioned in article 5, paragraphs 1 and 2.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at Geneva, this eighteenth day of May one thousand nine hundred and fifty-six, in a single copy in the English and French languages, each text being equally authentic.

Protocol

of signature

On proceeding to sign the Convention of this day's date on the Taxation of Road Vehicles for Private Use in International Traffic, the undersigned, duly authorized, have agreed on the following stipulations and taken due note of the following reservations:

  • 1.

    For the purpose of this Convention, the use of a hired vehicle shal be regarded as private use of the vehicle if the vehicle is hired without a driver, even if the person hiring it himself engages a driver.

  • 2.

    The transport of personal luggage belonging to the passengers, or in the case of commercial travellers, the transport of samples, shall not prevent the use of the vehicle from being regarded as private use.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Protocol.

DONE at Geneva, this eighteenth day of May one thousand nine hundred and fifty-six, in a single copy in the English and French languages, each text being equally authentic.

OVEREENKOMST INZAKE DE BELASTINGHEFFING VAN WEGVOERTUIGEN VOOR PERSOONLIJK GEBRUIK IN INTERNATIONAAL VERKEER

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Overwegende, dat enige Europese Staten bilaterale overeenkomsten hebben gesloten of andere maatregelen hebben genomen tot invoering van een ruimer regime dan dat van het Verdrag van 30 maart 1931 nopens de belastingheffing van vreemde motorrijtuigen,

Verlangende de ontwikkeling van het internationale toerisme te bevorderen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan:

  • a.

    onder „voertuigen”, alle rijwielen, alle van een mechanisch voortbewegingsmiddel voorziene wegvoertuigen, en alle aanhangwagens, bestemd om aan zodanige voertuigen te worden gekoppeld en met het voertuig zelf dan wel afzonderlijk ingevoerd, met uitzondering evenwel van voertuigen of samenstellingen van gekoppelde voertuigen, welke voor het vervoer van personen worden gebezigd en welke meer dan acht zitplaatsen hebben buiten de zitplaats van de bestuurder;

  • b.

    onder „persoonlijk gebruik”, het gebruik voor andere doeleinden dan het vervoer van personen tegen betaling, beloning of ander materieel voordeel en dan het bedrijfsmatige vervoer van goederen, al dan niet tegen betaling.

Artikel

2

Voertuigen, ingeschreven op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, en voertuigen, welke op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen in het verkeer zijn gebracht met vrijstelling van de verplichting tot inschrijving, zijn, wanneer zij voor persoonlijk gebruik tijdelijk worden ingevoerd in het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij, onder de hierna omschreven voorwaarden vrijgesteld van belastingen en heffingen, die verschuldigd zijn wegens het rijden met of het houden van voertuigen op het grondgebied van laatstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij. De vrijstelling strekt zich niet uit tot tolgelden noch tot belastingen of heffingen op het verbruik.

Artikel

3

Artikel

4

Zodra een Verdragsluitende Partij bij het Verdrag van 30 maart 1931 nopens de belastingheffing van vreemde motorrijtuigen Overeenkomstsluitende Partij is geworden bij deze Overeenkomst, neemt zij de maatregelen welke zijn voorzien bij artikel 17 van het Verdrag van 1931 tot opzegging van dat Verdrag.

SLOTBEPALINGEN

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Deze Overeenkomst zal ophouden van kracht te zijn, indien na haar inwerkingtreding het aantal Overeenkomstsluitende Partijen minder is dan vijf gedurende een tijdvak van twaalf opeenvolgende maanden.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Behalve van de in de artikelen 12 en 13 bedoelde kennisgevingen zal de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aan alle in het eerste lid van artikel 5 bedoelde landen, alsmede aan de landen welke krachtens artikel 5, lid 2, Overeenkomstsluitende Partij zijn geworden, mededeling doen van:

  • a)

    ondertekeningen, bekrachtigingen en toetredingen krachtens artikel 5;

  • b)

    de data waarop overeenkomstig artikel 6 deze Overeenkomst in werking treedt;

  • c)

    opzeggingen krachtens artikel 7;

  • d)

    het overeenkomstig artikel 8 buiten werking treden van deze Overeenkomst;

  • e)

    kennisgevingen welke zijn ontvangen overeenkomstig artikel 9;

  • f)

    verklaringen en kennisgevingen welke zijn ontvangen overeenkomstig artikel 11, leden 1 en 2;

  • g)

    de inwerkingtreding van elke wijziging overeenkomstig artikel 13.

Artikel

15

Het Protocol van ondertekening bij deze Overeenkomst heeft dezelfde kracht, waarde en geldigheidsduur als de Overeenkomst zelf, waarvan het geacht wordt een integrerend deel uit te maken.

Artikel

16

Na 31 augustus 1956 zal het origineel van deze Overeenkomst worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die aan alle landen als is bedoeld in artikel 5, leden 1 en 2, gewaarmerkte afschriften daarvan zal doen toekomen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Genève, de achttiende mei negentienhonderd zesenvijftig, in één exemplaar, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Protocol

van ondertekening

Bij de ondertekening van de op heden gedagtekende Overeenkomst inzake de belastingheffing van wegvoertuigen voor persoonlijk gebruik in internationaal verkeer zijn de ondergetekenden, behoorlijk gemachtigd, nader het volgende overeengekomen en hebben zij kennis genomen van de volgende voorbehouden:

  • 1.

    Het gebruik van een onder bezwarende titel gehuurd voertuig wordt voor de toepassing van de Overeenkomst aangemerkt als persoonlijk gebruik indien het voertuig zonder bestuurder is gehuurd, ook dan wanneer de huurder zelf een bestuurder in dienst neemt.

  • 2.

    Het vervoer van de persoonlijke bagage van de reizigers of het vervoer van monsters en stalen door handelsreizigers ontneemt aan het gebruik van het voertuig niet het karakter van persoonlijk gebruik.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Genève, de achttiende mei negentienhonderd zesenvijftig, in één exemplaar, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.