Verdrag betreffende de nachtarbeid van vrouwen in de nijverheid werkzaam

INTERNATIONAL LABOUR CONFERENCE

Convention (No. 89) concerning night work of women employed in industry (revised 1948)

The General Conference of the International Labour Organisation,

Having been convened at San Francisco by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Thirty-first Session on 17 June 1948, and

Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to the partial revision of the Night Work (Women) Convention, 1919, adopted by the Conference at its First Session, and the Night Work (Women) Convention (Revised), 1934, adopted by the Conference at its Eighteenth Session, which is the ninth item on the agenda of the session, and

Considering that these proposals must take the form of an international Convention,

adopts this ninth day of July of the year one thousand nine hundred and forty-eight the following Convention, which may be cited as the Night Work (Women) Convention (Revised), 1948:

PART

I

General Provisions

Article

1

Article

2

For the purpose of this Convention the term „night” signifies a period of at least eleven consecutive hours, including an interval prescribed by the competent authority of at least seven consecutive hours falling between ten o'clock in the evening and seven o'clock in the morning; the competent authority may prescribe different intervals for different areas, industries, undertakings or branches of industries or undertakings, but shall consult the employers' and workers' organisations concerned before prescribing an interval beginning after eleven o'clock in the evening.

Article

3

Women without distinction of age shall not be employed during the night in any public of private industrial undertaking, or in any branch thereof, other than an undertaking in which only members of the same family are employed.

Article

4

Article 3 shall not apply—

  • (a)

    in cases of force majeure, when in any undertaking there occurs an interruption of work which it was impossible to foresee, and which is not of a recurring character;

  • (b)

    in cases where the work has to do with raw materials or materials in course of treatment which are subject to rapid deterioration when such night work is necessary to preserve the said materials from certain loss.

Article

5

Article

6

In industrial undertakings which are influenced by the seasons and in all cases where exceptional circumstances demand it, the night period may be reduced to ten hours on sixty days of the year.

Article

7

In countries where the climate renders work by day particularly trying, the night period may be shorter than that prescribed in the above Articles if compensatory rest is accorded during the day.

Article

8

This Convention does not apply to—

  • (a)

    women holding responsible positions of a managerial or technical character; and

  • (b)

    women employed in health and welfare services who are not ordinarily engaged in manual work.

PART

II

Special Provisions for Certain Countries

Article

9

In those countries where no government regulation as yet applies to the employment of women in industrial undertakings during the night, the term „night” may provisionally, and for a maximum period of three years, be declared by the government to signify a period of only ten hours, including an interval prescribed by the competent authority of at least seven consecutive hours falling between ten o'clock in the evening and seven o'clock in the morning.

Article

10

Article

11

Article

12

PART

III

Final Provisions

Article

13

The formal ratifications of this Convention shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.

Article

14

Article

15

Article

16

Article

17

The Director-General of the International Labour Office shall communicate to the Secretary-General of the United Nations for registration in accordance with Article 102 of the Charter of the United Nations full particulars of all ratifications and acts of denunciation registered by him in accordance with the provisions of the preceding Articles.

Article

18

At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.

Article

19

Article

20

The English and French versions of the text of this Convention are equally authoritative.

Verdrag (no. 89) betreffende de nachtarbeid van vrouwen in de nijverheid werkzaam (herzien in 1948)

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te San Francisco en aldaar bijeengekomen in haar een en dertigste zitting op 17 Juni 1948.

Besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende de gedeeltelijke herziening van het verdrag „Nachtarbeid van vrouwen, herzien 1934” door de Conferentie in haar achttiende zitting aangenomen, welk onderwerp het negende punt van de agenda der zitting is,

Overwegende, dat die voorstellen de vorm moeten aannemen van een internationaal verdrag,

Neemt heden de 9de Juli 1948 het volgende verdrag aan, dat genoemd zal worden „Verdrag nachtarbeid van vrouwen, herzien 1948”;

DEEL

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Voor de toepassing van dit verdrag wordt onder „nacht” verstaan: een tijdruimte van ten minste elf achtereenvolgende uren, waarin een door de bevoegde autoriteit te bepalen tijdsverloop van ten minste zeven achtereenvolgende uren, liggende tussen tien uur 's avonds en zeven uur 's morgens moet vallen; de bevoegde autoriteit kan verschillende tijdruimten voor verschillende streken, industrieën, ondernemingen of takken van industrieën of van ondernemingen voorschrijven, doch moet, vóórdat zij een tijdruimte na elf uur ’s avonds aanvangende vaststelt, de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties raadplegen.

Artikel

3

Men zal vrouwen, onverschillig van welke leeftijd, gedurende de nacht geen arbeid mogen laten verrichten in enige nijverheidsonderneming, hetzij het betreft een Overheidsonderneming of een onderneming van een bijzonder persoon, of in een toebehoor daarvan, met uitzondering alleen van ondernemingen, waarin uitsluitend door de leden van eenzelfde gezin wordt gewerkt.

Artikel

4

Artikel 3 zal niet worden toegepast:

  • a.

    in geval van overmacht, wanneer in een onderneming een onderbreking van de bedrijfsarbeid plaats heeft, die onmogelijk kon worden voorzien, en die geen periodiek karakter draagt;

  • b.

    in geval grondstoffen worden verwerkt of stoffen in behandeling zijn, die aan zeer spoedig bederf onderhevig zijn, indien zodanige nachtarbeid nodig is om die stoffen te behoeden tegen onvermijdelijk verloren gaan.

Artikel

5

Artikel

6

In nijverheidsondernemingen, die worden beïnvloed door de seizoentijden en in alle gevallen waarin zulks door bijzondere omstandigheden wordt vereist, mag de tijdsduur van de nacht, als bedoeld in artikel 2, gedurende zestig dagen per jaar worden teruggebracht tot tien uur.

Artikel

7

In landen, waar het klimaat het werken overdag bijzonder bezwaarlijk maakt voor de gezondheid, mag de nacht korter worden genomen dan in de voorafgaande artikelen wordt bepaald, mits overdag een evenredig langere rusttijd wordt toegestaan.

Artikel

8

Dit verdrag is niet van toepassing

  • a.

    op vrouwen, die een verantwoordelijke betrekking van leidinggevende of technische aard bekleden en

  • b.

    op vrouwen, werkzaam in gezondheidsdiensten en diensten, die de materiële verzorging beharitgen, en welke vrouwen in de regel niet deelnemen aan enige handenarbeid.

DEEL

II

Bijzondere bepalingen betreffende bepaalde landen

Artikel

9

In landen, waar geen openbare regeling van toepassing is op de arbeid van vrouwen gedurende de nacht in nijverheidsondernemingen, kan de Regering bepalen, dat onder de uitdrukking „nacht”, voorlopig, gedurende een maximum tijdsverloop van drie jaren verstaan wordt een tijdsverloop van slechts tien uur, waarin een door de bevoegde autoriteit vast te stellen tijdruimte van ten minste zeven achtereenvolgende uren moet vallen, liggende tussen tien uur 's avonds en zeven uur 's morgens.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

DEEL

III

Slotbepalingen

Artikel

13

De officiële bekrachtigingen van dit verdrag zullen worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem worden ingeschreven.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau zal aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling doen ter registratie, overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen, welke hij overeenkomstig de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.

Artikel

18

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel

19

Artikel

20

De Engelse en de Franse tekst van dit verdrag zijn gelijkelijk authentiek.