Verdrag betreffende het diploma van bekwaamheid als scheepskok
INTERNATIONAL LABOUR CONFERENCE
Convention (No. 69) concerning the certification of ships' cooks
The General Conference of the International Labour Organisation,
Having been convened at Seattle by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Twenty-eighth Session on 6 June 1946, and
Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to the certification of ships' cooks, which is included in the fourth item on the agenda of the Session, and
Having determined that these proposals shall take the form of an International Convention,
adopts this twenty-seventh day of June of the year one thousand nine hundred and forty-six the following Convention which may be cited as the Certification of Ships' Cooks Convention, 1946:
Article
2
For the purpose of this Convention the term „ship's cook” means the person directly responsible for the preparation of meals for the crew of the ship.
Article
3
Article
4
1
The competent authority shall make arrangements for the holding of examinations and for the granting of certificates of qualification.
2
No person shall be granted a certificate of qualification unless —
-
(a)
he has reached a minimum age to be prescribed by the competent authority;
-
(b)
he has served at sea for a minimum period to be prescribed by the competent authority; and
-
(c)
he has passed an examination to be prescribed by the competent authority.
Article
5
Article 3 of this Convention shall apply after the expiration of a period not exceeding three years from the date of entry into force of the Convention for the territory where the vessel is registered: Provided that, in the case of a seaman who has had a satisfactory record of two years' service as cook before the expiration of the aforesaid period, national laws or regulations may provide for the acceptance of a certificate of such service as equivalent to a certificate of qualification.
Article
6
The competent authority may provide for the recognition of certificates of qualification issued in other territories.
Article
7
The formal ratifications of this Convention shall be communicated to the Director of the International Labour Office for registration.
Article
8
1
This Convention shall be binding only upon those Members of the International Labour Organisation whose ratifications have been registered with the Director.
2
It shall come into force six months after the date on which there have been registered ratifications by nine of the following countries: United States of America, Argentine Republic, Australia, Belgium, Brazil, Canada, Chile, China, Denmark, Finland, France, United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, Greece, India, Ireland, Italy, Netherlands, Norway, Poland, Portugal, Sweden, Turkey and Yugoslavia, including at least five countries each of which has at least one million gross register tons of shipping. This provision is included for the purpose of facilitating and encouraging early ratification of the Convention by Member States.
Article
9
1
A Member which has ratified this Convention may denounce it after the expiration of ten years from the date on which the Convention comes into force, by an act communicated to the Director of the International Labour Office for registration. Such denunciation shall not take effect until one year after the date on which it is registered.
2
Each Member which has ratified this Convention and which does not, within the year following the expiration of the period of ten years mentioned in the preceding paragraph, exercise the right of denunciation provided for in this Article, will be bound for another period of ten years and, thereafter, may denounce this Convention at the expiration of each period of ten years under the terms provided for in this Article.
Article
10
Article
11
The Director of the International Labour Office shall communicate to the Secretary-General of the United Nations for registration in accordance with Article 102 of the Charter of the United Nations full particulars of all ratifications and acts of denunciation registered by him in accordance with the provisions of the preceding articles.
Article
12
At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.
Article
13
1
Should the Conference adopt a new Convention revising this Convention in whole or in part, then, unless the new Convention otherwise provides —
-
(a)
the ratification by a Member of the new revising Convention shall ipso jure involve the immediate denunciation of this Convention, notwithstanding the provisions of Article 9 above, if and when the new revising Convention shall have come into force;
-
(b)
as from the date when the new revising Convention comes into force this Convention shall cease to be open to ratification by the Members.
Article
14
The English and French versions of the text of this Convention are equally authoritative.
Verdrag (No. 69) betreffende het diploma van bekwaamheid als scheepskok
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie, door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Seattle en aldaar bijeengekomen op 6 Juni 1946 in haar achtentwintigste zitting,
besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende het diploma van bekwaamheid als scheepskok, welk onderwerp het vierde punt van de agenda der zitting vormt,
besloten hebbende, dat die voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag,
neemt heden, de 27ste Juni 1946, het volgende verdrag aan, dat genoemd zal worden „Verdrag betreffende het diploma van bekwaamheid als scheepskok, 1946”.
Artikel
1
Artikel
2
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „scheepskok” de persoon rechtstreeks verantwoordelijk voor het bereiden van de maaltijden voor de bemanning.
Artikel
3
1
Niemand kan als scheepskok aan boord van een schip, waarop dit Verdrag van toepassing is, in dienst genomen worden, tenzij hij houder is van een diploma, waaruit van zijn bekwaamheid blijkt om het beroep van scheepskok uit te oefenen, en dat afgegeven is volgens de bepalingen van de navolgende artikelen.
Artikel
4
1
De bevoegde autoriteit zal alle doelmatige maatregelen treffen voor het houden van vakexamens en de afgifte van diploma's van bekwaamheid.
2
Niemand kan een bekwaamheidsdiploma verkrijgen:
-
a.
indien hij niet de minimum leeftijd, welke door de bevoegde autoriteit vastgesteld zal worden, bereikt heeft;
-
b.
indien hij niet gedurende een minimum tijd, welke door de bevoegde autoriteit vastgesteld zal worden, op zee dienst gedaan heeft;
-
c.
indien hij niet met goed gevolg het door de bevoegde autoriteit voorgeschreven examen afgelegd heeft.
3
Het voorgeschreven examen moet omvatten een praktische proef betreffende de bekwaamheid van de candidaat om maaltijden te bereiden; het moet eveneens een onderzoek omvatten naar de kennis van de voedingswaarde van voedingsmiddelen, van het opstellen van verschillende en goed samengestelde menu's en de behandeling en het opbergen van levensmiddelen aan boord.
Artikel
5
Artikel 3 voornoemd zal van kracht worden na afloop van een termijn van niet langer dan drie jaar, te rekenen van de datum van in werking treding van dit Verdrag voor het gebied, waar het schip ingeschreven is; echter zal de nationale wetgeving, indien het een zeeman betreft, die twee jaar bevredigend dienst gedaan heeft als kok voor de afloop van bovenvermelde termijn, regelen kunnen stellen voor de erkenning van een bewijs van die dienst als een gelijkwaardig diploma van bekwaamheid.
Artikel
6
De bevoegde autoriteit kan regelen treffen voor de erkenning van diploma's van beroepsbekwaamheid afgegeven in andere gebieden.
Artikel
7
De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag zullen aan de Directeur van het Internationaal Arbeidsbureau worden medegedeeld en door hem worden ingeschreven.
Artikel
8
1
Dit Verdrag zal slechts verbindend zijn voor de Leden der Internationale Arbeidsorganisatie, die hun bekrachtiging door de Directeur hebben doen inschrijven.
2
Dit Verdrag zal van kracht worden zes maanden, nadat de bekrachtigingen van negen van de volgende landen ingeschreven zullen zijn: Verenigde Staten van Amerika, Argentinië, Australië, België, Brazilië, Canada, Chili, China, Denemarken, Finland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland, Griekenland, Ierland, India, Italië, Joegoslavië, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Turkije en Zweden, mits onder die negen landen er tenminste vijf zijn, die een koopvaardijvloot bezitten met een bruto tonnenmaat van tenminste een millioen register ton. Deze bepaling heeft ten doel de bekrachtiging van het Verdrag door de Staten-Leden te vergemakkelijken, aan te moedigen en te bespoedigen.
Artikel
9
1
Ieder Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na de datum, waarop dit verdrag van kracht is geworden, zulks bij een verklaring toegezonden aan de Directeur van het Internationaal Arbeidsbureau en door deze in te schrijven. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar, nadat zij is ingeschreven.
2
Ieder Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en binnen een jaar na verloop van de termijn van tien jaren, bedoeld in het vorig lid, geen gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, zal voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden zijn en zal in het vervolg dit Verdrag kunnen opzeggen na verloop van elke termijn van tien jaren, onder de voorwaarden bedoeld in dit artikel.
Artikel
10
Artikel
11
De Directeur van het Internationaal Arbeidsbureau zal aan de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties mededeling doen, ter inschrijving overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen, welke hij overeenkomstig de voorgaande artikelen heeft ingeschreven.
Artikel
12
Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
Artikel
13
1
Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke wijziging van het onderhavige Verdrag, zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt:
-
a.
de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, ipso jure medebrengen onmiddellijke opzegging van het onderhavige Verdrag, niettegenstaande het bepaalde in artikel 9 voornoemd, onder voorbehoud evenwel, dat het nieuwe verdrag, houdende herziening, van kracht is geworden;
-
b.
van de datum, waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, van kracht is geworden, het onderhavige Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.
Artikel
14
Zowel de Franse als de Engelse tekst van dit Verdrag is authentiek.