Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948

CONVENTION DE BERNE pour la Protection des Œuvres Littéraires et Artistiques, signée le 9 septembre 1886, complétée à Paris le 4 mai 1896, révisée à Berlin le 13 novembre 1908, complétée à Berne le 20 mars 1914, revisée à Rome le 2 juin 1928 et révisée à Bruxelles le 26 juin 1948.

L'Australie, l'Autriche, la Belgique, le Brésil, le Canada, le Danemark, l'Espagne, la Finlande, la France, le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord, la Grèce, la Hongrie, l'Inde, l'Irlande, l'Islande, l'Italie, le Liban, le Liechtenstein, le Luxembourg, le Maroc, Monaco, la Norvège, la Nouvelle-Zélande, le Pakistan, les Pays-Bas, la Pologne, le Portugal, la Suède, la Suisse, la Syrie, la Tchécoslovaquie, la Tunisie, l'Union Sud-Africaine, la Cité du Vatican et la Yougoslavie,

Egalement animés du désir de protéger d'une manière aussi efficace et aussi uniforme que possible les droits des auteurs sur leurs œuvres littéraires et artistiques,

Ont résolu de reviser et de compléter l'acte signé à Berne le 9 septembre 1886, complété à Paris le 4 mai 1896, revisé à Berlin le 13 novembre 1908, complété à Berne le 20 mars 1914 et revisé à Rome le 2 juin 1928.

En conséquence, les Plénipotentiaires soussignés, après présentation de leurs pleins pouvoirs, reconnus en bonne et due forme, sont convenus de ce qui suit:

Article

1er

Les Pays auxquels s'applique la présente Convention sont constitués à l'état d'Union pour la protection des droits des auteurs sur leurs œuvres littéraires et artistiques.

Article

2

Article

2bis

Article

3

Vervallen.

Article

4

Article

5

Les ressortissants de l'un des Pays de l'Union, qui publient pour la première fois leurs œuvres dans un autre Pays de l'Union, ont, dans ce dernier Pays, les mêmes droits que les auteurs nationaux.

Article

6

Article

6bis

Article

7

Article

7bis

La durée du droit d'auteur appartenant en commun aux collaborateurs d'une œuvre est calculée d'après la date de la mort du dernier survivant des collaborateurs.

Article

8

Les auteurs d'œuvres littéraires et artistiques protégés par la présente Convention jouissent, pendant toute la durée de leurs droits sur l'œuvre originale, du droit exclusif de faire ou d'autoriser la traduction de leurs œuvres.

Article

9

Article

10

Article

10bis

Il est réservé aux législations des Pays de l'Union de régler les conditions dans lesquelles il peut être procédé à l'enregistrement, à la reproduction et à la communication publique de courts fragments d'œuvres littéraires ou artistiques à l'occasion de comptes rendus des événements d'actualité par le moyen de la photographie, de la cinématographie ou par voie de radiodiffusion.

Article

11

Article

11bis

Article

11ter

Les auteurs d'œuvres littéraires jouissent du droit exclusif d'autoriser la récitation publique de leurs œuvres.

Article

12

Les auteurs d'œuvres littéraires, scientifiques ou artistiques jouissent du droit exclusif d'autoriser les adaptations, arrangements et autres transformations de leurs œuvres.

Article

13

Article

14

Article

14bis

Article

15

Article

16

Article

17

Les dispositions de la présente Convention ne peuvent porter préjudice, en quoi que ce soit, au droit qui appartient au Gouvernement de chacun des Pays de l'Union de permettre, de surveiller ou d'interdire, par des mesures de législation ou de police intérieure, la circulation, la représentation, l'exposition de tout ouvrage ou production à l'égard desquels l'autorité compétente aurait à exercer ce droit.

Article

18

Article

19

Les dispositions de la présente Convention n'empêchent pas de revendiquer l'application de dispositions plus larges qui seraient édictées par la législation d'un Pays de l'Union.

Article

20

Les Gouvernements des Pays de l'Union se réservent le droit de prendre entre eux des arrangements particuliers, en tant que ces arrangements conféreraient aux auteurs des droits plus étendus que ceux accordés par la Convention, ou qu'ils renfermeraient d'autres stipulations non contraires à la présente Convention. Les dispositions des arrangements existants qui répondent aux conditions précitées restent applicables.

Article

21

Article

22

Article

23

Article

24

Article

25

Article

26

Article

27

Article

27bis

Tout différend entre deux ou plusieurs Pays de l'Union concernant l'interprétation ou l'application de la présente Convention, qui ne sera pas réglé par voie de négociation, sera porté devant la Cour internationale de Justice pour qu'il soit statué par elle, à moins que les Pays en cause ne conviennent d'un autre mode de règlement. Le Bureau international sera informé par le Pays demandeur du différend porté devant la Cour; il en donnera connaissance aux autres Pays de l'Union.

Article

28

Article

29

Article

30

Article

31

Les Actes officiels des Conférences seront établis en français. Un texte équivalent sera rédigé en anglais. En cas de contestation sur l'interprétation des Actes, le texte français sera toujours appelé à faire foi. Tout Pays ou groupe de Pays de l'Union pourra faire établir par le Bureau international, en accord avec ce Bureau, un texte autorisé des dits Actes dans la langue de son choix. Ces textes seront publiés dans les actes des Conférences en annexe aux textes français et anglais.

En foi de quoi, les Plénipotentiaires soussignés ont signé la présente Convention.

Fait à Bruxelles, le 26 juin 1948, en un seul exemplaire, qui sera déposé dans les archives du Ministère des Affaires Etrangères et du Commerce Extérieur de Belgique. Une copie, certifiée conforme, sera remise par la voie diplomatique à chaque Pays de l'Union.

BERNER CONVENTIE voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948

Australië, Oostenrijk, België, Brazilië, Canada, Denemarken, Spanje, Finland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland, Griekenland, Hongarije, India, Ierland, IJsland, Italië, de Libanon, Liechtenstein, Luxemburg, Marokko, Monaco, Noorwegen, Nieuw-Zeeland, Pakistan, Nederland, Polen, Portugal, Zweden, Zwitserland, Syrië, Tsjechoslowakije, Tunesië, de Unie van Zuid-Afrika, Vaticaanstad en Zuidslavië,

Gelijkelijk bezield met de wens om op een zo doeltreffend en eenvormig mogelijke wijze de rechten der auteurs op hun werken van letterkunde en kunst te beschermen,

Hebben besloten te herzien en aan te vullen de te Bern op 9 September 1886 ondertekende Akte, aangevuld te Parijs op 4 Mei 1896, herzien te Berlijn op 13 November 1908, aangevuld te Bern op 20 Maart 1914 en herzien te Rome op 2 Juni 1928.

Dientengevolge zijn de ondergetekende Gevolmachtigden, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, het volgende overeengekomen:

Artikel

1

De Landen waarvoor deze Conventie geldt, vormen een Verbond voor de bescherming van de rechten der auteurs op hun werken van letterkunde en kunst.

Artikel

2

Artikel

2bis

Artikel

3

Vervallen.

Artikel

4

Artikel

5

De onderdanen van een der Landen van het Verbond, die in een ander Land van het Verbond voor het eerst hun werken openbaar maken, hebben in dat laatste Land dezelfde rechten als de nationale auteurs.

Artikel

6

Artikel

6bis

Artikel

7

Artikel

7bis

De duur van het auteursrecht dat gemeenschappelijk toebehoort aan de medewerkers van een werk, wordt berekend van de datum van overlijden van de langstlevende der medewerkers af.

Artikel

8

De door deze Conventie beschermde auteurs van werken van letterkunde en kunst genieten gedurende de gehele duur van hun rechten op het oorspronkelijk werk het uitsluitend recht om vertalingen van hun werken te maken of daartoe machtiging te verlenen.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

10bis

Aan de wetgeving van de Landen van het Verbond wordt voorbehouden de voorwaarden te regelen, waaronder tot opname, weergave en openbare mededeling van korte fragmenten van werken van letterkunde of kunst mag worden overgegaan ter gelegenheid van verslagen van actuele gebeurtenissen door middel van fotografie, cinematografie of langs de weg van radio-uitzending.

Artikel

11

Artikel

11bis

Artikel

11ter

Auteurs van letterkundige werken genieten het uitsluitend recht machtiging te verlenen tot de openbare voordracht van hun werken.

Artikel

12

Auteurs van werken van letterkunde, wetenschap of kunst genieten het uitsluitend recht machtiging te verlenen tot bewerkingen, schikkingen en andere omvormingen van hun werken.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

14bis

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

De bepalingen van deze Conventie kunnen in geen enkel opzicht afbreuk doen aan het recht van de Regering van elk Land van het Verbond om door maatregelen van wetgeving of bestuur de verspreiding, opvoering of tentoonstelling van elk werk of voortbrengsel ten aanzien waarvan het bevoegde gezag dat recht meent te moeten uitoefenen, toe te staan, onder toezicht te stellen of te verbieden.

Artikel

18

Artikel

19

De bepalingen van deze Conventie beletten niet de toepassing in te roepen van ruimere bepalingen, die door de wetgeving van een der Landen van het Verbond mochten zijn voorgeschreven.

Artikel

20

De Regeringen van de Landen van het Verbond behouden zich het recht voor, onderling bijzondere schikkingen te treffen, voor zover deze aan de auteurs ruimere rechten toekennen dan die door de Conventie worden toegekend, of andere bepalingen bevatten die niet in strijd zijn met deze Conventie. De bepalingen der bestaande schikkingen, die aan de bovenomschreven voorwaarden voldoen, blijven van toepassing.

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

27bis

Elk geschil tussen twee of meer Landen van het Verbond betreffende de uitlegging of toepassing van deze Conventie, dat niet door onderhandeling zal worden bijgelegd, zal ter beslissing voor het Internationaal Gerechtshof worden gebracht, tenzij de betrokken Landen een andere wijze van beslechting overeenkomen. Het Internationaal Bureau zal door het Land, dat als eiser het geschil voor het Hof heeft gebracht, hiervan op de hoogte worden gesteld; het Bureau zal hiervan kennis geven aan de andere Landen van het Verbond.

Artikel

28

Artikel

29

Artikel

30

Artikel

31

De officiële Akten van de Conferenties zullen in het Frans worden opgesteld. Een gelijkwaardige tekst zal worden opgesteld in het Engels. In geval van verschil van mening ten aanzien van de uitlegging van de Akten, zal steeds de Franse tekst de doorslag geven. Elk Land of elke groep van Landen van het Verbond zal door een Internationaal Bureau, in overeenstemming met dit Bureau, een geautoriseerde tekst van deze Akten in de taal van zijn keuze kunnen doen opstellen. Deze teksten zullen worden openbaar gemaakt in de Akten van de Conferenties als bijlage van de Franse en Engelse teksten.

Ten blijke waarvan de ondergetekende Gevolmachtigden deze Conventie hebben ondertekend.

Gedaan te Brussel, de 26ste Juni 1948, in één enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel van België. Een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift zal langs diplomatieke weg aan elk Land van het Verbond worden toegezonden.