Artikel
I
1
Elke Regering zal, overeenkomstig het beginsel dat het economisch herstel een noodzakelijke voorwaarde is voor internationale vrede en veiligheid en duidelijke voorrang moet hebben, aan de andere, en aan andere Regeringen, uitrusting, grondstoffen, diensten of andere militaire hulp ter beschikking stellen of blijven stellen, welke de Regering, die deze hulp verleent, kan goedkeuren en volgens nader overeen te komen voorwaarden en bepalingen. Het verlenen van alle hulp, goedgekeurd door een van beide Partijen, moet in overeenstemming zijn met het Handvest van de Verenigde Naties en met de verplichtingen krachtens Artikel 3 van het Noord-Atlantisch Verdrag. Deze hulp moet van die aard zijn, dat zij een geïntegreerde verdediging van het Noord-Atlantisch gebied bevordert en de ontwikkeling vergemakkelijkt van de verdedigingsplannen ingevolge Artikel 9 van het Noord-Atlantisch Verdrag, welke zijn goedgekeurd door elke Regering, of dat zij daarmede in overeenstemming is. De hulp, welke door de Verenigde Staten van Amerika ingevolge dit Verdrag beschikbaar zal worden gesteld, zal worden verleend overeenkomstig de bepalingen en alle voorwaarden en beëindigingsbepalingen van de „Mutual Defense Assistance Act” van 1949, van wetten tot wijziging of aanvulling daarvan en van op deze wet berustende toewijzingswetten. De beide Regeringen zullen van tijd tot tijd onderhandelingen voeren inzake nadere regelingen nodig voor de uitvoering van de bepalingen van dit lid.
2
Elke Regering verbindt zich, een doelmatig gebruik te maken van de hulp, welke zij ingevolge lid 1 van dit Artikel heeft ontvangen
-
a.
ten einde een geïntegreerde verdediging van het Noord-Atlantisch gebied te bevorderen en de ontwikkeling te vergemakkelijken van de verdedigingsplannen ingevolge Artikel 9 van het Noord-Atlantisch Verdrag, en
-
b.
overeenkomstig de verdedigingsplannen, opgesteld door de Organisatie van het Noord-Atlantisch Verdrag, welke zijn aanbevolen door de Verdedigingscommissie en de Raad van het Noord-Atlantisch Verdrag en waarover door beide Regeringen overeenstemming is bereikt.
3
Geen van beide Regeringen zal, zonder voorafgaande toestemming van de andere Regering, hulp, welke haar door die andere Regering is verleend, bestemmen voor andere doeleinden dan waarvoor deze werd verleend.
4
In het belang van de gemeenschappelijke veiligheid van beide Regeringen verbindt elke Regering zich, aan geen andere personen dan ambtenaren of vertegenwoordigers van deze Regering noch aan enig ander volk het recht op of bezit van uitrusting, grondstoffen of diensten, welke zijn verleend op een toewijzingsbasis, over te dragen zonder voorafgaande toestemming van de Regering, welke deze uitrusting, grondstoffen of diensten verleent.