De ondergetekenden, Mr. D. U. Stikker, Minister van Buitenlandse Zaken van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en de Heer E. Graeffe, buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur van België te 's-Gravenhage, zijn heden bijeengekomen in het Ministerie van Buitenlandse Zaken te 's-Gravenhage, teneinde de akten van bekrachtiging uit te wisselen van het op 28 April 1947 te Brussel ondertekende verdrag tussen Nederland en België betreffende de uitoefening van de veeartsenijkunst in de grensgemeenten.
Nadat deze akten zijn overgelegd en overeenstemmend bevonden, heeft de uitwisseling ervan plaats gehad.
Bij deze uitwisseling zijn de Nederlandse en Belgische Regeringen overeengekomen, op de hieronder aangegeven wijze, nader te omschrijven de betekenis, die zij voorlopig wensen te geven aan de bepalingen, vervat in artikel 4 van het verdrag nopens de uitoefening der veeartsenijkunde.
Derhalve is het wel verstaan, dat zolang als in een van beide landen bepalingen van kracht blijven nopens de in- of uitvoer van deviezen van een van beide landen, zij, die zich op bedoeld verdrag kunnen beroepen, de inkomsten, die zij uit hun beroepsbezigheden hebben verworven, niet zullen mogen overmaken dan binnen het kader van de verdragsbepalingen, die op monetair gebied tussen de twee landen van kracht zijn.