De Partijen bij het op 4 April 1949 te Washington ondertekende Noord-Atlantisch Verdrag,
Ervan overtuigd, dat de veiligheid van het Noord-Atlantisch gebied door de toetreding van de Bondsrepubliek Duitsland tot dat Verdrag verhoogd zal worden, en
Ervan kennis genomen hebbende dat de Bondsrepubliek Duitsland door middel van een verklaring, gedateerd 3 October 1954, de in artikel 2 van het Handvest der Verenigde Naties uiteengezette verplichtingen heeft aanvaard en zich heeft verbonden, bij haar toetreding tot het Noord-Atlantisch Verdrag, zich van elk optreden dat onverenigbaar is met het strikt defensief karakter van dat Verdrag, te onthouden, en
Er tevens kennis van hebbende genomen dat alle Regeringen der staten-leden zich hebben aangesloten bij de eveneens op 3 October 1954 door de Regeringen van de Verenigde Staten van Amerika, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Franse Republiek afgelegde verklaring, welke verband hield met de bovengenoemde verklaring van de Regering der Bondsrepubliek Duitsland,