Handelsverdrag tussen Nederland en Guatemala

Handelsverdrag tusschen Nederland en Guatemala.

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en de President van de Republiek Guatemala, bezield met den wensch, de economische betrekkingen tusschen beide landen te bevorderen, zijn overeengekomen een handelsverdrag te sluiten en hebben te dien einde tot Hunne Gevolmachtigden benoemd,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden: den heer RENÉ CHARLES THÉODORE ROOSMALE NEPVEU, Hoogstderzelver Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister bij de Regeering der Republiek Guatemala;

De President der Republiek Guatemala: den heer Dr. JOSÉ MATOS, Minister van Buitenlandsche Zaken der Republiek;

die, na hunne volmachten uitgewisseld en in goede orde bevonden te hebben, het volgende overeengekomen zijn:

Artikel

I

Artikel

II

Artikel

III

Artikel

IV

Artikel

V

De Hooge Verdragsluitende Partijen verbinden zich wederkeerig, voor wat betreft de scheepvaart, de onderdanen van de andere Partij als hunne eigen onderdanen te behandelen; de besturen van de Nederlandsche Overzeesche Gewesten zullen echter volkomen vrijheid van wetgeving behouden met betrekking tot de kustvaart.

Artikel

VI

Artikel

VII

Elk geschil over den uitleg, de toepassing of de uitvoering van dit Verdrag, dat door de Hooge Verdragsluitende Partijen niet langs diplomatieken weg zoude kunnen worden opgelost, zal onderworpen worden aan het Permanente Hof van Internationale Justitie.

Artikel

VIII

De bepalingen van dit verdrag zijn van toepassing op Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao.

Curaçao omvat de eilanden Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Eustatius, Saba en St. Martin (Nederlandsch gedeelte).

Artikel

IX

Dit verdrag zal bekrachtigd worden en de bekrachtigingoorkonden zullen zoodra mogelijk te Guatemala worden uitgewisseld

Het zal in werking treden één maand na de uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden en zal van kracht blijven gedurende één jaar, te rekenen van den dag zijner inwerkingtreding, met stilzwijgende verlenging voor eenzelfde periode tenzij het door eene der Hooge Verdragsluitende Partijen ten minste zes maanden vóór den afloop mocht zijn opgezegd.

Ter oorkonde waarvan de Gevolmachtigden dit verdrag hebben onderteekend.

Gedaan in tweevoud te Guatemala, den twaalfden Mei negentienhonderd zeven en twintig.

R. ROOSMALE NEPVEU.