Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Argentinië inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Argentinië inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Preambule

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Argentinië

hierna te noemen de verdragsluitende partijen,

Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;

Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van de volksgezondheid, openbare orde en handel van de verdragsluitende partijen;

Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren een gevaar voor de samenleving vormt;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van wederzijds overeengekomen wettelijke bepalingen;

Gelet op de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand, de Verklaring inzake verbetering van douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand (Verklaring van Cyprus) en de Resolutie inzake veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten, aangenomen door de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Werelddouaneorganisatie, in respectievelijk december 1953, juli 2000 en juni 2002;

Gelet op internationale verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Tevens gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a.

    „douaneadministratie”:

    • wat de Republiek Argentinië betreft: de Federale Administratie Overheidsinkomsten;

    • wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: de centrale administratie die verantwoordelijk is voor de toepassing van de douanewetgeving;

  • b.

    „douanevordering”: elk bedrag aan douanerechten alsmede verhogingen, administratieve boetes, achterstallige betalingen, renten en kosten die betrekking hebben op de genoemde rechten die niet in een van de verdragsluitende partijen kunnen worden geïnd;

  • c.

    „douanerechten”: alle rechten, belastingen of heffingen die geheven worden alsmede elke restitutie van vergoedingen of exportsubsidies die gevorderd wordt op de grondgebieden van de verdragsluitende partijen bij toepassing van de douanewetgeving, maar met uitzondering van heffingen voor verleende diensten;

  • d.

    „douanewetgeving”: alle wettelijke en administratieve bepalingen die door een van de douaneadministraties worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, met inbegrip van wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen, en in verband met de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme;

  • e.

    „inbreuk op de douanewetgeving”: elke schending of poging tot schending van de douanewetgeving;

  • f.

    „informatie”: alle gegevens, al dan niet bewerkt of geanalyseerd, en documenten, rapporten en andere mededelingen ongeacht in welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm, of gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan;

  • g.

    „internationale logistieke keten”: alle processen die van toepassing zijn bij het grensoverschrijdend verkeer van goederen van de plaats van herkomst naar de uiteindelijke plaats van bestemming;

  • h.

    „functionaris”: elke douaneambtenaar of andere regeringsambtenaar aangewezen door een van de douaneadministraties;

  • i.

    „persoon”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon;

  • j.

    „persoonsgegevens”: wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft alle gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; wat de Republiek Argentinië betreft alle gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon of rechtspersoon;

  • k.

    „aangezochte administratie”: de douaneadministratie die om bijstand wordt verzocht;

  • l.

    „verzoekende administratie”: de douaneadministratie die om bijstand verzoekt;

  • m.

    „aangezochte partij”: de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand wordt verzocht;

  • n.

    „verzoekende partij”: de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand verzoekt.

HOOFDSTUK

II

REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel

2

HOOFDSTUK

III

INFORMATIE

Artikel

3

Informatie voor de toepassing en handhaving van de douanewetgeving

Artikel

4

Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving

Artikel

5

Informatie over de rechtmatigheid van de invoer of uitvoer van goederen

Op verzoek stelt de aangezochte administratie de verzoekende administratie ervan op de hoogte:

  • a.

    of goederen die werden uitgevoerd uit het grondgebied van de verzoekende partij op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het grondgebied van de aangezochte partij en onder welke douaneregeling de goederen eventueel zijn geplaatst;

  • b.

    of goederen die zijn ingevoerd in het grondgebied van de verzoekende partij op rechtmatige wijze werden uitgevoerd uit het grondgebied van de aangezochte partij.

Artikel

6

Automatisch verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 20 van dit Verdrag, automatisch informatie die onder dit Verdrag valt verstrekken.

Artikel

7

Vooraf verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 20 van dit Verdrag, specifieke informatie verstrekken voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.

HOOFDSTUK

IV

BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel

8

Invordering van douanevorderingen

Artikel

9

Toezicht en informatie

Artikel

10

Gecontroleerde aflevering

De douaneadministraties kunnen, in overeenstemming met hun nationale wettelijke en administratieve bepalingen, door middel van een wederzijdse regeling, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het grondgebied van hun respectieve staten van goederen die betrokken zijn bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan. Indien de douaneadministratie niet bevoegd is bedoelde toestemming te verlenen, tracht die administratie samenwerking te bewerkstelligen met de nationale autoriteiten die daartoe wel bevoegd zijn of draagt zij de zaak aan hen over.

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

De aangezochte administratie kan, op verzoek, functionarissen machtigen ter zake van de uitvoering van de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechtscollege op het grondgebied van de verzoekende partij.

HOOFDSTUK

V

TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel

12

HOOFDSTUK

VI

UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel

13

Vergaren van informatie

Artikel

14

Aanwezigheid van functionarissen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij

Door de verzoekende administratie aangewezen functionarissen kunnen, met instemming van de aangezochte administratie en onder voorwaarden die laatstgenoemde hieraan kan verbinden, ten behoeve van onderzoek naar een inbreuk op de douanewetgeving, op verzoek:

  • a.

    ten kantore van de aangezochte administratie documenten en alle andere informatie met betrekking tot die inbreuk op de douanewetgeving onderzoeken en daarvan afschriften verkrijgen;

  • b.

    aanwezig zijn bij een door de aangezochte administratie geleid onderzoek op het grondgebied van de aangezochte partij dat van belang is voor de verzoekende administratie; deze ambtenaren zullen uitsluitend een adviserende rol hebben.

Artikel

15

Aanwezigheid van functionarissen van de verzoekende verdragsluitende partij op uitnodiging van de aangezochte administratie

Indien de aangezochte administratie het wenselijk acht dat functionarissen van de verzoekende partij aanwezig zijn wanneer, overeenkomstig een verzoek, bijstandsmaatregelen worden uitgevoerd, kan zij de verzoekende partij uitnodigen daartoe functionarissen ter beschikking te stellen, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden.

Artikel

16

Bepalingen ten aanzien van bezoekende functionarissen

HOOFDSTUK

VII

GEBRUIK, VERTROUWELIJKHEID EN BESCHERMING VAN INFORMATIE

Artikel

17

HOOFDSTUK

VIII

UITSLUITINGSGRONDEN

Artikel

18

HOOFDSTUK

IX

KOSTEN

Artikel

19

HOOFDSTUK

X

UITVOERING EN TOEPASSING VAN HET VERDRAG

Artikel

20

De douaneadministraties besluiten gezamenlijk, binnen het kader van dit Verdrag, over nadere regelingen ter vergemakkelijking van de uitvoering en toepassing van dit Verdrag.

HOOFDSTUK

XI

TERRITORIALE TOEPASSING

Artikel

21

HOOFDSTUK

XII

REGELING VAN GESCHILLEN

Artikel

22

HOOFDSTUK

XII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

23

Inwerkingtreding

Artikel

24

Herziening

Op verzoek komen de verdragsluitende partijen bijeen om het Verdrag te herzien.

Artikel

25

Duur en beëindiging

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Buenos Aires op 26 September 2012, in tweevoud in de Nederlandse, de Spaanse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

HEIN DE VRIES

Voor de Republiek Argentinië

RICARDO ECHEGARAY

Bijlage

Bepalingen van toepassing op de douaneadministraties van de verdragsluitende partijen bij de uitwisseling van persoonsgegevens

  • 1.

    De douaneadministraties van de verdragsluitende partijen mogen de verstrekte persoonsgegevens alleen gebruiken voor het aangegeven doel en overeenkomstig de door de verstrekkende douaneadministratie gestelde voorwaarden.

  • 2.

    De ontvangende administratie licht de verstrekkende douaneadministratie op haar verzoek in over het gebruik dat van de verstrekte persoonsgegevens is gemaakt en over de daarmee bereikte resultaten.

  • 3.

    Persoonsgegevens worden slechts verstrekt aan de bevoegde douaneautoriteiten van de verdragsluitende partijen. Toezending ervan aan andere autoriteiten mag alleen plaatsvinden met voorafgaande toestemming van de verstrekkende douaneadministratie.

  • 4.

    De personen die uit hoofde van dit Verdrag in kennis zijn gesteld van persoonsgegevens zijn verplicht ten aanzien van deze gegevens de geheimhoudingsbepalingen van deze Bijlage in acht te nemen alsmede hun eigen regels met betrekking tot het beroepsgeheim. Een dergelijke verplichting blijft bestaan ook na het beëindigen van de betrekkingen met de houder van het gegevensbestand.

  • 5.

    De verstrekkende douaneadministratie waarborgt dat de persoonsgegevens zowel nauwkeurig zijn als noodzakelijk en niet te uitvoerig in verhouding tot het doel waarvoor zij dienen te worden verstrekt. De verboden op het verstrekken van persoonsgegevens die uit hoofde van nationale wettelijke en administratieve bepalingen van toepassing zijn, worden in acht genomen. Indien blijkt dat onnauwkeurige gegevens of gegevens die niet verstrekt mogen worden zijn verstrekt, wordt de ontvanger terstond ingelicht en is deze verplicht de desbetreffende gegevens te verbeteren of te vernietigen

  • 6.

    De betrokken persoon wordt op verzoek ingelicht over de omtrent hem aanwezige persoonsgegevens en over het beoogde gebruik ervan. Een dergelijke verplichting bestaat niet voor zover het openbaar belang bij het niet inlichten van de betrokken persoon zwaarder weegt dan het belang van die persoon te worden ingelicht. Het recht te worden ingelicht wordt voor het overige beheerst door nationale wettelijke en administratieve bepalingen.

  • 7.

    Indien een persoon wordt geschaad door onrechtmatig handelen bij de verstrekking van persoonsgegevens uit hoofde van dit Verdrag, is de ontvangende douaneadministratie aansprakelijk jegens genoemde persoon overeenkomstig haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen. In haar verweer jegens genoemde persoon kan zij zich er niet op beroepen dat de schade is veroorzaakt door de verstrekkende douaneadministratie.

  • 8.

    Bij het verstrekken van persoonsgegevens vermeldt de verstrekkende douaneadministratie de krachtens haar nationale en administratieve bepalingen toepasselijke termijnen waarna die gegevens dienen te worden vernietigd.

  • 9.

    De douaneadministraties van de verdragsluitende partijen zijn verplicht de verstrekking en ontvangst van persoonsgegevens te registreren.

  • 10.

    De douaneadministraties van de verdragsluitende partijen zijn verplicht de verstrekte persoonsgegevens doeltreffend te beschermen tegen ongeoorloofde toegang, tegen niet door de verstrekkende douaneadministratie toegestane wijzigingen en tegen ongeoorloofde toezending aan derden.