Artikel
1
De afschriften en uittreksels van akten van den Burgerlijken Stand, opgemaakt in een der beide landen, behoeven, om in het andere land als bewijs te dienen, van geen enkele legalisatie te zijn voorzien, mits zij voor eensluidend zijn verklaard door den bewaarder der registers of zijn plaatsvervanger en de authenticiteit er van niet in twijfel kan worden getrokken. De in België opgemaakte afschriften en uittreksels van akten van den Burgerlijken Stand zullen bovendien den stempelafdruk dragen van de administratie der gemeente waar zij opgemaakt zijn of van de rechtbank door welker griffie zij zijn afgegeven.